Agressie en geweld na militaire uitzending: oorzaken en gevolgen

Militairen die na een uitzending terugkeren, kunnen te maken krijgen met diverse psychische en gedragsproblemen, waaronder woede en agressie. Deze problemen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor het individu, hun omgeving en de maatschappij als geheel. Dit artikel duikt dieper in de oorzaken, symptomen en bredere impact van agressie na militaire uitzendingen, met een focus op onderzoek binnen de Nederlandse krijgsmacht.

Gevolgen voor het individu

De gevolgen van agressie en geweld voor het individu zijn zeer divers. Ze variëren van demotivatie en een verminderd werkplezier tot ernstige stress en schade aan de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Er kan sprake zijn van posttraumatische symptomen zoals angst, fobieën en slaapproblemen. Militairen die getuige zijn geweest van of betrokken waren bij fysieke geweldsincidenten, lopen een hogere kans op emotionele overbelasting vergeleken met collega's zonder dergelijke ervaringen.

Dit leidt tot een grotere behoefte aan herstel en meer gezondheidseffecten, beroepsziekten en stressklachten. In ernstige gevallen kan dit zelfs leiden tot een Posttraumatische Stressstoornis (PTSS). Bij acute incidenten van agressie en geweld kan er initieel sprake zijn van een emotionele 'bevriezing', waardoor men helder kan blijven denken en adequaat kan handelen. Daarna volgen vaak gevoelens van kwetsbaarheid, machteloosheid, angst en een gevoel van levensbedreiging.

Voor militairen die te maken hebben gehad met ernstige vormen van verbale en fysieke agressie, kunnen de voorspelbaarheid, rechtvaardigheid en billijkheid van het leven aangetast worden. Ook collega's en omstanders kunnen hierdoor ontwricht raken of getraumatiseerd worden, wat op langere termijn kan leiden tot emotionele uitputting. Typische lichamelijke stresssymptomen omvatten slapeloosheid, melancholie, apathie, concentratiestoornissen en een gebrek aan initiatief.

Onderzoek binnen sectoren zoals de gemeentelijke overheid en de gezondheidszorg heeft aangetoond dat de betrokkenheid bij het werk afneemt naarmate de blootstelling aan ongewenst gedrag toeneemt (Baillien, E, Neyens, I, De Witte, H, Vanoirbeek, K. (2005)).

Knelpunten binnen de veiligheidssector

De veiligheidssector in Nederland kampt met een reeks uitdagingen die bijdragen aan een verhoogde werkdruk en stress. Deze knelpunten omvatten complexe wet- en regelgeving, personeelstekorten, wervingsproblemen, te hoge werkdruk, uitdagingen op het gebied van opleiding en ontwikkeling, organisatorische veranderingen, intimidatie en geweld, en de blijvende impact van bezuinigingen van de afgelopen decennia. De Coalitie voor Veiligheid (CvV), een samenwerkingsverband van vakbonden in de publieke veiligheidssector, vraagt aandacht voor deze problematiek.

Specifieke uitdagingen per beroepsgroep

  • Politie: Leden werkzaam bij de politie hebben toenemend te maken met migratieproblematiek en grootschalige inzetten als gevolg van geweldincidenten, zoals explosies in wijken, schietpartijen en drugsgelateerd geweld. Ook politici, journalisten en advocaten worden steeds vaker bedreigd. De inzet bij demonstraties en de bestrijding van ondermijning en (cyber)criminaliteit nemen toe.
  • Openbaar Ministerie: Medewerkers van het Openbaar Ministerie kampen met een hoge werkdruk door een tekort aan collega's, waardoor veel zaken, waaronder veelvoorkomende criminaliteit, jeugdzaken, en ernstige verkeers- en zedendelicten, te lang blijven liggen.
  • Bijzondere Opsporingsambtenaren (BOA's): BOA's worden steeds vaker geconfronteerd met verbale en fysieke agressie. Daarnaast is er een zorgwekkende toename van intimidatie in de privésfeer, zoals huisbezoeken, online bedreigingen en doxingpraktijken. Vaak treffen BOA's personen aan die verward gedrag vertonen of onder invloed zijn van alcohol en/of drugs.
  • Defensie: Hoewel Defensie momenteel fors investeert, kent ook deze sector uitdagingen. De groei en het herstel gaan gepaard met veel vacatures, met name bij militairen, wat de werving bemoeilijkt. Jarenlange bezuinigingen hebben geleid tot achterstanden in onderhoud, renovatie en nieuwbouw van infrastructuur, wat ook de veiligheid onder druk zet.

