Javaanse en Toraja-begrafenisrituelen in Indonesië

Inleiding tot Javaanse en Toraja-begrafenisrituelen

Javaanse overlijdensrituelen zijn een rijke mix van tradities en invloeden uit religies en geloofsovertuigingen die hun sporen op Java hebben achtergelaten, zoals het hindoeïsme, boeddhisme en de islam. Deze rituelen bieden een inkijk in het Javaanse verleden en de culturen die op het Indische archipel hebben geheerst. Tegenwoordig voeren hun nazaten in Nederland de uitvaartrituelen hier uit, vaak bijgestaan door een organisatie of kenner van deze rituelen. De rituelen reflecteren de diepgewortelde overtuigingen van de Javanen die opgegroeid zijn met respect voor de natuur, de voorouders en voor zowel de overledene als de gemeenschap.

Illustratie van traditionele Javaanse kleding en symbolen die de mix van religieuze invloeden weergeven.

Overlijdensrituelen in Javaanse gemeenschappen

In de vroegere Javaanse dorpsgemeenschap in Suriname werd het nieuws van een overlijden traditioneel bekendgemaakt door een specifiek ritme op de bedug, een grote trommel in de moskee. Het geluid van "Layat, layat!" door het dorp informeerde buren en dorpsgenoten over het overlijden.

Het lichaam van de overledene krijgt onder leiding van een dukun (traditionele genezer) of ka’um (religieuze leider) een rituele wassing. De overledene wordt gewassen met verschillende soorten water, zoals water met zeep, water met bloemen en gewoon water. Na het wassen wordt het lichaam in een lijkwade van wit katoen (mori) gewikkeld en in een kist naar de begraafplaats gebracht. Daar wordt het lichaam uit de kist gehaald en in het graf gelegd.

Het dodengebed of salat al-djanazah is belangrijk vanuit de islam, waarbij het lichaam intact blijft tot de dag des oordeels. De ka'um daalt dan ook in het graf af en fluistert de islamitische geloofsbelijdenis in het oor van de overledene.

Foto van een bedug, de grote trommel die gebruikt wordt om het nieuws van een overlijden te verspreiden.

De rol van Slametan

De slametan is een belangrijk ritueel in de Javaanse cultuur, dat dient als spirituele begeleiding van de ziel van de overledene. Het biedt een houvast met een vast ritme voor de nabestaanden, met vaste momenten van slametans gedurende een periode van 1000 dagen. Direct na de begrafenis wordt de eerste slametan gehouden, gevolgd door verdere bijeenkomsten op onder andere de derde, zevende, veertigste, honderdste en duizendste dag na het overlijden.

Tijdens deze bijeenkomsten wordt er gebeden en gezamenlijk gegeten. Het voedsel, vaak bestaande uit rijst en andere gerechten, wordt gedeeld met de aanwezigen en symboliseert de eenheid en harmonie binnen de gemeenschap. Een respondent gaf aan dat hij direct begon met sparen na het overlijden van zijn vader, wetende dat hij de duizend-dagen rituelen en alle bijbehorende ceremonies zou moeten uitvoeren. Het wordt gezien als het laatste wat een kind voor zijn ouders kan doen, wat een goed en voldaan gevoel geeft en helpt bij het afsluiten van de rouwperiode.

Wanneer ouders op hoge leeftijd overlijden, zijn er vaak minder familieleden beschikbaar om te helpen met de voorbereidingen van de rituelen. Ook zij zijn dan op een leeftijd dat zij niet meer kunnen koken of helpen met de voorbereidingen.

Bijzondere Javaanse rituelen

Een opvallend ritueel is het 'brobosan', waarbij familieleden onder de opgeheven kist doorlopen voordat deze naar de begraafplaats wordt gebracht. Dit symboliseert het loslaten van de overledene en het openen van de weg naar het hiernamaals.

Huilen wordt ontmoedigd, omdat een traan op de overledene het loslaten en overgaan zou bemoeilijken. Daarnaast worden er offers gebracht in de vorm van voedsel en drank, wat overeenkomsten vertoont met hindoeïstische tradities.

Oorsprong in Javaans animisme

Hoewel veel Javaanse overlijdensrituelen invloeden hebben van andere religies, zijn er ook elementen die teruggaan op het oorspronkelijke Javaanse animisme. Animisme is afgeleid van het Latijnse woord 'anima', wat geest of ziel betekent. Dit concept is zowel spiritueel, religieus als filosofisch, waarbij niet alleen alles wat leeft (mensen, dieren, planten), maar ook stenen, bergen en rivieren een ziel hebben.

Bij het overlijden gaat de ziel naar de geestenwereld. Het bewustzijn van de geestenwereld en het tonen van respect aan de voorouders spelen een belangrijke rol. Er wordt aangenomen dat de geest van de overledene tot de derde dag na het overlijden nog aanwezig is in het huis. De slametans en andere rituelen zijn bedoeld om de geest te begeleiden en te zorgen voor een veilige overgang naar het hiernamaals.

Vanuit spiritueel perspectief blijft van een mens alleen datgene over wat niet vergaat. Bij het overlijden verdwijnen het lichaam en het denken in hun aardse vorm. Wat wel overblijft, is de ziel. De Javaanse overlijdensrituelen laten zien dat de dood niet wordt gezien als een definitief einde, maar als een overgang van de tijdelijke wereld naar een diepere spirituele werkelijkheid.

