In de afgelopen week gingen 59 op de 100.000 mensen met griepklachten naar de huisarts, wat een stijging is ten opzichte van de 51 huisartsbezoeken per 100.000 mensen in de week daarvoor. De grens voor een griep-epidemie ligt op 46 huisartsbezoeken per 100.000 mensen. Hoewel het uitroepen van een epidemie geen directe gevolgen heeft voor de gezondheidszorg, begon de epidemie dit jaar later dan vorig jaar, toen eind januari sprake was van een epidemie. De piek lag vorig jaar ook hoger, met 118 huisartsbezoeken per 100.000 mensen begin februari, en de epidemie was eind maart voorbij.

Onderzoekers kijken voor het vaststellen van een epidemie niet alleen naar het aantal huisartsbezoeken, maar ook naar de frequentie waarmee het griepvirus wordt aangetroffen in afgenomen monsters. Dit is belangrijk omdat griepachtige klachten ook door andere ziekteverwekkers kunnen worden veroorzaakt. In de onderzochte monsters is ook een toename van het griepvirus zichtbaar.
Influenza en Risicogroepen
Griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Na besmetting kunnen mensen symptomen ervaren zoals hoesten, koorts, vermoeidheid, hoofdpijn, keelpijn en spierpijn. Hoewel de meeste mensen zelf uitzieken, lopen bepaalde patiënten risico op complicaties. Dit geldt met name voor mensen van 60 jaar en ouder, mensen met een longziekte en mensen met diabetes.
Hoewel de meeste mensen met griep niet naar de huisarts gaan, geeft de minderheid van vooral kwetsbare mensen die wel medische hulp zoekt, een goede indicatie van de verspreiding van griepvirussen.
Gezondheid en Leefomgeving: Beleidsregels voor Gedragsstimulering
Beleidsmakers kunnen regels met betrekking tot bewegen, groen en ontmoetingsmogelijkheden inzetten om straten en wijken zo in te richten dat mensen zich prettiger voelen en gezonder gedrag vertonen. Om beweging te stimuleren, wordt voorgesteld om binnen 200 meter van elk huis een speelplek voor kinderen in te richten, en een stuk beweeggroen van minimaal 1 hectare (zoals een grasveld) dat vanuit ieder huis binnen 300 meter te bereiken is. Daarnaast zouden binnen 1,5 kilometer van elk huis minimaal drie typen sportaccommodaties beschikbaar moeten zijn.
Meer groen in de buurt biedt ook gezondheidsvoordelen. Elk huis zou uitzicht moeten hebben op natuur, zoals bomen, een bosje, groene gevel of tuin. Een 'netwerk van groen' kan tevens bescherming bieden tegen bijvoorbeeld hittestress.
Stimuleren van Sociale Interactie
Om mensen te stimuleren elkaar meer op te zoeken, zijn bredere stoepen wenselijk, zodat mensen makkelijker een praatje kunnen maken zonder anderen te hinderen. Ook zou er om de 125 meter een zitplek moeten zijn, bij voorkeur op schaduwrijke plekken en aan de rand van bijvoorbeeld een plein, 'zodat er iets te zien is'. Kunstwerken of andere objecten kunnen daarnaast een gesprek tussen onbekenden op gang brengen, aldus het instituut.
Deze vuistregels zijn tot stand gekomen op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, gemeenten, GGD'en en provincies. Het is de bedoeling dat deze lijst in de toekomst wordt aangevuld met regels voor andere onderwerpen.
PFAS in het Nederlandse Bloed
Iedereen in Nederland heeft verschillende soorten PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) in het bloed, concludeert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) na eigen onderzoek. Het RIVM onderzocht 1500 bloedmonsters uit heel Nederland, afgenomen in 2016 en 2017. In vervolgonderzoek zullen ook dit jaar afgenomen monsters worden geanalyseerd.