Agressie en geweld tegen hulpverleners en professionals met een publieke taak

Hulpverleners en andere professionals met een publieke taak moeten veilig hun werk kunnen uitvoeren. Agressie en geweld tegen deze werknemers hebben ingrijpende gevolgen, niet alleen voor de slachtoffers zelf, maar ook voor de maatschappij, omdat het de publieke dienstverlening onder druk zet. De Rijksoverheid neemt diverse maatregelen om agressie en geweld te verminderen en te voorkomen, en werkgevers krijgen handvatten om een veilige werkomgeving te creëren en werknemers te beschermen.

Sectoren die hierbij specifiek genoemd worden, zijn de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, het openbaar bestuur en hulpverleners met een publieke taak. Deze laatste groep krijgt steeds vaker te maken met doxing, waarbij persoonsgegevens online worden verspreid met als doel te intimideren, bedreigen of chanteren. Doxing komt veel voor en heeft vaak een grote impact.

Het is cruciaal dat werknemers agressie en geweld melden bij hun werkgever. Goede registratie door werkgevers biedt inzicht in de aard en omvang van het probleem. Na melding bij de werkgever kunnen werknemers ook aangifte doen bij de politie. De Rijksoverheid werkt samen met diverse organisaties om agressie en geweld tegen te gaan, waarbij gezondheidszorginstellingen een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning van slachtoffers.

Infographic met de verschillende sectoren waar agressie en geweld voorkomen

Onderzoek naar woede en agressie bij militairen

Het beroep van militair wordt geassocieerd met een sterke fysieke en mentale belasting. Tijdens uitzendingen is er een verhoogde blootstelling aan stress en traumatische gebeurtenissen, zoals vijandelijk vuur of het getuige zijn van het lijden of overlijden van collega's of anderen. Na de uitzending kan de adaptatie aan het dagelijks leven moeizaam verlopen.

Schattingen van de prevalentie van psychische klachten bij uitgezonden militairen lopen uiteen van 8.9% tot 19.7% (Fear et al., 2010; Reijnen, Rademaker, Vermetten, & Geuze, 2015). Specifiek onderzoek naar Nederlandse militairen die in Afghanistan zijn uitgezonden, toonde aan dat 6.6% problemen ontwikkelde met hostiliteit en boosheid (Reijnen et al., 2015). Dit onderstreept het belang van onderzoek naar de oorzaken en ontwikkeling van boosheid en agressie binnen de militaire organisatie.

Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) kan gepaard gaan met woede en agressie, wat de uitkomst van behandeling negatief kan beïnvloeden. Boosheid en agressie zijn op zichzelf al lastig te behandelen symptomen. Gezien de negatieve gevolgen is het verwerven van kennis over de etiologie van deze klachten essentieel.

Neurobiologische en neuropsychologische achtergronden

Het ministerie van Defensie heeft in 2012 de Military Agressie Regulatie Studie (MARS) geïnitieerd om de neurobiologische en neuropsychologische achtergrond van woede en agressie bij militair personeel te bestuderen. In dit project werden 52 militaire veteranen met woede- en agressieproblemen en 50 controleveteranen zonder klachten onderzocht. Ze werden geïnterviewd, vulden vragenlijsten in en er werden bloedmonsters genomen. Daarnaast ondergingen deelnemers neuropsychologische taken en een startle-experiment. Een deel van de deelnemers onderging ook een MRI-scan voor functionele en structurele beeldvorming.

De oorspronkelijke focus in wetenschappelijk onderzoek op PTSS als een angststoornis is uitgebreid naar problemen met emotieregulatie, waaronder boosheid en agressie. Dit wordt geïllustreerd door de groeiende hoeveelheid onderzoek naar de etiologie van PTSS en de rol van boosheid en agressie daarin. Boosheid en agressie lijken gerelateerd te zijn aan de hyperarousal symptomen bij PTSS, waarbij een verlaagde drempelwaarde voor bedreiging een rol speelt.

Veranderingen in agressie na uitzending

Onderzoek naar de ontwikkeling van vijandigheid na een militaire uitzending naar Afghanistan analyseerde gegevens van 745 veteranen. Een groeimodel onderscheidde vier groepen op basis van hun vijandigheidsniveau: een laag-hostiele groep, een mild-hostiele groep (beide stabiel), een groep met een onmiddellijke toename van vijandigheid na uitzending, en een groep met een vertraagde toename tussen twaalf en 24 maanden na uitzending. Opmerkelijk genoeg werden geen groepen geïdentificeerd die een vermindering van de hostiliteitsklachten vertoonden.

Voorspellers voor groepslidmaatschap, zoals leeftijd, opleiding, vroegtijdig trauma, uitzendingsstressoren en persoonlijkheidsfactoren, werden onderzocht met behulp van multinomiale logistische regressie.

