De Regionale Cultuurindex: Een Diepgaande Analyse van de Nederlandse Filmsector

De Regionale Cultuurindex, met data uit 2018 die betrekking hebben op het jaar 2016, biedt een gedetailleerd inzicht in de Nederlandse filmsector. Deze sector kent vele facetten, van de productie die zich door heel het land en daarbuiten afspeelt, tot de distributie en vertoning van (digitale) kopieën naar specifieke steden en provincies. Ook de receptie, in de vorm van bezoek aan plaatselijke bioscopen en filmtheaters en het thuis bekijken van films, wordt meegenomen. Naast capaciteit en deelname spelen ook geldstromen een belangrijke rol: ticketverkoop vormt een inkomstenbron voor de vertoners van films, en financiële ondersteuning wordt geboden door gemeenten, provincies en het Filmfonds.

Infographic die de verschillende facetten van de filmsector in Nederland visualiseert: productie, distributie, vertoning en receptie.

Capaciteit in de Filmsector: Fijnmazige Analyse per Provincie

De Regionale Cultuurindex brengt de capaciteit in de filmsector fijnmazig in kaart. Dit gebeurt aan de hand van zes indicatoren, waaronder het aantal bioscopen en filmtheaters, en het aantal stoelen en zalen die daarin beschikbaar zijn. De centrale vragen zijn: hoeveel mensen bezoeken filmvertoningen, en hoeveel tickets kunnen bioscopen en filmtheaters verkopen? Kaartverkoop is de belangrijkste inkomstenbron van deze ondernemingen, hoewel filmtheaters soms ook gesubsidieerd worden door gemeenten.

Regionale Verdeling van Filmtheaters en Bioscopen

In absolute aantallen zijn er veel filmtheaters te vinden in Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. Echter, data per inwoner zijn vele malen interessanter voor een accurate vergelijking. In Zuid-Holland bijvoorbeeld, delen ruim 3,5 miljoen inwoners de 17 aanwezige filmtheaters en 25 bioscopen. In Gelderland zijn er ongeveer 2 miljoen inwoners en maar liefst 23 filmtheaters, wat resulteert in een significant grotere relatieve capaciteit aan filmtheaters in vergelijking met Zuid-Holland. Samen met Friesland en Groningen vormt Gelderland de top-3 van provincies met de meeste filmtheaters per inwoner.

Kaart van Nederland met de verdeling van het aantal filmtheaters per provincie, inclusief een indicatie van de populatiedichtheid.

Capaciteit aan Stoelen en Zalen: Nuances per Provincie

De scores voor capaciteit zijn gebaseerd op aandelen van provincies in het totale landelijke aanbod, gewogen naar waardering en gedeeld door het aantal inwoners. In Gelderland, waar per inwoner de meeste filmtheaters gevestigd zijn, zijn de locaties gemiddeld wat kleiner, zowel in aantal zalen (1,48) als in aantal stoelen per zaal (108), vergeleken met het landelijk gemiddelde (respectievelijk 1,55 en 116). Dit kan te maken hebben met de verspreide bevolking van de provincie. Cijfers over stedelijkheid tonen aan dat Gelderland minder sterk stedelijke gebieden kent dan Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant (CBS 2018).

Filmtheater- en bioscoopbezoek ligt onder inwoners van Gelderland rond het landelijk gemiddelde. Gemiddeld besteden Gelderlanders hieraan 3,19 uur, terwijl dit in alle provincies gemiddeld 3,49 uur is.

Groningen: Uitzonderlijke Schaal en Inkomsten

Groningen, dat van alle provincies de meeste filmtheaters en filmtheaterzalen per inwoner kent, onderscheidt zich ook door de gemiddeld zeer grote zalen. Groningers vinden in de filmtheaters gemiddeld 149 stoelen per zaal, waar dit landelijk gemiddeld 116 is. De grote schaal voor filmhuisvertoningen kan mede gerealiseerd worden dankzij een iets bovengemiddeld eigen inkomen van bioscopen en filmtheaters gezamenlijk: per inwoner bedraagt dit 16,26 euro (landelijk gemiddeld 14,71 euro). Een ander aspect dat de ruime capaciteit kan verklaren, is het grote aantal studenten dat met name in de provinciale hoofdstad woont en verblijft, aangezien deze doelgroep relatief veel tijd doorbrengt in bioscopen en filmtheaters (Stichting Filmonderzoek 2018).