"Dat mensen meer PFAS in hun bloed hebben dan de gezondheidskundige grenswaarde, wil niet zeggen dat mensen meteen ziek worden door PFAS. Het betekent wel dat PFAS effect kan hebben in het lichaam. Het immuunsysteem kan bijvoorbeeld minder goed gaan werken", duidt het RIVM de resultaten. De effecten zijn afhankelijk van de hoeveelheid PFAS, de duur van de blootstelling en iemands persoonlijke gezondheidssituatie.
PFAS-concentraties per Regio
In bijna alle bloedmonsters zijn minimaal zeven verschillende PFAS aangetroffen. De chemische stof PFOS was het meest voorkomend in het bloed, gevolgd door PFOA. Het RIVM heeft met extra aandacht de regio's Dordrecht en rond de Westerschelde onderzocht, vanwege de nabijheid van fabrieken waaruit PFAS in de omgeving is terechtgekomen. Bij inwoners uit de regio Dordrecht werd met name meer PFOA gevonden dan gemiddeld in Nederland, terwijl rond de Westerschelde de hoeveelheid PFOS hoger was.
Uit eerder onderzoek van het RIVM bleek dat Nederlanders via voedsel en drinkwater te veel PFAS binnenkrijgen. Hoewel PFAS moeilijk afbreken, kunnen ze wel langzaam uit het lichaam verdwijnen. Om de hoeveelheid PFAS op termijn onder de grenswaarde te krijgen, is het noodzakelijk dat mensen minder PFAS binnenkrijgen. Bedrijven en overheden kunnen hierin een belangrijke rol spelen door maatregelen te nemen.
De stof PFOS is verboden sinds 2008 en PFOA sinds 2020. Desondanks is contact met PFAS voor mensen bijna niet te voorkomen, aangezien deze stoffen in heel Nederland voorkomen in de bodem, voedsel en drinkwater. Het Voedingscentrum adviseert om gevarieerd te eten om de inname van PFAS te verminderen.
Sterfte door Hitte: Een Dalende Trend met Aanhoudende Risico's
De sterfte tijdens hete dagen is sinds 2010 sterk gedaald, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het RIVM. In de eerste tien jaar van deze eeuw bedroeg het aantal sterfgevallen door hitte naar schatting 7000, terwijl dit aantal in de tien jaar daarna daalde tot 4300. Echter, op extreem hete dagen blijft het risico op sterfte aanzienlijk.
Deze daling wordt mede toegeschreven aan de toenemende bewustwording over de risico's van hitte, mede door de aandacht voor de hittegolven in 2003 en 2006. Het Nationaal Hitteplan, dat sinds 2007 bestaat en in 2010 voor het eerst werd geactiveerd als waarschuwingssysteem, kan ook een rol spelen bij de ondersteuning van kwetsbare groepen.

Het risico om te sterven tijdens hitte daalde vooral onder ouderen, vrouwen en mensen die in buurten met veel lage inkomens wonen. Hoewel het risico ook onder 90-plussers daalde, bleef het geschatte aantal doden in beide perioden gelijk, mede door de vergrijzing. De onderzoekers zagen echter dat de sterfte tijdens de echt extreem hete dagen in 2019 flink verhoogd was. Op 25 juli 2019, de heetste dag ooit gemeten in Nederland met temperaturen boven de 40 graden (record 40,7 graden), nam het aantal sterfgevallen aanzienlijk toe.
Op 26 juli 2019 waren er 549 sterfgevallen, bijna 150 meer dan gemiddeld op een zomerdag. Dit is een uniek cijfer, aangezien op geen enkele andere dag in de zomerperiode 2000-2019 het sterftecijfer boven de 500 lag. Dit is zorgelijk, omdat klimaatverandering de hitte nog verder kan doen toenemen.
Klimaatverandering en Hitte in de Toekomst
Volgens klimaatscenario's voor Nederland neemt het aantal tropische dagen (temperaturen boven de 30 graden) toe. Afhankelijk van de mate waarin klimaatverandering wordt tegengegaan, kan het aantal tropische dagen rond 2100 stijgen van gemiddeld 5 naar 9 per jaar, of zelfs naar 30 per jaar bij aanhoudende stijging van de uitstoot van broeikasgassen. Dagen met 40 graden komen dan bijna elk jaar voor.