Reactie op bedreiging en hersenactiviteit

Boosheid en agressie kunnen mede veroorzaakt worden door een verlaagde drempel om dreiging waar te nemen en te reageren, wat kan leiden tot impulsieve agressie. Dit kan worden aangetoond door een verhoogde schrikreactie. Een studie met veteranen met en zonder agressieproblemen toonde aan dat de groep met agressieproblemen een verhoogde startle-respons had op geluiden, maar niet op geluiden die voorafgegaan werden door een minder intens geluid (prepulse). De mate van leedvermijding en toestandsboosheid voorspelden de verhoogde startle-reflex, terwijl dispositieboosheid negatief gecorreleerd was met de schrikreactie.

Onderzoek naar hersenactivatie tijdens een fMRI-scan, waarbij veteranen beelden van naderende objecten moesten verwerken, wees uit dat de groep met boosheids- en agressieproblemen een sterkere activatie vertoonde in bepaalde hersengebieden (cuneus en cingulate cortex) bij zowel dreigende als veilige naderende beelden. Dit suggereert een algemene gevoeligheid voor nabijheid bij deze groep.

Emotionele verwerking en hersenreacties

Verschillen in sociaal-emotionele verwerking spelen een rol bij boosheid en agressie. Hoewel een verhoogde amygdala-activiteit is gevonden bij patiënten met impulsieve agressie bij het bekijken van boze gezichten, bleek uit onderzoek met negatieve, positieve en neutrale foto's dat de amygdala-reactiviteit op algemene emotionele stimuli bij veteranen met impulsieve agressie niet abnormaal was. Wel toonde de agressiegroep een verhoogde activiteit in andere hersengebieden, zoals de supplemental motor area, het cingulum en de pariëtale cortex, tijdens het bekijken van de foto's.

Integriteit van hersenbanen

Onderzoek met diffusion tensor imaging (DTI) tractografie van twee witte-stof banen, de Uncinate Fasciculus (UF) en de Arcuate Fasciculus (AF), toonde verschillen in de integriteit van de witte stof in de AF. De AF verbindt frontale hersengebieden met pariëtale gebieden en is betrokken bij processen zoals begrip, aandacht en emotionele controle.

Schematische weergave van hersengebieden betrokken bij agressie

Behandelmogelijkheden en preventie

Problemen met agressief gedrag komen veelvuldig voor bij diverse psychische aandoeningen, waaronder depressie, angststoornissen en schizofrenie. Het Research Domain Criteria (RDoC) framework biedt een kader voor onderzoek naar de mechanismen die ten grondslag liggen aan psychische aandoeningen, gebaseerd op dimensies van neurobiologie en waarneembaar gedrag.

De huidige studies wijzen op verhoogde waakzaamheid en aandacht voor potentieel bedreigende of emotionele stimuli bij personen met woede- en agressieproblemen. Dit kan verklaard worden vanuit het RDoC-systeem, waarbij arousal een rol speelt in de gevoeligheid voor stimuli.

Problemen met woede en agressie worden doorgaans behandeld met cognitieve gedragstherapie. De inzichten uit het onderzoek bieden echter aanwijzingen voor aanvullende behandelingsmogelijkheden. Aandachtsprocessen lijken hierin een belangrijke rol te spelen. Het kan nuttig zijn voor patiënten om zich bewust te zijn van hun verhoogde aandacht voor potentiële dreiging.

Behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie of cognitieve training, kunnen zich richten op deze verhoogde aandacht. Ook niet-invasieve hersenstimulatiemethoden, zoals transcranial direct current stimulation (tDCS), kunnen potentieel agressief gedrag verminderen.

Het is essentieel om te onderzoeken of de gevonden aandachtsproblemen een risicofactor zijn voor het ontwikkelen van woede- en agressieproblemen, of dat ze een gevolg zijn van deze problemen. Dit inzicht is cruciaal voor het identificeren van personen met een verhoogd risico.

Hoewel dit proefschrift zich richt op Nederlandse militairen, worden problemen met woede en agressie ook gerapporteerd in krijgsmachten van andere landen en bij andere geüniformeerde beroepen, zoals de politie.

De titel van het proefschrift, 'Aandacht voor agressie', heeft een dubbele betekenis: enerzijds de noodzaak om aandacht te besteden aan de problemen met woede en agressie na militaire uitzending, en anderzijds de wetenschappelijke bevindingen die wijzen op een verhoogde aandacht voor potentiële dreiging.

Trauma in de hersenen

Wettelijke en beleidsmatige aanpassingen

In Nederland zijn er ook stappen gezet op het gebied van wetgeving om ongewenst gedrag binnen de krijgsmacht aan te pakken. Een voorstel voor de Wet militair tuchtrecht verhoogde de boetebedragen voor ongewenst gedrag, waaronder seksuele intimidatie, discriminatie, pesten, agressie en geweld. Dit voorstel, dat een gevolg is van het rapport van de commissie-Staal, geeft commandanten de mogelijkheid om door onmiddellijk ingrijpen de krijgstucht te handhaven en draagt bij aan een beschermde en prettige werkomgeving.

tags: #agressie #militair #na #uitzending