Violist Niek Baar ontwikkelde al op jonge leeftijd een diepe en blijvende band met Beethovens Vioolconcert. Deze kennismaking wakkerde een levenslange liefde voor het instrument aan.
Niek Baar, gefascineerd geraakt op achtjarige leeftijd, herinnert zich een vroege poging om de iconische Rondo van het concert te spelen, waarbij hij wijselijk werd begeleid door een leraar die geduld adviseerde. Deze uitvoering van het vioolconcert markeert een mijlpaal in de reis van de violist en is zowel in audio als film vastgelegd. Het project, opgenomen met het Concertgebouw Kamerorkest, vangt de puurheid en oprechtheid van een live-uitvoering.
Hoewel sommigen de live-opname als ambitieus beschouwden, omarmde Niek de gelegenheid om een eerlijk moment van artistieke evolutie te vereeuwigen. Hij beschrijft het gevoel als "Italiaans voor kippenvel". De naam alleen al belooft wat de muziek biedt: die zeldzame, elektrische momenten waarop geluid de huid streelt en herinneringen ontwaken, meegevoerd uit het verleden door één enkele noot. Muziek heeft voor hem altijd al die functie gehad: vergeten gevoelens oproepen, tijd in melodie wikkelen. Met een nieuw label hoopt hij deze ervaring door te geven.

Aurora Orchestra: Een Nieuwe Benadering van Beethovens Vioolconcert
Dit is de eerste opname van het Aurora Orchestra die volledig uit het hoofd wordt uitgevoerd. Hun chef-dirigent, Nicholas Collon, merkt op dat Beethovens Vioolconcert het perfecte werk was om deze aanpak te verkennen, gezien de symfonische omvang van de orkestbegeleiding en de rijke, gelaagde interactie tussen orkest en solist.
Het creëren van een audio-opname van een stuk uit het hoofd roept de vraag op: vertaalt de gememoriseerde aanpak zich naar een niet-visueel medium? Tijdens de uitvoering en opname werden de houtblazers vooraan in het orkest geplaatst, naast de violist, voor het betoverende tweede deel, waarin ze zo nauw met de vioolsolo 'converseren'. In de cadens van het eerste deel verplaatste de violist zich naar haar duopartner - de pauken - en gaf het stokje over aan de fagotsolo om naar de finale coda te leiden.
Bij de opname probeerde men zich een uitvoering voor een publiek voor te stellen, waarbij langere takes werden gemaakt dan gebruikelijk. Deze aanpak voelt heel natuurlijk aan wanneer er geen partituren aanwezig zijn. Een van de belangrijkste verschillen van uit het hoofd spelen is uiteraard visueel: zowel wat betreft de communicatie tussen de musici als de communicatie tussen musici en publiek.
Nicola Benedetti: Frisheid en Integriteit in Beethovens Vioolconcert
Deze opname is van een stuk dat voortkomt uit de urgentie van de uitvoeringen die het inspireerden. Nicola Benedetti stelt dat men dit werk met "frisheid van hart en geest" moet benaderen. De sololijn van dit concert is geboren uit een improvisatorische geest, met een lichtheid van aanraking die al snel uit de mode zou raken, gekenmerkt door virtuositeit, integriteit en evenwicht.
Veel violisten groeiden op met een ongezonde eerbied voor Beethoven, die al snel omsloeg in angst en een onnatuurlijke benadering van zijn muziek. De sololijn van dit concert is daarentegen geboren uit een improvisatorische geest, met een lichtheid van aanraking die al snel uit de mode zou raken, gekenmerkt door virtuositeit, integriteit en evenwicht. Benedetti benadrukt dat de sololijn van dit concert voortkomt uit een improvisatorische geest, met een lichtheid van aanraking die al snel uit de mode zou raken, gekenmerkt door virtuositeit, integriteit en evenwicht.

