In de nalatenschap van de in 1939 in Parijs overleden Joseph Roth vinden we De legende van de heilige drinker, een betoverende novelle die de wonderlijke gebeurtenissen beschrijft rondom een dakloze alcoholist. Dit werk, vertaald door Wilfred Oranje en uitgegeven door Atlas, schetst een beeld van Andreas, die keer op keer op miraculeuze wijze aan geld komt, met de intentie dit terug te betalen aan de heilige Thérèse. Echter, voordat hij zijn belofte kan nakomen, grijpt het noodlot in. Andreas zoekt zijn toevlucht onder de bruggen van de Seine, zich overgevend aan een langzame ondergang die alleen drinkers kennen. Het einde nadert in het bijzijn van de kleine Thérèse, met de hoop op een vlotte dood.
Deze editie, die grotendeels is bewerkt tot een stripverhaal, bevat indrukwekkende tekeningen van Bert Dekker. Deze illustraties sluiten naadloos aan bij de kale, maar tegelijkertijd sprookjesachtige tekst van Roth. De oorspronkelijke publicatie vond plaats in Amsterdam in 1939.

Boeken en Perspectieven
Petra Stienen, een bekend commentator van de Arabische wereld, presenteert in Het andere Arabische geluid. Een nieuwe toekomst voor het Midden-Oosten? haar visie op de recente ontwikkelingen in Egypte en Syrië. Ondanks haar optimisme erkent ze de uitdagingen bij het vinden van lichtpuntjes. Het vraagteken in de ondertitel van haar boek, uitgegeven door Nieuw Amsterdam, suggereert de onzekerheid over de toekomstige politieke structuren in de regio. Stienen benadrukt de invloed die Nederland en Europa kunnen uitoefenen op deze ontwikkelingen en deelt hartstochtelijke 'menselijke verhalen' die de strijd voor vrijheid illustreren. Ze citeert een Syrische imam die oproept om hen als mensen te zien, niet als beesten.
De bundel Constantijn de Grote. Traditie en verandering, samengesteld door Olivier Hekster en Corjo Jansen en uitgegeven door Vantilt, biedt een genuanceerd beeld van de keizer die een einde maakte aan christenvervolgingen en het christendom tot staatsgodsdienst maakte. Acht Nederlandse historici onderzoeken de diverse aspecten van Constantijns heerschappij, die balanceerde tussen traditie en vernieuwing. De bundel stelt dat de bevordering van publieke erediensten en de wederzijdse dienstbaarheid tussen religie en keizerschap geen breuk met het verleden vormden. Kerkhistoricus Peter Nissen betoogt dat Constantijn om politieke redenen koos voor het christendom, vanwege zijn universalistische en monistische karakter, wat een aantrekkelijk model bood voor keizerlijk gezag.

De Filmcarrière van Joris Ivens
Filmmaker George Sluizer, die in 2007 ternauwernood een levensbedreigende aandoening overleefde, liet zijn biografie schrijven door Hans Heesen. Het resultaat is het boek Wie zijn ogen niet gebruikt, is een verloren mens (Nijgh en Van Ditmar), een uitgesponnen vraaggesprek dat een goede voorbereiding vormt op Sluizers film Dark Blood, die na twintig jaar voltooid werd en in première gaat op het Nederlands Film Festival.
De poëziedebuut van Kira Wuck, Finse meisjes (Podium), kenmerkt zich door een levendige taal en rijkelijk aanwezige alcohol, vergelijkbaar met het werk van Joseph Roth. Wuck, winnares van het Nederlands Kampioenschap Poetryslam 2012, beschrijft in het titelgedicht hoe Finse meisjes zich niet snel laten benaderen.
Na het voltooien van Till l'Espiègle nam Joris Ivens een periode van rust. Te midden van ideologische onzekerheden vestigde hij zich definitief in Parijs, hoewel zijn loyaliteit aan de DDR onaangetast bleef. Zijn bescheiden appartement aan de rue de la Bûcherie, met uitzicht op de Notre Dame, contrasteerde met zijn internationale faam. Chinese artiesten waren verbaasd dat een internationaal gerespecteerd kunstenaar, die de Wereldvredesprijs had ontvangen, in zulke sobere omstandigheden woonde. Ivens beschouwde bezit als ballast en voelde zich vrij om opnieuw te beginnen. Deze houding bleef consistent gedurende zijn leven, zelfs in zijn latere jaren toen hij zich meer neerlegde bij een vaste woonplaats, maar nog steeds genoot van het inpakken van zijn koffers.

Gedurende zijn verblijf in Parijs onderhield Ivens een uitgebreide correspondentie met Ewa Fiszer, die in Warschau woonde. Zijn brieven, vaak talrijk en gedetailleerd, getuigen van zijn verlangen naar haar en zijn eenzaamheid. Hij hield zelfs lijsten bij van zijn post om zeker te zijn dat brieven uit landen als China niet verloren gingen. Ondanks zijn uitingen van liefde en verlangen, gaf hij ook signalen van jaloezie en een wens dat zij nieuwe vrienden zou maken. Ewa had zich hun huwelijk anders voorgesteld, en haar onvrede uitte zich soms in stilzwijgen. Ivens bleef geruststellende brieven sturen, terwijl zij bleef hopen en klagen.
Marion Michelle, door sommigen aangeduid als 'de tweede mevrouw Ivens', trad op als contactpersoon voor Ivens wanneer hij in het buitenland verbleef. Zij zorgde voor de tijdige vertoning van zijn films, de gereedheid van ondertitels en de doorgeef van geld. Dankzij haar functie bij de Fédération Internationale des Archives du Film (fiaf) beschikte zij over een uitgebreid netwerk.
Filmhistoricus Georges Sadoul inspireerde Ivens tot het maken van een film over de Seine. Hun gezamenlijke wandelingen langs de rivier onthulden een gedeelde visie, waarbij ze gelijktijdig dezelfde details opmerkten, zoals spelende kinderen op vrachtschepen. Ze besloten tot samenwerking en werkten, naar het voorbeeld van Dziga Vertov, met een 'draaiplan' in plaats van een draaiboek. Dit plan bestond uit een plattegrond van de Seinebruggen met aantekeningen over specifieke observaties, zoals het 'ontbijt van de ateliermeisjes' bij de Pont Royal.

