Bertolt Brecht: Leven, Werk en de Ontwikkeling van het Episch Theater

Inleiding

Bertolt Brecht, geboren Eugen Berthold Friedrich Brecht op 10 februari 1898 in Augsburg, Duitsland, was een invloedrijk Duits dichter, toneelschrijver, regisseur en literatuurcriticus. Zijn werk, dat sterk politiek geëngageerd was, wordt beschouwd als de grondslag van het episch theater. Brecht werkte gedurende zijn carrière nauw samen met componisten als Hanns Eisler en Kurt Weill, en zijn invloed op het moderne theater is onmiskenbaar.

foto van een jonge Bertolt Brecht

Vroege Jaren en Opleiding

Brecht werd geboren in een welgestelde familie; zijn vader was directeur van een papierfabriek. In zijn jeugd was hij een teruggetrokken en ziekelijk kind. Na de lagere school bezocht hij het Peutinger-Realgymnasium in Augsburg, waar hij in 1917 zijn Notabitur behaalde. Hoewel hij een middelmatige leerling was, excelleerde hij in het schrijven van opstellen. Zijn eerste literaire werk, De oogst, verscheen in 1913 in het schooltijdschrift.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Brecht aanvankelijk vol lof over het Duitse Rijk, maar later ontwikkelde hij een kritische houding en koos hij de kant van de oorlogsslachtoffers. Dit uitte zich in een opstel waarin hij de heldendood bekritiseerde, wat zijn leraren ontzette. Hij schreef aan zijn vriend Caspar Neher: "De werkelijkheid is de legerstede van de dichter, waarop hij zijn dromen droomt." Vanwege een aangeboren hartafwijking werd Brecht pas kort voor het einde van de oorlog opgeroepen voor dienstplicht.

Studie en Eerste Literaire Stappen

In oktober 1917 schreef Brecht zich in aan de filosofische faculteit in München. In 1918 veranderde hij van studierichting en begon hij medicijnen te studeren, deels om te voorkomen dat hij aan het front zou komen en in plaats daarvan als verpleger in een militair hospitaal kon werken. Begin oktober 1918 begon zijn dienst als hospitaalsoldaat in Augsburg, waar hij voornamelijk geslachtsziekten behandelde. Brechtbiograaf Völker merkte op dat Brecht de oorlog zag als een belemmering voor de ontplooiing van zijn persoonlijkheid en dat zijn ervaringen zijn afwijzende houding versterkten.

Tijdens zijn studie en vroege loopbaan las Brecht de werken van Shakespeare, Büchner, Rimbaud, Villon en Kipling. In 1918 schreef hij zijn eerste toneelstuk, Baal. Zijn vroege werken kenmerkten zich door een sterke erotische intensiteit en een anarchistisch-nihilistische levensvisie, beïnvloed door auteurs als Büchner, Wedekind, Rimbaud en Villon.

De Ontwikkeling van het Episch Theater

Na de Eerste Wereldoorlog reisde Brecht tussen Augsburg en München, destijds centra van revolutionaire activiteiten. Hij vond de politieke gebeurtenissen interessanter dan de universiteitslessen. Zijn toneelstukken Trommeln in der Nacht en Im Dickicht der Städte waren reacties tegen het formalisme en het inhoudsloze expressionisme van die tijd.

Een belangrijke stap in de ontwikkeling van zijn theatertheorie was Leben Eduards des Zweiten von England (1924). Hierin vereenvoudigde Brecht de handeling en plaatste de menselijkheid op de voorgrond. Hij drong aan op eenvoudige gebaren, een duidelijke, terughoudende taal en het vermijden van "opdringerige gezelligdoenerij". Dit markeerde het begin van zijn epische stijl. Brecht beschouwde acteren als een sport en theater als een "wetenschappelijke" benadering van de realiteit. Het episch theater moest een schematische vorm van vertellen worden, een zelfstandige richting in de kunst.

schematische weergave van het episch theater

Kernprincipes van het Episch Theater

Het episch theater, ook wel 'dialectisch theater' genoemd, streefde ernaar het publiek aan het denken te zetten, met de nadruk op ratio in plaats van emotie. Brecht wilde niet dat het publiek zich emotioneel liet meeslepen, maar juist bewust werd van menselijke en maatschappelijke verhoudingen. Mensen werden gezien als producten van hun omgeving, die door maatschappelijke verandering ook zelf de maatschappij konden veranderen.

Om deze afstandelijkheid te bevorderen, ontwikkelde Brecht de theorie van het vervreemdingseffect (Verfremdungseffekt). Technieken hiervoor waren onder meer:

  • Het loskoppelen van scènes van logische samenhang.
  • Decorwissels die zichtbaar waren voor het publiek.
  • Acteurs die bewust afstand hielden van hun rol en hun rol analyseerden, soms het publiek direct aansprekend.
  • Het gebruik van een verteller die de situatie beschouwde, verduidelijkte en vragen opwierp.

Deze technieken, geïnspireerd door onder meer de commedia dell'arte en oosters theater, dienden om het publiek een spiegel voor te houden, de maatschappelijke structuur zichtbaar te maken en te laten zien dat deze veranderlijk is.