Historische Ontstaansgeschiedenis en Ontvangst
De eerste uitvoering van Beethovens Vioolconcert in D majeur, op 23 december 1806, was zeker geen veelbelovende gelegenheid voor wat destijds een riskant werk leek. Volgens de overlevering was het werk kort voor de première nog niet voltooid. Tijdens de eerste uitvoering moest violist Franz Clement, aan wie het concert was opgedragen, de noten vrijwel uit het zicht spelen.
Bovendien voegde Clement zijn eigen spontane cadens toe - compleet met het spelen van de viool ondersteboven - tussen het eerste en tweede deel. Dergelijk 'opschepperij' zou men eerder verwachten van een publiek in de jaren negentig op een rockconcert, maar zeker niet van tijdgenoten bij de wereldpremière van een klassiek concert. Overigens zouden de Weense publieken in Beethovens tijd waarschijnlijk niet zo geschokt zijn geweest.
De "Risico's" van Beethovens Vioolconcert
Het "risicovolle" karakter van dit concert had weinig te maken met de uitvoeringssfeer van de première. Het was destijds, ten tijde van het schrijven, riskant als concert. Het werk is aanzienlijk langer dan enig voorgaand vioolconcert van bijvoorbeeld Mozart, met bijna 15 minuten verschil. Bovendien schreef Beethoven voor een veel groter orkest dan eerdere concertcomponisten - een andere riskante onderneming voor zijn muzikale tijdgenoten.
Misschien wel het belangrijkste is dat de solopartij voor viool buitengewoon moeilijk is. Beethoven eiste een niveau van virtuositeit dat weinige violisten van die tijd, op Clement na, konden evenaren. Het was ook een veeleisend werk, met frequente dynamische wisselingen, soms van moment tot moment. Critici oordeelden dat het onspeelbaar was.
Het zou bijna 50 jaar duren voordat het concert deel zou gaan uitmaken van het standaardrepertoire in de concertzaal (mede dankzij de inspanningen van Joseph Joachim, wiens opmerkelijke uitvoering van het werk op 13-jarige leeftijd, onder dirigent Felix Mendelssohn, het in 1844 meer aandacht gaf en het uiteindelijk in het standaardrepertoire bracht).
BEETHOVEN Concerto for Violin and Orchestra - Hilary Hahn, violin; Leonard Slatkin, conductor
Structuur en Kenmerken van het Vioolconcert
Het concert is een toonbeeld van Beethoven. Het eerste deel, Allegro ma non troppo, opent met vier slagen op de pauken, een gebaar dat, net als het "lot" motief dat zijn Vijfde Symfonie opent, wordt geherinterpreteerd en herwerkt - het ritmische bindmiddel van de muzikale structuur van het gehele deel. Een lange orkestrale introductie, die de thematische inhoud van het deel samenvat, gaat vooraf aan de entree van de viool. Op typisch Beethovensiaanse wijze worden de thema's geherinterpreteerd, geherstructureerd en uitgewerkt.
In het tweede deel, de Larghetto, introduceert het orkest ook een thema, waarbij het hoofdidee wordt gepresenteerd door gedempte strijkers. Na veel verfraaiing van het eerste thema door de solist, wordt het tweede thema aangekondigd door zowel het orkest als op vergelijkbare wijze becommentarieerd door de viool. Na een reprise van de thema's sluit een serene coda het deel af.
Het laatste deel, een geestige Rondo, begint onmiddellijk. Beethoven bewaart het beste voor het laatst, aangezien de meest flitsende en virtuoze passages voor de vioolsolist in dit landelijke dansachtige deel komen.

De Impact van Beethovens Vioolconcert
Het Vioolconcert in D was een keerpunt voor het vioolconcert, misschien zelfs voor het concert zelf; het was zeker het eerste "Romantische" concert, een expressief werk dat de grenzen van de vorm opzocht. En duidelijk, ondanks het doemkoor dat speculeerde dat dit het einde van het concert kon betekenen zoals men het kende, verlevendigde het de vorm slechts en wees het de weg voor generaties componisten die volgden.
Orchestratie en Eerste Uitvoeringen
Orchestratie: fluit, 2 oboes, 2 klarinetten, 2 fagotten, 2 hoorns, 2 trompetten, pauken, strijkers, en solo viool.
Eerste uitvoering door het Los Angeles Philharmonic: 5 december 1919, met solist Albert Spalding, Walter Henry Rothwell dirigeerde.
Beethovenjaar 2020: Een Terugblik op de Vioolconcerten
In maart 2020 vierde Stingray Classica elke zondagmiddag het Beethovenjaar. Op het programma stonden onder meer Beethovens vioolconcert, pianosonates en zijn enige voltooide opera Fidelio.
Uitvoeringen van het Vioolconcert
- 1 maart: Een uitvoering van het Vioolconcert, Op. 61 door de Israëlische vioollegende Itzhak Perlman en de Berliner Philharmoniker, onder leiding van Daniel Barenboim. Dit werk, opgedragen aan Franz Clement, kende aanvankelijk weinig succes, maar werd in 1844 herontdekt door de toen 12-jarige Joseph Joachim. Tegenwoordig is het een van de belangrijkste werken binnen het klassieke vioolrepertoire en staat het bekend om de vele verschillende cadenza-versies.
- 22 maart: Lars Vogt was solist in een uitvoering van Ludwig van Beethovens Pianoconcerto Nr. 1, Op. 15, met het Orchestre de Paris onder leiding van Herbert Blomstedt. Dit concert werd opgenomen in Salle Pleyel in Parijs in 2013.