La Seine a rencontré Paris, de film die voortkwam uit deze samenwerking, werd de eerste productie van Garance Films, een productiemaatschappij opgericht door Roger Pigaut, Betsy Blair en Serge Reggiani. De film is een beeld van Parijs gezien vanaf de rivier. De opnames vonden plaats vanaf een brandweerboot, waarbij cameralieden zich verkleedden als arbeiders om onopgemerkt mensen te filmen. Het resultaat was een a-politieke film die Ivens' optimisme met een vleugje melancholie weerspiegelt. De film toont alledaagse scènes: vissers, minnende koppels, arbeiders, verkeer, cafés en spelende kinderen, waarbij de Seine als getuige voorbijstroomt.
Jacques Prévert, de Franse dichter en scenarist, leverde het commentaar voor de film, dat werd ingesproken door Reggiani. In een toelichting bij de film gaf Ivens aan behoefte te hebben aan een romantische reactie op de excessen van de film noir. Critici deelden dit sentiment, en Cynthia Grenier prees La Seine in Sight and Sound als een van de meest tedere en treffende films over Parijs, waarbij ze Ivens' werk typeerde als dat van een 'romantisch naturalist'. Ivens verzette zich tegen deze analyse, stellende dat zijn politieke films net zozeer kunst waren als zijn esthetische werken.
Ivens beschouwde films als De brug en Regen als 'vingeroefeningen', films die niet zozeer ergens over gingen, maar wel mijlpalen in de documentairegeschiedenis vormden. In de periode 1956-1957 reisde hij naar China, waar hij werd uitgenodigd een film te maken. Hij verbleef in een tweekamersuite in Hotel Peking en bracht het grootste deel van 1958 door in China. Hij had ontmoetingen met hoge partijleiders en werd aangesteld als general consultant bij de Centrale Studio voor Nieuws- en Documentaire Films, en docent aan de Filmacademie. Hij adviseerde de studio om te focussen op kwaliteit in plaats van kwantiteit en moedigde jonge filmmakers aan om hun werk te baseren op het dagelijks leven en de Chinese idealen.
This photo shocked Robert Capa who took it
Zijn bezoek aan China in 1971, na de culturele revolutie, was een belangrijke gebeurtenis. Hij en Marceline Loridan reisden drie maanden door het land, bezochten talrijke instellingen en fabrieken, en werden ontvangen door hoge partijleiders, waaronder premier Zhou Enlai en Mao Zedongs echtgenote Jiang Qing. Ivens maakte notities van zijn gesprekken met Zhou Enlai, die zijn rapporten over de cinema in het Westen en zijn reis door China waardeerde. Zhou suggereerde dat Ivens de film die hij in China zou maken, zelf moest regisseren om deze toegankelijk te maken voor een internationaal publiek. De film zou gaan over de demoralisatie onder Amerikaanse soldaten in Vietnam.
De terugkeer naar Parijs was een schok na de euforische revolutionaire sfeer in China. Ivens en Loridan ervoeren een 'mentale opdonder' door de gespannen en agressieve sfeer in de Franse hoofdstad. In een artikel beschreven zij het onderwijs in China, waar scholen werden geleid door revolutionaire comités en kinderen werden opgevoed tot voortzetters van de revolutie. Ze prezen de sociale betrokkenheid van de bevolking, die politie overbodig maakte.
Ivens bleef zich politiek engageren en steunde diverse linkse doelen, zoals de actie tegen de aanleg van een metrolijn in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt. Hij correspondeerde met activisten en nodigde Tine Hofman uit om haar filmmateriaal te monteren in Parijs. Ook organisaties als Proloog, de Vereniging Nederland-China en het Medisch Comité Nederland-Vietnam konden op zijn steun rekenen. Hij bezocht het hoofdkwartier van de Kommunistische Partij Nederland/Marxistisch-Leninistisch.
Tijdens de vredesonderhandelingen tussen Noord-Vietnam en de Verenigde Staten in Parijs, onderhield Ivens contacten met de Noordvietnamezen. Hij uitte zijn zorg over de schending van de akkoorden door de Amerikaanse en Zuidvietnamese regering. Hij werd geconfronteerd met een verzoek om informatie over een foto die hij in 1967 in Hanoi had genomen, waarop een Amerikaanse piloot te zien was.
Ivens' radicalisering bereikte een hoogtepunt begin jaren zeventig, mede door de nasleep van 'mei 1968' in Parijs. Hij was aanwezig bij de begrafenis van de jonge maoïst Pierre Overnay en werd onderdeel van les pétitionnairs, een groep prominenten die zich inzette voor linkse doelen door middel van verzoekschriften en verklaringen. Ondanks zijn ideologische nabijheid tot maoïstische groeperingen, sloot hij zich niet bij hen aan, maar werkte hij wel samen in concrete acties. Hij kreeg kritiek uit de zaal tijdens een symposium in West-Berlijn, waar hij zijn standpunten over de klassenstrijd en politieke organisaties uiteenzette.

tags: #de #seine #ivens #ondertitels