Het aansluiten van uw apparatuur kan op diverse manieren plaatsvinden, afhankelijk van de beschikbare opties en uw specifieke behoeften. Of u nu kiest voor een analoge of digitale verbinding, de juiste kabel en instellingen zijn cruciaal voor de geluidskwaliteit.
Analoge en Digitale Aansluitingen
Voor het analoog aansluiten gebruikt u doorgaans een RCA-kabel, ook wel bekend als een tulpkabel. Als u de voorkeur geeft aan een digitale aansluiting, heeft u de keuze tussen een optische kabel en een digitale coaxkabel.
Het belangrijkste verschil tussen analoog en digitaal aansluiten ligt in de plaats waar de D/A conversie (digitale naar analoge conversie) plaatsvindt. De keuze voor de aansluitmethode is dus afhankelijk van welk apparaat in uw opstelling een betere DAC (D/A convertor) bezit.
Vaak geldt dat bij apparatuur in dezelfde prijsklasse, een cd-speler doorgaans beschikt over een betere DAC dan een versterker of receiver. Dit komt doordat meerkanaals receivers een groot deel van hun bouwkosten besteden aan de voeding en versterkingsmodules, terwijl een cd-speler primair uit een loopwerk en DAC bestaat.

Veelgestelde Vragen en Scenario's
Veel gebruikers worstelen met de vraag hoe ze hun apparatuur het beste kunnen aansluiten, met name als het gaat om het realiseren van surround sound.
DVD-speler aansluiten op een 5.1 speaker set
Een veelgestelde vraag is of het mogelijk is om een dvd-speler aan te sluiten op een 5.1 speaker set. In sommige gevallen kan dit met een splitter, maar dit resulteert doorgaans in 2 maal stereo geluid en geen volwaardig surround sound. Om daadwerkelijk surround sound te ervaren, is een speakerset met een coaxiale of optische uitgang vereist.
Een gebruiker met een Philips DVP3005 DVD-speler en een Creative Labs USB Sound Blaster Live! 24bit External kaart stelde voor om de SPDIF-uitvoer van de geluidskaart te verbinden met de digitale coaxiale uitgang van de dvd-speler. Hoewel dit technisch mogelijk is, is het resultaat vaak beperkt tot stereo.
Verschillende Aansluitingen en Hun Gevolgen
Bij het aansluiten van een dvd-speler op een receiver met een 5.1 speakerset, komen diverse kabeltypen ter sprake.
- Digitale interlinks (Coax): Deze worden vaak aanbevolen voor het beste geluid, met name voor formaten als SACD en DVD-Audio.
- Analoge kabels: Voor SACD en DVD-Audio zijn vaak meerdere analoge kabels nodig (een zestal).
- 5.1 analoge kabel: Dit is een bundel van zes analoge interlinks, specifiek ontworpen voor multi-channel audio. Merken als Oehlbach bieden dergelijke kabels aan, al kunnen deze prijzig zijn.
De vraag of de DAC van de dvd-speler beter is dan die van de receiver is een belangrijk punt. Bij gebruik van een coaxkabel wordt de DAC van de dvd-speler niet benut; de receiver verzorgt de conversie. Sommige gebruikers geven er de voorkeur aan om de DAC van de dvd-speler te benutten door een analoge verbinding te maken voor het afspelen van 'gewone' cd's.
Ervaringen van gebruikers variëren. Sommigen stellen geen hoorbaar verschil vast tussen digitale (coax) en analoge aansluitingen, terwijl anderen juist duidelijke verschillen waarnemen, met name bij muziek-dvd's en stereo-audio-cd's. Bij muziek-cd's kan de analoge uitgang van de dvd-speler soms meer dynamiek en een betere basweergave bieden dan de digitale uitgang via de receiver.

De Rol van de DAC
De kwaliteit van de DAC (Digital-to-Analog Converter) speelt een significante rol in de geluidskwaliteit. Bij het gebruik van een digitale verbinding (coaxiaal of optisch) wordt het digitale signaal van de bron (bijvoorbeeld de dvd-speler) naar de receiver gestuurd, waar de DAC van de receiver het signaal omzet naar analoog. Bij een analoge verbinding vindt de D/A conversie plaats in de bron zelf, en wordt het reeds omgezette analoge signaal naar de receiver gestuurd.
Het is raadzaam om verschillende aansluitingen uit te proberen, aangezien de interne DAC van de dvd-speler beter kan zijn dan die van de receiver, of vice versa. De kwaliteit van de gebruikte kabels is hierbij ook van belang. Een hoogwaardige digitale kabel kan een beter resultaat opleveren dan een slechte digitale kabel, zelfs als de analoge kabels van mindere kwaliteit zijn, en andersom.