Biografische Schets van Ludwig van Beethoven
Ludwig van Beethoven (1770-1827) werd gedoopt op 17 december en waarschijnlijk geboren op 16 december. Hij was de zoon van Johann van Beethoven, een tenor bij de hofkapel. Zijn eerste muzikale instructies kreeg hij van zijn vader. Rond 1780 begon hij zijn muzikale opleiding bij de plaatsvervangend hoforganist Christian Gottlob Neefe, die hem in 1783 presenteerde als een "tweede Mozart".
In 1787 reisde hij naar Wenen, waar hij mogelijk Mozart ontmoette en enkele lessen van hem kreeg. Na een korte periode moest hij terugkeren naar huis vanwege de ziekte van zijn moeder. In 1792 reisde hij opnieuw naar Wenen, waar hij de rest van zijn leven zou blijven. Graaf von Waldstein moedigde hem aan met de woorden: "Met gestage ijver zul je de geest van Mozart uit de handen van Haydn ontvangen." In Wenen studeerde hij bij Haydn, Albrechtsberger, Schuppanzigh en Salieri. Als leerling van Joseph Haydn verwierf hij buitengewone erkenning bij de Weense adel en ontving hij financiële steun.
Carrière en Belangrijke Werken
Zijn eerste gepubliceerde werken in Wenen (waaronder de pianosonates, Op. 2) vertoonden al de kenmerken van zijn stijl: een vooruitstrevend, geestig, procesgericht karakter. Concertreizen naar Praag, Berlijn, Leipzig en Dresden in 1796 vestigden zijn faam.
Belangrijke werken uit zijn carrière omvatten:
- 1798: Piano Sonata in C Minor, “Pathétique,” Op. 13.
- 1798-1800: String quartets, Op. 18.
- 1799/1800: Symphony No. 1 in C major, Op. 21.
- 1795/1800: Piano Concerto No. 1 in C major, Op. 15.
- 1800-01: Piano sonatas, Op. 27, “quasi una fantasia,” inclusief de Moonlight Sonata, Op. 27 No. 2.
- 1801: Composition of Symphony No. 2 in D major, Op. 36 (tot 1802). Publicatie van Piano Concerto No. 2 in B-flat major, Op. 19.

De "Heroïsche Periode" en Latere Jaren
De periode 1803-1812 wordt beschouwd als Beethovens "heroïsche periode", gekenmerkt door een stortvloed aan creativiteit. Tijdens deze fase schreef hij onder andere Symfonieën Nos. 3 t/m 8, Pianoconcerti Nos. 3 t/m 5, het Vioolconcert in D majeur, Op. 61, en de opera "Fidelio".
De crisis veroorzaakt door zijn beginnende gehoorverlies, gedocumenteerd in het "Heiligenstädter Testament", leidde tot een "Nieuw Pad" in zijn composities. Dit uitte zich in de pianosonates, Op. 31 (inclusief de Tempest Sonata), de pianovariaties, Op. 34 en 35, en de Derde Symfonie, "Eroica".
Naast zijn composities kende Beethoven ook periodes van financiële crisis, mede door devaluatie van de munt en het wegvallen van inkomsten van zijn beschermheren. De jaren na 1815 werden gedomineerd door een jarenlange strijd om het voogdijschap over zijn neef Karl na de dood van zijn broer Caspar Carl.
Zijn latere periode (vanaf 1819) kenmerkt zich door het overschrijden van de grenzen van vormen, extreme toonregisters, geavanceerde harmonieën en een toenemende voorliefde voor contrapuntische vormen zoals de fuga. Werken uit deze periode zijn onder meer de Hammerklavier Sonata, Op. 106, de Missa solemnis, Op. 123, en de monumentale Negende Symfonie, Op. 125, die voor het eerst zangpartijen in de geschiedenis van het genre introduceerde.
tags: #dvd #beethoven #vioolconcert