Het is een misverstand dat sterfte door hitte alleen ouderen treft die anders toch spoedig zouden overlijden. Er zijn ook kerngezonde ouderen bij die nog jaren langer hadden kunnen leven. Dit wordt onderbouwd door het uitblijven van een significante ondersterfte in de dagen na een hittegolf.
Rechtelijke Uitspraak Betreffende een 'Nep-Professor' bij het RIVM
In een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland is geoordeeld over een medewerker van het RIVM die de titel van professor of hoogleraar onrechtmatig bleef gebruiken na 2020. De man, die eerder bij babyvoedingsbedrijf Nutricia werkte en voor één dag per week bijzonder hoogleraar was aan de Universiteit van Amsterdam (2015-2020), kwam in 2022 in dienst bij het RIVM.
Volgens het RIVM had de man de titel na 2020 niet meer mogen gebruiken en zou hij hierdoor bij indiensttreding een te hoog salaris zijn toegekend. Tevens stelde het RIVM dat de man door het gebruik van de titel afbreuk deed aan de naam en betrouwbaarheid van de organisatie, wat als reden voor ontslag werd aangevoerd.
De man protesteerde tegen het voorgenomen ontslag en stelde dat hij ervan uitging dat hij zijn titel mocht blijven gebruiken. Hij had navraag gedaan bij de decaan van de universiteit, die aangaf dat alles kon doorlopen zolang er geen officiële beëindigingsbrief was ontvangen.
De kantonrechter oordeelde dat de man zichzelf geen professor of hoogleraar meer had mogen noemen, mede gebaseerd op het Hooglerarenbeleid van de universiteit en het feit dat er geen herbenoeming volgde. De rechter achtte de man 'onzorgvuldig' door na 2020 op zijn verleden als hoogleraar te blijven bouwen, en stelde dat 'bescheidenheid op zijn plaats zou zijn geweest'.
De rechter kon echter niet vaststellen dat de man als gevolg van zijn titel een hoger salaris ontving; de salarisschaal leek eerder gebaseerd op zijn ervaring en netwerk. Het RIVM werd tevens verweten dat de kwalificatie 'niet integer' te zwaar was, hoewel het gebruik van de titels wel als 'onzorgvuldig en onjuist' werd bestempeld.
Uiteindelijk mag het RIVM de man niet ontslaan. De rechter adviseerde de partijen zich minder te richten op de hoogleraarstitel en te kijken naar het grotere geheel om het onderliggende conflict op te lossen. Het RIVM zal wel opdraaien voor de proceskosten van bijna 1000 euro, maar niet voor de advocatenrekening van de werknemer.
Luchtkwaliteit: Hoge Fijnstofconcentraties in Nederland
Het RIVM meldt dat de luchtkwaliteit in Nederland 'onvoldoende' is en mogelijk lokaal 'slecht', voornamelijk boven de lijn Amsterdam-Arnhem, maar vermoedelijk ook in het midden van het land. Dit wordt veroorzaakt door een hoge concentratie fijnstof.
Een hoge concentratie fijnstof kan leiden tot een afname van de longfunctie, met name bij mensen met longaandoeningen zoals astma, chronische bronchitis of longemfyseem, en bij mensen met hart- en vaatziekten. Zij kunnen klachten voorkomen of verminderen door zich niet te veel in te spannen en eventueel medicatie aan te passen in overleg met een arts.

De hoge fijnstofconcentraties zijn afkomstig 'vanaf het Europese vasteland' en zijn door een oostelijke wind naar Nederland gekomen. De concentraties breiden zich langzaam naar het zuiden en westen van het land uit. Het rustige winterweer zorgt voor weinig verspreiding, waardoor de concentraties gedurende de dag hoog blijven. Het RIVM sluit niet uit dat ook het midden en de zuidelijke helft van Nederland te maken krijgen met hogere concentraties. Vanaf middernacht wordt met een draaiende wind naar het noorden schonere lucht verwacht.