Het aantal leerlingen op islamitische basisscholen in Nederland is de afgelopen tien jaar aanzienlijk gestegen, met een toename van 60 procent. Deze groei gaat gepaard met een verbetering van de onderwijskwaliteit, wat onder andere wordt toegeschreven aan een betere organisatie van het bestuur. Dit stelt religiewetenschapper Cok Bakker in een gesprek met Radio EenVandaag.
De cijfers van Dienst uitvoering Onderwijs (Duo), opgevraagd door De Volkskrant, tonen een stijging van 9.324 leerlingen in 2008 naar 15.078 in 2018. Cok Bakker, verbonden aan de Universiteit Utrecht, verklaart deze groei door de kwaliteitsverbetering binnen het islamitisch onderwijs. "Het bestuur is beter georganiseerd en daarmee is de beeldvorming ook verbeterd. Dat zie je terug in de onderwijskwaliteit", aldus Bakker.
Islamitische Scholen Scoren Hoog op Cito-Toets
Opvallend is dat islamitische scholen al vijf jaar op rij de beste scores behalen op de Cito-toets. Lerares Debbie Dussel, die zes jaar werkzaam was op de As-Soeffah basisschool in Amsterdam Zuid-Oost, begrijpt deze prestatie goed. Zij benadrukt de islamitische waarde van levenslang leren: "Vanuit de islam geldt: 'je leert van wieg tot graf'." Dussel ervoer een uitzonderlijke betrokkenheid van ouders op deze school, evenals een sterke prestatiedrang bij zowel ouders als kinderen. "En bij hen geldt ook heel duidelijk: luister naar de leraar, anders krijg je het je thuis te horen."

Uitdagingen en Kritiek op Groei
Nederland telt momenteel 54 islamitische basisscholen en twee scholen voor voortgezet onderwijs. De groei van het islamitisch onderwijs stuit echter niet op universele instemming. Tegenstanders uiten hun zorg over het mogelijke verlies van grip op de lesstof en progressieve normen en waarden. Sommigen pleiten zelfs voor de afschaffing van wetsartikel 23, dat de vrijheid van onderwijs garandeert.
De Illusie van Gelijkvormigheid
Religiewetenschapper Cok Bakker nuanceert deze zorgen. Hij acht het te kort door de bocht om te stellen dat openbare scholen automatisch tot meer gelijkvormigheid zouden leiden. "Dan gaan juist weer andere variabelen meespelen; sociaal-economische factoren, de wijk waarin de school staat, etniciteit," merkt hij op. Bakker waarschuwt voor het ontstaan van scholen die zich enkel richten op "ons soort mensen", waarbij religie minder belangrijk wordt, maar andere verschillen juist naar voren komen.
Bakker benadrukt het belang van de vrijheid die scholen hebben om hun eigen invulling aan het onderwijs te geven, mits er een ondergrens is aan wat niet acceptabel is. Hij is echter kritisch op de wens van de politiek om de volledige inhoud van de lesstof te bepalen. "Die vrijheid voor scholen zou ik niet kwijt willen," stelt hij.
Diversiteit en Respect binnen het Onderwijs
Lerares Debbie Dussel gelooft dat onbekendheid leidt tot onbemindheid. Zij deelt haar eigen initiële angsten en vooroordelen over moslims, die echter verdwenen toen ze op de As-Soeffah school ging werken. Ze beschrijft de school als zeer tolerant, waar ook aandacht was voor Sinterklaas en Kerst, en waar zij als niet-gelovige welkom was om les te geven. De sleutel, volgens Dussel, ligt in het principe dat "onderwijs op de eerste plaats staat en religie op twee".
Hoewel Dussel twijfels had bij gescheiden gymlessen voor jongens en meisjes, en hoorde van collega's op strengere scholen over het verbod op het kijken van "bewegende beelden", meent zij dat er ruimte moet zijn voor verschillen zolang onderwijs voorop staat.
Standpunten over Artikel 23 en Segregatie
De voorzitter van de koepelvereniging van islamitische schoolbesturen stelt dat de geloofsidentiteit van islamitische scholen bijdraagt aan de onderwijskwaliteit. Cok Bakker is het hier niet volledig mee eens en stelt dat "van diversiteit kun je ook veel leren. Verzuiling maakt dat scholen zich aanpassen aan wat leerlingen thuis al leren. Door diversiteit bereid je kinderen beter voor op de maatschappij."

De wet 'Meer ruimte voor nieuwe scholen', ingevoerd in 2021, heeft de oprichting van nieuwe scholen, waaronder veel islamitische, vergemakkelijkt. Demissionair staatssecretaris voor Funderend Onderwijs en Emancipatie, Mariëlle Paul, pleit echter voor een modernisering van wetsartikel 23. Ze uit zorgen dat het systeem segregatie en polarisatie in de hand werkt, en dat de wet, ondanks goede intenties, onvoldoende is afgewogen op het gebied van segregatie en de druk op middelen en personeel.
"Het zou goed zijn als kinderen veel meer samen naar school gaan," aldus Paul, die de wet "Meer ruimte voor nieuwe scholen" als een minder goed plan beschouwt vanwege de extra druk op het onderwijs, zoals het lerarentekort en onderwijshuisvesting.
De Controverses rondom het Cornelius Haga College
Het Amsterdamse raadslid Rutger Groot Wassink (GroenLinks) roept op om de nieuwe islamitische middelbare school, het Cornelius Haga college, een kans te geven, ondanks zijn persoonlijke afkeur. Hij benadrukt het principe van onderwijsvrijheid en stelt dat de onderwijsinspectie toezicht moet houden.
Redouan Boudil, bestuurder van meerdere islamitische basisscholen, uit echter teleurstelling over de komst van het Cornelius Haga college. Hij vindt dat de oprichters geen samenwerking hebben gezocht en heeft geen vertrouwen in de onderwijskwaliteit. Boudil bekritiseert het gebrek aan communicatie met de buitenwereld over de plannen van de school. Groot Wassink zou het liefst artikel 23 in de grondwet willen afschaffen, omdat aparte scholen op basis van religie volgens hem tot segregatie leiden.