Politiek Engagement en Marxisme

Brechts politieke bewustwording verdiepte zich in de tweede helft van de jaren twintig. Hoewel hij nooit lid werd van een partij, raakte hij gegrepen door het communisme. Zijn werk werd steeds meer politiek geladen. Hij volgde cursussen over marxisme en cultuurwetenschappen en verdiepte zich in het werk van Marx en Lenin. Hij bekritiseerde de kunstrichting van de Neue Sachlichkeit.

Een cruciale gebeurtenis was het neerschieten van demonstranten door de politie op 1 mei 1929, wat Brecht tot communist maakte. De politieke verdeeldheid tussen sociaaldemocraten en communisten droeg bij aan de machtstoename van de nationaalsocialisten.

Bertolt Brecht en het epische theater: Crash Course Theater #44

Leerstukken en Didactisch Theater

Via de muziek kwam Brecht tot zijn Lehrstücke (leerstukken), stukken die gericht waren op het veranderen van het denken van de toeschouwer. Deze stukken waren oorspronkelijk bedoeld voor een socialistische staat, waar het publiek niet alleen zou toekijken, maar ook zou participeren. Voorlopig dienden ze echter vooral om spelers inzicht te geven in de maatschappelijke situatie.

Die heilige Johanna der Schlachthöfe (1929-1931) was een voorbeeld van zo'n experiment, geïnspireerd door de beurscrash van 1929. Het stuk volgde de fasen van de moderne industrie volgens Marx. Brecht gebruikte de methode van het dialectisch materialisme om de wereld als veranderlijk te tonen. Hoewel hij emoties niet wilde bestrijden, wilde hij ze wel onderzoeken, omdat ze voortkomen uit specifieke situaties en sociaal-maatschappelijke parameters.

Succesvolle didactische stukken waren onder meer Die Maßnahme (1930). De uitdagingen met de didactische stukken bleken echter groot, zoals te zien was bij Der Jasager (1929-1930), waarvan de bedoelingen verkeerd werden uitgelegd. Als reactie hierop schreef Brecht Der Neinsager (1930). Het risico van didactische stukken was dat ze konden stranden op onbegrip of een te eenduidige conclusie, waardoor de nobele bedoelingen een averechts effect konden hebben.

Gezinsleven en Relaties

Brechts privéleven was complex. In juni 1919 schonk Paula Banholzer hem een zoon, Frank. Brecht erkende dat hij als echtgenoot niet deugde, en vrouwen zag hij in die periode vaak als "jachtobject". Paula Banholzer, die hij "Bi of Bitterzoet" noemde, bleef nog jarenlang bevriend met Brecht. Frank werd na het huwelijk van zijn moeder opgevoed bij vrienden van Helene Weigel en sneuvelde in Rusland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In 1922 trouwde Brecht met zangeres Marianne Zoff, met wie hij in hetzelfde jaar een dochter kreeg, Hanne. Ze scheidden in 1927. Elke vrouw met wie Brecht een relatie had, moest accepteren dat er ook andere vrouwen waren. De zoon van Brecht en Helene Weigel, Stefan, werd geboren in 1924. Brecht en Helene Weigel bleven de rest van zijn leven samen.

Ballingschap en Latere Jaren

In 1933, na de machtsovername van de nazi's, moest Brecht Duitsland ontvluchten. Op de ochtend na de Rijksdagbrand verliet hij met Helene Weigel Berlijn. Zijn ballingschap, die hem via Praag, Denemarken, Zweden en Finland uiteindelijk naar de Verenigde Staten bracht, had grote gevolgen voor zijn werk. Hij werkte in Amerika als scenarioschrijver, maar voelde zich er vaak misplaatst door de focus op puur vermaak.

Tijdens zijn ballingschap schreef Brecht belangrijke werken als Leben des Galilei (1938) en Herr Puntila und sein Knecht Matti (1940). Na de Tweede Wereldoorlog, toen hij in Amerika werd vervolgd vanwege zijn vermeende communistische sympathieën, keerde hij begin 1949 terug naar Oost-Berlijn. Daar richtte hij samen met Helene Weigel het Berliner Ensemble op en zette hij zijn theaterwerk voort, ondanks censuur en tegenslagen.

In zijn laatste levensjaren bleef Brecht zich inzetten voor getalenteerde schrijvers en acteurs. Hij ontving in 1955 de Stalin-Vredesprijs. Bertolt Brecht overleed op 14 augustus 1956 in Oost-Berlijn. Zijn werk, dat nog steeds relevant is, wordt bewaard in het Bertolt Brecht Archief in Berlijn en zijn stukken worden wereldwijd nog steeds opgevoerd.

Belangrijke Werken

  • Baal (1918)
  • Trommeln in der Nacht (1922)
  • Im Dickicht der Städte (1923)
  • Mann ist Mann (1926)
  • Die Dreigroschenoper (1928)
  • Die heilige Johanna der Schlachthöfe (1932)
  • Die Mutter (1933)
  • Furcht und Elend des Dritten Reiches (1938)
  • Leben des Galilei (1943)
  • Mutter Courage und ihre Kinder (1949)
  • Der kaukasische Kreidekreis (1955)
  • Der gute Mensch von Sezuan (1955)
  • Herr Puntila und sein Knecht Matti (1940)
  • Der aufhaltsame Aufstieg des Arturo Ui (1941)

tags: #dvd #toneelstuk #bertolt #brecht