Bij het afspelen van muziek-dvd's, zoals SACD, is de analoge 5.1 uitgang van de dvd-speler vaak een goede optie. Sommige receivers hebben specifieke circuits die het stereogeluid via de 5.1 ingang helderder kunnen laten klinken dan via een standaard 2.0 stereo-ingang. Dit kan te maken hebben met het signaalpad binnen de receiver.
Specifieke Apparatuur en Aansluitopties
Wanneer u beschikt over specifieke apparatuur, zoals een Kenwood integrated amplifier KA-56 en een LG HT302SD dvd-speler, kunnen de aansluitmogelijkheden beperkter zijn.
In het geval van de LG HT302SD is de enige audio-lijnuitgang vaak de Scart-plug. Als deze Scart-aansluiting reeds gebruikt wordt voor de televisie, kan een Scart-splitter uitkomst bieden. Met een Scart-splitter kunt u zowel een kabel naar de TV aansluiten als een Scart-verloopplug die twee tulpstekkers (Audio Out) biedt. Deze kunt u vervolgens met een 2x tulp naar 2x tulp snoer verbinden met een ingang op uw versterker (geen Phono-ingang).
Het is belangrijk te onthouden dat de audio L en R uitgangen op een dvd-speler doorgaans een signaalniveau hebben dat bedoeld is voor een versterker en niet direct op luidsprekers kan worden aangesloten. Zonder een tussenliggende versterker zal het geluid zeer zacht of afwezig zijn.
NL2 vs NL4 vs NL8 [Neutrik SpeakON Speaker Cable Connectors]
Actieve versus Passieve Luidsprekers
Bij het aansluiten van luidsprekers is het onderscheid tussen actieve en passieve luidsprekers essentieel.
- Actieve luidsprekers beschikken over een ingebouwde versterker en kunnen direct worden aangesloten op een geluidsbron zoals een mixer, smartphone of computer. Ze bieden vaak diverse ingangen, wat ze tot veelzijdige oplossingen maakt.
- Passieve luidsprekers vereisen een externe versterker om geluid te produceren. Deze versterker kan een losse unit zijn, of de ingebouwde versterker van een actieve speaker (bijvoorbeeld een actieve subwoofer met uitgangen voor passieve speakers).
Bij het aansluiten van passieve speakers is het cruciaal dat het vermogen en de impedantie van de speakers overeenkomen met de versterker. Gebruik altijd echte speakerkabels, die geschikt zijn voor hogere stroomsterktes, en geen gewone signaalkabels.
Kabeltypen en Connectoren
De benodigde kabels en connectoren hangen af van de aansluitingen op uw apparatuur:
- Jack-connector: Herkenbaar aan een ronde opening.
- Vergrendelbare speakerconnector (Speakon): Een veelgebruikte connector, met name bij professionele audioapparatuur.
- Draadklemuitgangen: Soms gebruikt waarbij de gestripte uiteinden van de speakerkabel in klemmen worden gestoken (vaak rood en zwart).
- RCA (tulp): Standaard voor analoge audio- en videoaansluitingen.
- XLR: Een robuuste connector, vaak gebruikt voor gebalanceerde audioverbindingen.
- 6.3 mm jack: Een grotere variant van de 3.5 mm jack.
- 3.5 mm stereo (TRS) jack: De standaard hoofdtelefoonaansluiting, vaak gebruikt voor het aansluiten van mobiele apparaten.
Bij het aansluiten van een MP3-speler of smartphone op een actieve speaker kunt u doorgaans een 3.5 mm stereo jack-kabel gebruiken. Als de speaker RCA-inputs heeft, is een 3.5 mm naar RCA-kabel nodig. In sommige gevallen kan een 3.5 mm naar 2x 6.3 mm of 3.5 mm naar 2x XLR kabel nodig zijn.
Het is belangrijk om voorzichtig te zijn bij het direct aansluiten van een stereo signaal op een mono-ingang (zoals één XLR of één mono 6.3 mm jack-ingang), omdat dit tot problemen kan leiden. In dergelijke gevallen is een mixer aan te raden.
DJ-apparatuur en Mixers
Bij het aansluiten van DJ-controllers en mixers zijn de uitgangen doorgaans RCA, XLR of 6.3 mm jack. Houd er rekening mee dat deze uitgangen stereo zijn, dus aparte aansluitingen voor links en rechts.
Voor een directe verbinding met actieve speakers worden vaak twee XLR-kabels aanbevolen. Als alternatief kunnen twee 6.3 mm TS of TRS jack-kabels worden gebruikt. RCA-kabels zijn ongebalanceerd en minder geschikt voor lange afstanden.
Mixers, of mengpanelen, bieden diverse uitgangen (XLR, 6.3 mm jacks, RCA). Een 'powered mixer' heeft een ingebouwde versterker en kan passieve speakers aansturen.