Radio was begin 20e eeuw de belangrijkste bron van informatie en entertainment. Maar in de jaren 1920 en 1930 zette een nieuw medium zijn eerste voorzichtige stappen: televisie.
De Tweede Wereldoorlog vertraagde de ontwikkeling van televisietoestellen, omdat elektronicabedrijven druk bezig waren met het produceren van goederen die de wapenindustrie hard nodig had. Zelfs in de VS stond de televisie stil. Vóór 1947 waren er slechts een paar duizend tv’s in het land, terwijl de Britten voorop liepen met ongeveer 20.000 tv’s. Slechts vijf jaar later bezaten 12 miljoen Amerikanen er een.
Elektronicabedrijven zagen het potentieel voor enorme winsten, terwijl politici in hun nopjes waren met een nog effectiever medium om het publiek te informeren. Uit een Amerikaans onderzoek uit de jaren 1950 van Rutgers University bleek dat tv-kijkers enthousiast waren. Velen benadrukten dat de televisie de familie samenbracht en sommigen hadden zelfs het idee dat ze er een nieuw familielid bij hadden gekregen. Vanaf dat moment kon niets de opmars van tv meer stuiten.

De Vroege Jaren van Televisie
1925: Het Poppenhoofd als Eerste TV-Ster
Nu geldt de Schot John Baird als een groot uitvinder. Maar in 1925 schudden de meeste mensen meewarig het hoofd toen hij zijn vinding toonde ‘die de wereld zou veranderen’. Op 25 maart stuurde Baird beelden van een griezelig uitziend poppenhoofd via radiogolven van de ene ruimte in het Londense warenhuis Selfridges naar de andere. Het was een pop omdat het primitieve toestel de details van een menselijk gezicht niet kon weergeven.
1930: Dure Ronde Televisies voor de Elite
Ook andere uitvinders hielden zich bezig met televisies voor in de huiskamer. Hun eerste versies hadden een klein, rond scherm en kostten een fortuin. De goedkoopste kostten zo’n 9000 euro (naar huidige maatstaven), maar dan had je ook een korrelig zwart-witbeeld. Tv-programma’s waren er nauwelijks, dus de meeste mensen kochten alleen een toestel om te laten zien dat ze het konden betalen. In het VK zond de BBC nog geen vier uur tv per week uit en alleen ’s ochtends vroeg en rond middernacht. Radio was nog steeds het belangrijkste medium.
1936: Nazi-Duitsland Zendt de Olympische Spelen Live Uit
Tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn zagen verbaasde toeschouwers de grote camera’s in het stadion. De beelden werden gezien door zo’n 160.000 Duitsers op openbare televisieschermen in postkantoren in heel Hitler-Duitsland. Zo konden ze de gebeurtenissen in Berlijn live volgen. De Spelen van 1936 waren het eerste sportevenement in de geschiedenis dat op televisie werd uitgezonden.

De Opkomst van Commerciële Televisie en Nieuwe Technologieën
1941: Reclames Maken Televisie Winstgevend
Landelijke, commerciële tv-zenders ontstonden in 1941, toen de Amerikaanse radiostations NBC en CBS de tv-markt betraden. Er begon geld binnen te stromen omdat adverteerders hun naam aan programma’s konden verbinden en door spots tussen programma’s te laten zien.
1948: Milton Berle, de Eerste Televisie-Ster
Milton Berle (1908-2002) kwam in 1948 de huiskamers van de Amerikanen binnen. Zijn amusementsprogramma ‘Texaco Star Theatre’ werd elke dinsdag om 20.00 uur bekeken door 97 procent van de kijkers. Zelfs de waterleidingbedrijven merkten dat iedereen aan de buis gekluisterd zat, want om 21.00 uur, als de show was afgelopen, ging iedereen naar de wc. Berle kreeg de bijnaam Mr Television, en waarschijnlijk was hij de drijvende kracht achter de verdubbeling van de verkoop van tv-toestellen in de VS in 1949 tot 2 miljoen.