Friesland: Ruime Capaciteit Ondanks Lage Kaartverkoop

Naast Gelderland en Groningen kent ook Friesland een ruime capaciteit voor filmhuisvertoningen per inwoner. Opvallend is dat hier niet alleen veel filmtheaters zijn, maar deze ook relatief grote zalen hebben; gemiddeld zijn er 132 stoelen per zaal in een filmhuis. Een verband met de aanwezigheid van studenten is hier minder voor de hand liggend, hoewel er 22 duizend studenten opleidingen volgen in Leeuwarden, wat aanzienlijk minder is dan de 55 duizend studenten in Groningen. Het blijft gissen waarom Friesland een relatief grote capaciteit voor filmhuisvertoningen kent, zeker gezien de bescheiden kaartverkoop: per inwoner bedragen de inkomsten van bioscopen 8,94 euro, wat in geen enkele provincie lager is.

Grafiek die het aantal filmtheaters per inwoner vergelijkt tussen Gelderland, Groningen en Friesland, met daarbij de gemiddelde zaalgrootte.

Bioscopen: Concentratie en Capaciteit per Inwoner

Waar Gelderland, Friesland en Groningen zich onderscheiden qua filmtheaters, zijn er in andere provincies relatief veel bioscopen. Noord-Holland, Zuid-Holland en Noord-Brabant bekleden de eerste, tweede en derde positie wat betreft het absolute aantal bioscopen. Meer dan de helft van alle 154 bioscopen in Nederland is gevestigd in deze drie provincies, die echter ook hoge inwonersaantallen kennen. De top drie van provincies met de meeste bioscopen per inwoner wordt gevormd door Noord-Holland, Limburg en Zeeland.

Noord-Holland: Rijk Bioscoopaanbod met Gemiddeld Kleinere Zalen

Noord-Holland laat uiteenlopende cijfers zien over de capaciteit voor filmvertoningen. Hoewel het aantal filmtheaters (22) gezien de bevolkingsgrootte geen uitschieter is, is het bioscoopaanbod met 32 bioscopen en 148 bioscoopzalen zeer ruim te noemen. Net als de Noord-Hollandse filmtheaters, zijn de bioscopen hier wat kleiner dan gemiddeld; zowel het aantal zalen per bioscoop (4,63) als het aantal stoelen per zaal (167) is iets lager dan het landelijk gemiddelde (respectievelijk 4,87 en 176). Tegelijkertijd kunnen bioscopen (en filmtheaters) dankzij digitalisering gemakkelijk in één zaal verschillende films draaien (Stichting Filmonderzoek 2014). Noord-Hollanders besteden met afstand de meeste tijd aan filmtheater- en bioscoopbezoek: 5,94 uur, waar de op één na hoogste provincie, Zuid-Holland, volgt met 4,28 uur per inwoner. Het landelijk gemiddelde is 3,49 uur. In Noord-Holland bezoekt men gemiddeld drie keer per jaar een bioscoop of filmtheater, waar dit in andere provincies ten hoogste gemiddeld 2,2 keer per jaar is (Stichting Filmonderzoek 2018).

Vergelijking van het aantal bioscopen per inwoner in Noord-Holland, Limburg en Zeeland.

Limburg: Grote Bioscopen, Gemiddeld Bezoek

Ook in Limburg is het aantal bioscopen relatief hoog. Limburg heeft in aantal bioscopen per inwoner een gelijke score als Noord-Holland en kent daarnaast de hoogste aantallen stoelen en doeken in deze bioscopen van alle provincies. Met een gemiddeld aantal zalen van 5,31 zijn er in Limburg grote bioscopen. Het bezoek is in de zuidelijke provincie daarentegen slechts iets bovengemiddeld. Limburgers besteden gemiddeld 3,87 uur aan bioscoop- en filmtheaterbezoek, iets meer dan het landelijk gemiddelde van 3,49 uur. Mogelijk is het bezoek aan Limburgse bioscopen niet evenredig hoog doordat een belangrijke doelgroep, personen van 25 jaar of jonger, ondervertegenwoordigd is, terwijl juist die groep veel in bioscopen te vinden is (personen tot en met 23 jaar hebben een marktaandeel in bioscoop- en filmtheaterbezoek van 33 procent, terwijl hun aandeel in de totale Nederlandse bevolking slechts 22 procent is) (CBS 2018; Stichting Filmonderzoek 2018).

