Abutilon snoeien en verzorgen

De Abutilon, ook wel bekend als de Indische malva, is een populaire plant die tijdens het voorjaar en de nazomer vaak volop te koop is. Deze groenblijvende tuinbloeier, die behoort tot de Malvaceae (kaasjeskruidachtigen), kent zijn oorsprong in tropische en subtropische gebieden van Zuid-Amerika, Afrika, Azië en Australië. Abutilon kan variëren in grootte, van een bescheiden balkonplant tot een flinke tuinstruik, en kan in de natuur tot wel 3 meter hoog worden.

De plant staat bekend om zijn fraai geribbelde, kruidachtige bladeren die doen denken aan groen fluweel en zijn karakteristieke klokvormige bloemen. Deze bloemen, die kunnen variëren van groot tot klein en in diverse kleuren voorkomen, hebben soms zoveel nectar dat deze eruit druppelt. Soorten met grote, openstaande bloemen vertonen gelijkenis met de Hibiscus.

Verschillende soorten Abutilon bloemen in diverse kleuren

Optimale standplaats en verzorging

Om rijk te kunnen bloeien, heeft de Abutilon een lichte standplaats nodig, maar een plek in de volle zon gedurende de hele dag is te intensief. Teveel zonlicht kan leiden tot krullende bladeren, en bij langdurige blootstelling kan de plant zelfs zijn blad laten vallen. De grote bladeren zijn enigszins kwetsbaar, dus plaats de plant bij voorkeur op een plek waar hij niet wordt omgestoten en niet in de tocht of wind staat.

De grond mag altijd een beetje vochtig zijn, aangezien de Abutilon een stevige drinker is. Zeker tijdens de warme maanden is het belangrijk om dit goed in de gaten te houden en rijkelijk te gieten, met name tijdens het groeiseizoen van mei tot september. Het verwijderen van uitgebloeide bloemen stimuleert de vorming van nieuwe bloemknoppen, wat bijdraagt aan een langdurige bloei tot ver in september.

Om Abutilon compact te houden, kunnen jonge scheuten tijdens het groeiseizoen af en toe worden weggeknipt. Ongebreidelde groei kan eveneens worden tegengegaan door flink terug te snoeien in de herfst.

Overwintering

Abutilon is niet winterhard en verdraagt geen vorst. Het beste is om de plant in de winter op een lichte en koele plek in huis te laten overwinteren, bij een temperatuur tussen de 10 en 15 graden Celsius. Temperaturen tussen de 5 en 10 graden zijn ook acceptabel, maar dan zal de plant waarschijnlijk zijn blad verliezen en pas in het voorjaar weer blad krijgen naarmate de temperatuur stijgt.

Bij overwintering in een warme, lichte ruimte met een hoge luchtvochtigheid bestaat een aanzienlijke kans op een spintplaag. Als kuipplant is de Abutilon ook vaak vatbaar voor witte vlieg en schildluis.

Snoeien van de Abutilon

Het snoeien van de Abutilon vindt plaats aan het einde van de winter. Hierbij worden alleen de jonge, groene gedeeltes teruggeknipt; het is belangrijk om niet tot in het oude hout te snoeien. Dit zorgt voor een verjonging van de plant en stimuleert nieuwe groei en bloei in het komende seizoen.

Verpotten en bemesten

De Abutilon verbruikt veel voedingsstoffen. Het is daarom aan te raden om de plant elk voorjaar te voorzien van een nieuw laagje potgrond. Indien nodig kan tegelijkertijd ook een grotere pot worden gebruikt. Jonge planten dienen elk voorjaar verpot te worden, waarbij zelfs gewone potgrond volstaat. Oudere planten hoeven slechts eens in de 3 tot 4 jaar verpot te worden.

Als u een nieuwe Abutilon koopt of uw bestaande plant nog niet heeft verpot, kan dit het beste in maart of direct na aankoop gebeuren. Een stenen sierpot met een gat in de bodem is aan te raden, omdat de plant hierdoor minder snel omwaait en de watervoorraad in de pot aanzienlijk wordt vergroot.

Tijdens het groeiseizoen, van mei tot september, is het aan te raden om éénmaal per week te bemesten.

Gedetailleerde illustratie van de snoeiwijze van Abutilon

Soorten Abutilon

Er zijn diverse soorten en hybriden van de Abutilon verkrijgbaar, die variëren in bladkleur, bloemvorm en groeiwijze.

  • Abutilon darwinii en Abutilon pictum: Deze soorten zijn de basis voor veel veelgebruikte kuipplanten.
  • Abutilon megabotanicum (ook wel Abutilon megapotanicum): Een soort met groen, wit of geel bont blad. De bloemen hebben een rode knop met een gele kelk. Deze plant wordt ook als kuipplant gebruikt en kan goed als stamboompje worden gekweekt.
  • Abutilon megapotanicum ´Big Bell´: Een selectie met grotere bladeren en bloemen. Kenmerkend zijn de rood met gele hangende bloemen en lange ranken die langs een vorm geleid kunnen worden.
  • Abutilon ´Kentish Bell´: Een hybride, gekruist tussen Zuid-Amerikaanse soorten. De bladeren zijn groen en enigszins behaard.
  • Abutilon ´Souvenir de Bonn´: Een hybride met bladeren die lijken op die van Abutilon pictum ´Thompsonii´. De bloemen lijken op lantaarntjes en zijn roodgeaderd koraaloranje tot oranje.
  • Abutilon striatum ´Thompsonii´: Een rechtopgroeiende soort met licht oranje tot zalmoranje hangende bloemen. De goudgele bladeren zijn het gevolg van een virusaantasting.
  • Abutilon vitifolium ´Album´: Een hybride met zuiver wit bloeiende bloemen van ongeveer 10 cm groot, in trossen. Deze soort, net als andere Abutilon vitifolium soorten, geeft de voorkeur aan een koele en vochtige standplaats, weg van de volle zon.

How to grow Abutilon megapotamicum

De meeste Abutilons kunnen goed als stamboompje worden gekweekt. Een zonnige standplaats is gewenst, maar bij te veel schaduw zal de bloei minder overvloedig zijn. Bescherming tegen al te felle zon is echter noodzakelijk.

Historische achtergrond

De Abutilon komt als geneeskrachtig kruid voor in de geschriften van Avicenna (Ibn Sina), een invloedrijke Perzische denker uit de 11e eeuw. De plant is verwant aan het kaasjeskruid (Malvaceae), dat bekend is als vaste plant.

tags: #abutilon #snoeien #youtube