1955: De Draadloze Afstandsbediening, "De Föhn"
Al in 1950 beseften elektronicabedrijven dat tv-kijkers niet graag opstaan als ze eenmaal zitten. Daarom kreeg de eerste afstandsbediening de naam Lazy Bones. Hij was verbonden met de tv via een lange kabel waarover je makkelijk kon struikelen, en in 1955 kreeg hij concurrentie van de eerste draadloze afstandsbediening: de Zenith Flash-Matic, die eruitzag als een föhn.

De Kleurenrevolutie en Uitbreiding van het Aanbod
1967: Kleurentelevisie Komt Beschikbaar, Maar Nog Niet Gewild
Al in 1928 was tv-pionier John Baird in staat om kleurenbeelden weer te geven, maar pas in de jaren 1960 begonnen kijkers peperdure kleurentelevisies te kopen. In 1964 bezat slechts 4 procent van de Amerikanen een kleurentelevisie, want maar een fractie van de programma’s werd in kleur uitgezonden. Ze waren duur om te maken. Kleurentelevisies waren pas drie jaar later in Europa verkrijgbaar. Hoewel de kleuren-tv in 1972 het zwart-wittoestel in de VS inhaalde, duurde het tot 1985 voordat een meerderheid van de Nederlandse kijkers een kleuren-tv bezat.
3.7 soorten kleuren (beeldaspect)
1979: Satellietantennes Vergroten het Programma-Aanbod
Terwijl de meeste Amerikanen in de jaren 1960 uit drie tv-zenders konden kiezen, moesten veel Europeanen het doen met één zender. Wij hadden vanaf 1964 wel Nederland 1 en Nederland 2. In 1979 kwamen de eerste schotelantennes, en via satellieten konden kijkers plotseling meer dan 100 tv-programma’s uit andere landen ontvangen.
De Digitale Transformtie en de Toekomst van Televisie
1992: De Intrede van het Flatscreen
Tientallen jaren waren televisies grote, lompe dozen met een lange beeldbuis achter het scherm. Maar in 1992 introduceerde het Japanse Fujitsu de eerste plasma-tv. Het platte scherm mat 21 inch en vijf jaar later overtrof het bedrijf zichzelf met een gigantische 42 inch-tv van slechts 7,5 cm diep. Het tijdperk van het huisaltaar was voorbij. De tv was geen groot meubelstuk meer, maar kon op een plank worden gezet of aan de muur worden gehangen.

2025: Televisie in de Achterzak
Paradoxaal genoeg luidt het jubileum van de tv ook het einde van het televisietijdperk in. Kijkers zitten niet meer per se voor hun toestel in de woonkamer te kijken naar wat de zenders ze voorschotelen. Je kunt nu altijd en overal tv kijken, ook zonder televisie. Elke dag streamen miljoenen mensen hun favoriete programma’s op hun smartphone.
De Geschiedenis van Televisie in Nederland
De Pioniers en de Eerste Uitzendingen
De uitvinder van de tv was John Logie Baird. Samen met andere ingenieurs ontwikkelde hij de eerste tv, waarop hij in 1884 patent aanvroeg. In 1926 demonstreerde hij voor het eerst de tv aan het publiek en drie jaar later, in 1929, werden de eerste beelden via een beeldbuis vertoond in het Kurhaus in Nederland. Daar stond een televisie met een scherm van 30cm bij 30cm waar wel 20 mensen tegelijkertijd naar konden kijken. Dat was revolutionair voor die tijd!
Erik de Vries was een van de eerste zenderpioniers. Zenders waren misschien wel het belangrijkste onderdeel van de televisiegeschiedenis, want zonder zenders was er niets te zien op de buis. Twee jaar na dato werd de NTS (Nederlandse Televisie Stichting) opgericht. Hier zaten vier grote omroepverenigingen in: AVRO, KRO, VARA en NCRV. Later kwam hier nog de VPRO bij.
De eerste echte televisie-uitzending was op 2 oktober 1951. Om 20.15 uur openden staatssecretaris mr. Cals en NTS-voorzitter professor J. B. Kors vanuit de NTS-studio de uitzending. Vervolgens was te zien hoe beiaardklokken (een muziekinstrument) gemaakt werden en de uitzending sloot af met het spel de Toverspiegel. Daarna was er gewoon niets meer te zien op tv. We kunnen het ons niet meer voorstellen, maar zo ging dat toentertijd. Hoe anders werkt de uitzendtechniek nu!