Zeeland: Grote Zalen, Lage Inkomsten

In Zeeland liggen de inkomsten van bioscopen per inwoner nog wat lager: 11,44 euro. Alleen Flevoland, Drenthe en Friesland kennen lagere cijfers. Op Zeeuwse grond zijn er slechts vier bioscopen te vinden, en het aantal zalen per bioscoop is hier ook vrij laag: 4,25. Echter, de bioscoopzalen zijn wel bovengemiddeld groot: in de 17 zalen zijn er gemiddeld 206 stoelen te vinden, waar andere provincies gemiddeld 171 stoelen per bioscoopzaal kennen.

Participatie in de Filmsector: Thuis en Buitenshuis

Naast het bezoek aan bioscopen en filmtheaters, is ook de participatie in de filmsector thuis van belang. Dit omvat het kijken van films via dvd's, blu-rays en streamingdiensten. Deze vorm van participatie loopt sterk uiteen tussen provincies. In Groningen en Noord-Holland overschrijdt de tijd die men besteedt aan het thuis kijken van films 120 uur per jaar. In Zuid-Holland en Utrecht ligt dit rond de 117 uur, waar Friesland en Noord-Brabant met respectievelijk 110,13 en 102,28 uur ook nog boven de honderd uur uitkomen.

Nieuw bij Pathé Thuis Maart 2026 | Stream de nieuwste films thuis! 🎬

De Dalende Verkoop van Fysieke Beelddragers

De manier waarop cultuur geconsumeerd wordt, is de afgelopen vijftien jaar ingrijpend veranderd. Zowel in de film- als muziekconsumptie heeft zich een ontwikkeling voorgedaan van fysieke dragers naar digitale bestanden, en van het zelf bezitten van die bestanden naar toegang via streamingdiensten. Steeds minder mensen kopen films op dvd en/of blu-ray. In 2017 werden nog maar 4,79 miljoen dvd's en blu-ray's verkocht, een scherpe daling ten opzichte van 8,9 miljoen twee jaar eerder en 32,4 miljoen tien jaar daarvoor. De omzet uit de verkoop van fysieke beelddragers zakte daarmee terug naar 63,5 miljoen euro (NVPI 2018).

De afname van het aantal verkochte fysieke beelddragers is een rechtstreeks gevolg van de opkomst van streaming en andere vormen van video-on-demand. Waar video-on-demand in 2013 nog slechts goed was voor 34,5 procent van de omzet op de homevideomarkt, was dit in 2017 al ruim 80 procent (NVPI 2015, NVPI 2018). Hoewel streaming voordelen biedt, zoals een groter aanbod voor een lagere prijs, zien filmliefhebbers ook nadelen. Het aanbod op streamingplatforms is niet volledig en kan veranderen, de beeldkwaliteit op fysieke dragers is vaak beter, en de meeste streamingplatforms bieden geen bonusmateriaal bij films.

Binnen het aantal verkochte fysieke beelddragers heeft in Nederland de dvd nog altijd een (veel) groter marktaandeel dan de blu-ray.

Geldstromen in de Filmsector: Investeringen en Ondersteuning

Naast consumenten die investeren in filmplezier, doen ook gemeenten en provincies uitgaven om het zien van films te faciliteren of te stimuleren. De bedragen die hieraan worden uitgegeven, lopen sterk uiteen. Gemeenten in Flevoland komen bijvoorbeeld uit op 22,18 euro per inwoner per jaar, waar nummer twee op dit gebied, Groningse gemeenten, slechts de helft daarvan noteren: 10,70 euro.

De Cultuurindex Nederland: Een Barometer voor de Cultuursector

De Cultuurindex Nederland, geïnitieerd door de Boekmanstichting en het Sociaal en Cultureel Planbureau, geeft inzicht in consumentengedrag, arbeid, organisatie en geldstromen in de cultuursector. Ook geeft de Cultuurindex inzicht in maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur. De index brengt al het beschikbare cijfermateriaal uit de culturele sector samen en toont hiermee ontwikkelingen over een langere termijn in onderlinge samenhang, zodat het voor iedereen in één oogopslag duidelijk wordt hoe het is gesteld met de vitaliteit van de cultuur in Nederland.