Betalen voor Televisie en de Komst van Kleur
In 1956 werd er een officieel televisienetwerk aangelegd. Vanaf dat moment moest je ook kijk- en luistergeld betalen als je thuis tv wilde kijken. Van dit geld werden de programma’s van de publieke omroep gemaakt. Dit was het eerste moment in de geschiedenis van de tv dat je ervoor moest betalen.
De eerste experimentele televisieuitzending in kleur voerde Philips uit op 10 april 1956. Acht jaar later, in 1964, startte Philips een testfase met 100 werknemers van het bedrijf, die ieder een kleuren-tv meekregen naar huis om te testen. Elf jaar later, op 21 september 1967, ging de publieke omroep in Nederland met kleurentelevisie van start en sindsdien is tv zonder kleur niet meer weg te denken uit onze woonkamers.
Commerciële Televisie en het Groeiende Aanbod
Jarenlang konden mensen alleen maar NTS-programma’s kijken, want pas in 1989 kwamen de eerste commerciële televisiezenders: RTL en Véronique. Deze zonden uit vanuit het buitenland, want officieel mocht er geen commerciële televisie uitgezonden worden in Nederland. Door Europese wetgeving mocht Nederland buitenlandse zenders niet verbieden en zo konden de eigenlijk Nederlandse zenders toch het publiek in ons land bereiken. Vanwege deze doorbraak kunnen we tegenwoordig naar programma’s kijken, zoals All You Need Is Love en The Voice of Holland.
In 1993 is de ‘dag-televisie’ geïntroduceerd en vanaf dat moment is de televisie echt niet meer weg te denken uit de huiskamer. De hele tv-gids staat vol met programma’s en zenders. Inmiddels zijn er zoveel zenders dat je op elk moment van de dag kunt kijken naar wat je wilt. En met alle online zenders kun je zelfs kijken waar je maar wilt!
3.7 soorten kleuren (beeldaspect)
Technologische Ontwikkelingen en Verschillende Kleursystemen
De kleurentelevisie is een uitvinding die in Japan en Verenigde Staten verscheen op 23 september 1965 en daarna ingang kreeg in andere landen. In Nederland werd kleuren-tv op 21 september 1967 geïntroduceerd en in België op 1 januari 1971. De Nederlandse Antillen kregen kleurentelevisie in 1973, Suriname volgde in 1977.
Een Armeense uitvinder, Hovhannes Adamyan, experimenteerde al in 1907 met kleurentelevisie. In 1978 was al 61% van de huishoudens in bezit van een kleuren-tv. De televisieverslaggever gaf ten behoeve van zwart-witkijkers bij een voetbalwedstrijd nog tot ongeveer begin jaren tachtig door welke voetbalteams in lichte en welke in donkere shirts speelden.
De kleursystemen zijn volledig compatibel met zwart-wit. Een kleurenuitzending is ook te ontvangen met een zwart-wittelevisie, uiteraard zonder kleur, maar zonder technische aanpassingen. In Europa wordt een systeem gebruikt met de naam PAL, terwijl in Amerika een ouder systeem, NTSC, wordt gebruikt. Frankrijk heeft nog een ander systeem ontwikkeld genaamd SECAM, dat onder andere door Oost-Europese landen wordt gebruikt. De verschillen in deze drie systemen bestaan voornamelijk uit hoe het probleem van het verlopen van het kleurenspectrum door kleine faseverschillen in het ontvangstsignaal worden opgelost. Deze faseverschillen zijn vaak het onvermijdelijke gevolg van imperfecties in het ontvangen antennesignaal doordat de elektromagnetische golven van het televisiesignaal vaak door gebouwen en andere obstakels weerkaatst worden. PAL en SECAM hebben elk een oplossing voor dit probleem. Bij NTSC moeten kleurfouten soms met de hand gecorrigeerd worden. NTSC wordt daarom wel als inferieur beschouwd, en gekscherend 'Never The Same Color' genoemd. Maar NTSC is wel degelijk een technisch hoogstandje.
De beeldbuis van een kleurentelevisie is aanmerkelijk anders dan die van een zwart-wit-toestel, net als de opnameapparatuur. Intern is alles driemaal uitgevoerd: 1 maal voor rood, 1 maal voor blauw en 1 maal voor groen.
De Technische Basis van Televisie
Televisie of tv is een telecommunicatiesysteem voor het verzenden en ontvangen van bewegende beelden en geluid. De televisie is in de 20e eeuw uitgegroeid tot een massamedium dat miljarden mensen bereikt. Aanvankelijk waren de beelden die werden verzonden enkel in zwart-wit, maar later werd er ook in kleur uitgezonden. Hiervoor was een nieuw soort televisie nodig: de kleurentelevisie.
Lineaire televisie is de traditionele manier van uitzenden en kijken van televisie: terwijl het wordt uitgezonden wordt het (door alle kijkers tegelijk) bekeken. Soms is er een herhaling, bijvoorbeeld bij een wekelijkse uitzending die op een andere dag nog een keer wordt uitgezonden, of een incidentele herhaling van een uitzending. Dit in tegenstelling tot veel online video's die een kijker op elk moment kan starten.
De ontwikkeling van de televisie verliep aanvankelijk langs twee verschillende lijnen: een volgens zowel mechanische als elektronische principes en een tweede die op zuiver elektronische principes berustte. De elektromechanische televisie die Paul Nipkow ontwikkelde en patenteerde in 1884 was de basis hiervan, de zogenaamde Nipkowschijf. In deze snel ronddraaiende platte schijf waren kleine gaatjes in een spiraalvormig patroon aangebracht. De lichte en donkere gebieden werden met behulp van een fotocel (seleniumcellen) omgezet in een elektrisch signaal. Dit activeerde een neonlamp die in dezelfde volgorde van licht en donker het beeld via een tweede gesynchroniseerde ronddraaiende schijf op een scherm projecteerde.
Een ander elektromechanisch systeem gebaseerd op een spiegeltrommel in zowel de camera als het beeldscherm is rond 1925 ontwikkeld in de Sovjet-Unie door Léon Theremin. In de periode 1907-1910 toonden Boris Rosing en zijn student Vladimir Zworykin een televisiesysteem aan de buitenwereld met een mechanische spiegel-trommel scanner en een kathodestraalbuis in de ontvanger. Deze kathodestraalbuis, een uitvinding van Karl Ferdinand Braun in 1897, is een glazen vacuümbuis waar met behulp van een elektronenbundel op het fluorescerende uiteinde het beeld wordt geprojecteerd.
Een semi-mechanisch analoog televisiesysteem werd eerst getoond in Londen in februari 1924 door John Logie Baird met een beeld van Felix de Kat en een bewegend beeld door Baird op 30 oktober 1925. In januari 1926 gaf hij de eerste publieke demonstratie van de nieuwe uitvinding. In 1932 introduceerde Baird de ultrakortegolftelevisie.
Reeds in 1908 had de Brit Alan Archibald Campbell Swinton het concept beschreven van een elektronisch televisiesysteem dat gebruikmaakt van voornoemde kathodestraalbuis. Een volledig elektronisch systeem werd eerst getoond door Philo Farnsworth in de herfst van 1927. Farnsworth, een Mormoonse landbouwjongen uit Rigby (Idaho), maakte zijn eerste systeem op een leeftijd van 14 jaar. Zijn doorbraak bevrijdde televisie van haar afhankelijkheid van draaiende schijven en andere mechanische delen. Alle moderne televisies van de beeldbuis zijn direct afgeleid van zijn ontwerp.

Moderne Beeldschermtechnologieën
Er bestaan vier gangbare soorten beeldschermtechnologieën: de CRT- of beeldbuistelevisie, de lcd-televisie, de oledtelevisie en de plasmatelevisie. De lcd-televisie is betrekkelijk nieuw, de plasmatelevisie iets ouder (introductie op de consumentenmarkt rond 1995) en de CRT-televisie bestaat al langer (introductie in Nederland rond 1951).