De Boekmanstichting en Atlas voor gemeenten presenteren op vrijdag 14 december de Regionale Cultuurindex: het eerste instrument dat een gedetailleerd, cijfermatig inzicht in de culturele sector op regionaal niveau mogelijk maakt. Bijna 100 indicatoren tonen hoe het culturele aanbod, de culturele deelname en bijbehorende geldstromen over de twaalf Nederlandse provincies verdeeld zijn. De Regionale Cultuurindex is onderverdeeld in drie pijlers - Capaciteit, Participatie en Geldstromen - en bestrijkt vijf deelgebieden van de cultuursector: Podiumkunsten, Beeldende kunst, Letteren, Erfgoed en Film. Alle waarden zijn per inwoner gepresenteerd, zodat provincies goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Bovendien zijn binnen alle pijlers dezelfde eenheden gebruikt, waardoor verschillende culturele uitingen gemakkelijk met elkaar in verband kunnen worden gebracht.

De Cultuurindex Nederland is gestegen en staat nu op 106, hoger dan in de voorgaande tien jaren. Dit biedt enig optimisme bij de Boekmanstichting. De grootste stijging wordt geboekt door de ‘kernindicator concurrentiekracht’, met als drijvende factor het succes van Nederlandse dj's. Ook de capaciteit heeft een positieve invloed, hoewel er kanttekeningen geplaatst worden bij het toenemende aantal filmtheaters en creatieve bedrijven, terwijl op andere gebieden het aantal ondernemingen en instellingen daalt.

Grafiek die de ontwikkeling van de Cultuurindex Nederland toont over de jaren, met een indicatie van de verschillende pijlers.

Banen en Participatie: Een Gemengd Beeld

Hoewel het aantal banen in de cultuursector toeneemt, komt dit vooral door een stijging van het aantal zzp'ers, die vaak een laag inkomen hebben. Het aantal vaste banen nam juist af. De ‘kernindicator participatie’ laat een gemengd beeld zien. Enerzijds is er het sterk stijgende bezoek aan musea en bioscopen, anderzijds herstelt het bezoek aan muziek-, theater- en dansvoorstellingen zich na een forse daling nog maar moeizaam. Het aantal vrijwilligers neemt weliswaar toe, maar het is onduidelijk in hoeverre zij vaste arbeidskrachten vervangen. Hoewel consumenten meer geld uitgeven aan cultuurbezoeken, neemt de cultuurconsumptie af, vooral door de sinds 2005 fors afnemende verkoop van cd's en boeken, die vervangen worden door streaming en digitaal lezen.

Recente Ontwikkelingen in Bioscoopbezoek en Audiovisuele Sector

In 2024 stagneert de groei van het bioscoopbezoek na de coronaperiode. Het aantal bezoekers daalde van 31,6 miljoen in 2023 naar 29,3 miljoen in 2024, een afname van 7%. De omzet uit kaartverkoop nam met 8% af. Dit verschil kan mede verklaard worden door het uitblijven van grote blockbusters door stakingen in de VS in 2023. Gemiddeld bezocht de Nederlandse bevolking 1,6 keer de bioscoop in 2024. In 2023 trokken 292 Nederlandse bioscopen met 502 uitgebrachte films 31,3 miljoen bezoekers. Meer dan de helft van deze bioscopen en filmhuizen is in commerciële handen, zo'n 45 procent is eigendom van de gemeenten. Commerciële bioscopen trekken rond de 70 procent van alle bezoekers.

Drie op de vier Nederlandse huishoudens keek thuis naar films en series in het laatste kwartaal van 2023, met gemiddeld twee abonnementen per huishouden. De totale inkomsten van de audiovisuele sector bereikten in 2023 recordhoogten met 1,489 miljard euro, primair door streamingdiensten (1,139 miljard euro). In 2023 werden 68 Nederlandse speelfilms geproduceerd voor een totale productiewaarde van ruim 135 miljoen euro, en voor bijna 80 miljoen euro 17 zogenaamde high-end series.

tags: #cultuurindex #dvd #verkoop