Een televisiebeeld is opgedeeld in een groot aantal beeldpunten in de kleuren rood, groen en blauw. Een beeldbuistelevisie heeft een beeldbuis die samengesteld is uit fosforiserende beeldpunten op het beeldscherm aan de voorkant en drie elektronenkanonnen die achter in de beeldbuis zijn gemonteerd. Er zijn aparte kanonnen voor de kleur rood, blauw en groen. Door elektronen met een enorme snelheid tegen de beeldpunten aan te schieten lichten deze punten op, zodat ze aan de buitenkant van het beeldscherm zichtbaar worden. Afhankelijk van het te vormen beeld, wordt het ene punt minder hard aangeschoten dan het andere waardoor verschil in helderheid in het beeld ontstaat. Elektronen vliegen echter niet uit zichzelf naar de voorkant van de buis, je moet ze versnellen. Door een hoogspanning van gemiddeld 30 000 V (bij 1-3 mA) op de beeldbuis te zetten, worden de elektronen achter uit de kanonnen getrokken en naar het beeldscherm geschoten, richting de beeldpunten. Om alle punten van het beeldscherm te kunnen raken moet de elektronenbundel horizontaal en verticaal afgebogen worden. Voor zowel de horizontale als de verticale afbuiging zitten elektromagneten die de bundels uit de kanonnen afbuigen. Door toevoeging van een schaduwmasker dat vlak voor de beeldpunten ligt, wordt ervoor gezorgd dat de bundel met rode beeldinformatie alleen terecht kan komen op de beeldpunten die rood oplichten. Om een willekeurige kleur te verkrijgen worden de kleuren rood, groen en blauw gemengd, door de gekleurde beeldpunten op een bepaalde plaats in een bepaalde verhouding op te laten lichten. Het menselijk oog is niet in staat om op een grotere afstand deze afzonderlijke punten te onderscheiden en zal het zien als een bepaalde kleur. Dit proces herhaalt zich in Europa 50 keer per seconde (gebruikmakend van de frequentie van het lichtnet), maar door interlacing wordt bij elke herhaling slechts een half beeld getoond - afwisselend worden de even en oneven lijnen getoond. Omdat film met 24 beeldjes per seconde werkt, worden die soms iets te snel afgespeeld op televisie.
Een lcd-scherm straalt zelf geen licht uit, maar manipuleert het omgevingslicht of het licht dat vanaf de achterzijde door kan stralen. Elke pixel (zie tekst hierboven) uit het scherm bestaat uit twee groepen vloeibare kristallen (vandaar dan ook de naam). Deze kristallen hebben de eigenschap dat ze afhankelijk van wel of geen aangelegde spanning, opvallend of doorvallend licht in polarisatie verdraaien. Als er geen spanning op een van de lagen staat, gebeurt er niets en kan het licht er gewoon door.
Een recentere technologie is oled. Oledbeeldschermen zijn uitgerust met organische leds. Deze ledjes geven zelfstandig licht en behoeven dus geen achtergrondverlichting. De oledtechnologie verlicht het scherm per pixel. Bij zwart of donker beeld verlichten de leds niet.
Bij een plasmascherm worden de beeldpunten gevormd door kleine gasontladingslampjes, enigszins vergelijkbaar met het principe van bijvoorbeeld een tl-lamp. Door de juiste materiaalkeuze worden de verschillende kleuren per beeldpunt uitgestraald. In een plasma display wordt elektrische energie aan een gasmengsel toegevoegd. Plasma is instabiel en geeft de opgenomen energie af in de vorm van warmte en een ultraviolette lichtstraal (foton). Een fosforescerende laag zet het ultraviolette licht om in zichtbaar licht. De kleur van dit zichtbare licht wordt bepaald door het fosfor. Om ruim 17 miljoen verschillende kleuren te kunnen maken worden er rode, groene en blauwe kleuren opgewekt.

Ontvangst en Signalen
Antennes op het dak voor televisieontvangst. Voor televisie wordt in het Verenigd Koninkrijk gebruikgemaakt van de ether-frequenties tussen 470 en 860 MHz (kanalen 21 tot en met 69), terwijl in de rest van Europa ook de kanalen 2 tot en met 12 gebruikt worden. Voor gebruik op gesloten kabelnetten zijn ook andere frequenties in gebruik, die tussen kanaal 12 en 21 in liggen, de zogeheten S- en H-band. In de ether is de trend om van analoog signaal op DVB-T over te stappen, waar alleen UHF-kanalen voor worden gebruikt. In Nederland zijn de analoge etherfrequenties (VHF en UHF) vervallen sinds 11 december 2006.
Bij televisie wordt een monochroom zwart-witbeeld via amplitudemodulatie (AM) aangebracht op de draaggolf. De bijbehorende kleurinformatie wordt met een hulpdraaggolf en kwadratuur-amplitudemodulatie (QAM) meegezonden. Het bijbehorende geluid wordt op een hulpdraaggolf op enige afstand van het beeldsignaal verzonden. Aangezien AM veel gevoeliger is voor pulssignalen dan FM, zal bij bliksem in de nabije omgeving wel het beeld in lichte mate worden verstoord, maar blijft het geluid meestal onaangetast.

De Televisie als Cultureel Fenomeen
Het is vierkant, het staat in de kamer en je kan er iemand aan de andere kant van de wereld mee zien: de televisie! Tegenwoordig is dit apparaat niet meer uit de huiskamers weg te denken. Philips promootte deze vanaf 1948 in Nederland en in de loop van de jaren vijftig veroverde de televisie ons land. De eerste televisies waren buizen gemonteerd achter het scherm. Deze buizen zorgden voor het samenstellen van het beeld. Hier komt de benaming beeldbuis en de uitdrukking ‘thuis voor de buis’ vandaan. We maken al jaren bijna geen gebruik meer van de beeldbuis maar de uitdrukking blijft!
Om 20:15 u op 2 oktober 1951 was de eerste tv-uitzending vanuit de NTS-studio ‘Studio Irene’ te Bussum. Nadat staatssecretaris meneer Cals en NTS-voorzitter prof. J. B. Kors de uitzending openden, volgden een filmpje over de fabricage van beiaardklokken in Nederland, een overzicht van de geschiedenis van de televisie en het spel de Toverspiegel. De Nederlandse Televisie Stichting was de eerste Nederlandse televisieomroep. Het beeld was zwart-wit en er was maar één zender die drie uur per dag uitzond. In 1956 werd het televisienetwerk definitief ingevoerd. Vanaf dat moment moest iedereen die in het bezit was van een televisietoestel kijkgeld betalen. Uit de opbrengst van deze heffing werden de programma’s van de publieke omroep gefinancierd. In 1967 werd de kleurentelevisie geïntroduceerd! In dit jaar werden ook de eerste reclames uitgezonden. In 1978 was 61% van de Nederlandse huishoudens in het bezit van een kleuren-tv. De kwaliteit van tv-kijken werd steeds beter en ook de satelliettelevisie werd geïntroduceerd in Nederland. Dit was ook het begin van het fenomeen ‘betaaltelevisie’ de voorloper van het tv-abonnement. Vanaf dat moment was het mogelijk om meer zenders te ontvangen dan alleen de publieke zenders. Met de komst van commerciële zenders werd het tv-aanbod alleen nog maar groter. Begin jaren negentig kwam de digitale tv. Hiervoor was analoge televisie de standaard waarmee je tot maximaal dertig zenders kon ontvangen. Bij digitale tv kon je nu wel 100 zenders ontvangen en was de kwaliteit beter. Het tv-kijken van nu is totaal anders dan een paar jaar geleden. Tegenwoordig bepalen we lekker zelf wanneer en wat we willen kijken. Providers bieden verschillende tv-abonnementen met veel extra zenderpakketten aan en filmdiensten met allerlei leuke tv-series en films. Wat de toekomst van de televisie ons zal brengen, weten we nog niet. Maar dat we met z’n allen de komende jaren nog zullen genieten van de televisie is een ding wat zeker is.