Begrafenisrituelen in Tana Toraja

Indonesië, een archipel met meer dan 17.000 eilanden, herbergt een rijke diversiteit aan culturen, religies en tradities. Deze diversiteit komt ook tot uiting in de gebruiken en rituelen rondom uitvaarten. In de provincie Tana Toraja, op het Indonesische eiland Sulawesi, zijn de begrafenisrituelen aanzienlijk anders dan in veel westerse samenlevingen.

Panoramische foto van de weelderige, groene rijstterrassen en traditionele Tongkonan-huizen in Tana Toraja.

Ma’Nene en Rambu Solo: Ceremonies van voorouderverering

Het jaarlijkse Ma’Nene-ritueel is een feest van de voorouderverering. Van iedere gestorvene wordt het lichaam gemummificeerd met natuurlijke ingrediënten en begraven in een rotsgraf. Tijdens dit ritueel toont de Toraja-bevolking trots hun dode familieleden nadat ze hen nieuwe kleren hebben aangetrokken om respect te tonen aan hun dierbaren.

De dood wordt bij de Toraja niet als verdrietig of angstaanjagend opgevat. Het opgraven van mummies is een manier om contact te maken met de dood en deze te overstijgen. Stof en puin worden van de mummies verwijderd en vervolgens worden de lichamen opnieuw aangekleed.

De begrafenisceremonie, of Rambu Solo, kan dagen tot weken duren en omvat offers van buffels en varkens, traditionele dansen en gezangen. Het doel van deze uitgebreide ceremonies is om de overledene te eren en de ziel naar Puya (het hiernamaals) te begeleiden. De overledenen worden vaak begraven in uitgehouwen rotsgraven of op speciale begraafplaatsen hoog in de bergen.

Voorbereiding en bewaring van het lichaam

Het christendom in Torajaland is doorspekt met animistische invloeden. In het leven van de Toraja staat de dood centraal. Het lichaam van de overledene wordt gebalsemd en soms wel een paar jaar bewaard. Er wordt dan nog geen afscheid genomen; de nabestaanden behandelen de overledene als een zieke (Toma Kula).

Het levenloze lichaam wordt bewaard in een tongkonan, een traditioneel Torajaans huis. De dode lichamen blijven daar meerdere maanden, soms zelfs tientallen jaren, totdat de groep een begrafenis kan betalen en een ceremonie kan organiseren. De 'zieke' persoon wordt officieel doodverklaard bij de begrafenisoptocht die bekendstaat als Rambu Solo, op het moment dat een geofferde waterbuffel zijn laatste adem uitblaast. Dan kan de ziel van de overledene pas naar Puya vertrekken.

Begraafplaatsen en specifieke rituelen

Lemo en Suaya zijn twee belangrijke begraafplaatsen in Torajaland. De overledenen worden in speciale grotten in rotswanden geplaatst, omgeven door houten poppen. De levensgrote poppen, de Tautau, kijken uit over de omgeving en bewaken de tombes. Deze poppen kunnen honderden euro's per stuk kosten.

Wanneer nabestaanden geen pop kunnen betalen, wordt de kist (soms zelfs dat niet) op de grond geplaatst. Nabestaanden nemen offers mee zoals pruimtabak en sigaretten.

Volwassen Toraja worden begraven in de rotsen, maar dat geldt niet voor tandeloze baby's. Zij worden begraven in een babyboom. De boom groeit verder en omarmt de gebalsemde baby. Er zijn kleine houten deurtjes en gaten die deels zijn dichtgegroeid, en er wordt geloofd dat elke keer wanneer een blad van de boom valt, een baby naar de hemel gaat.

De bezienswaardigheden van Torajaland, hoewel soms luguber, bieden na uitleg van de cultuur een bijzondere kijk op hoe de Toraja omgaan met leven en dood.

Detail van een Tautau-pop die uitkijkt over de rotsgraven in Lemo.

De Tongkonan en dorpstructuur

De daken van de traditionele huizen in Torajaland hebben de vorm van een boot en de ingang wijst naar het noorden. In een cultuur waar begrafenissen centraal staan, mogen de voorvaderen niet vergeten worden.

Het bouwplan van de authentieke Toraja dorpen is identiek: alle huizen zijn zij aan zij gebouwd, netjes op een rij. Tegenover de woonhuizen staat een tweede rij 'huizen'. In Ke’tu Kisu zijn de huizen versierd met prachtig houtsnijwerk en zijn de gevels fraai beschilderd met rode en zwarte patronen. Het traditionele dorp Soppeng is ook een bezoek waard, met een prachtig uitzicht over de rijstvelden.

Tegen de voorgevel van de Tongkonans tref je meestal een aantal buffelhoorns aan, verticaal bevestigd. Meer hoorns betekent meer rijkdom en dus meer aanzien voor de familie.

Traditionele Toraja-huizen (Tongkonans) met karakteristieke bootvormige daken en buffelhoorns.

Andere Indonesische uitvaarttradities

Balinese uitvaart: Ngaben

De Balinese uitvaart, bekend als 'ngaben' of de crematieceremonie, is een van de meest complexe en kleurrijke rituelen. Het doel van ngaben is om de ziel van de overledene te bevrijden en te laten terugkeren naar de voorouders. De ceremonie begint met het wassen en aankleden van het lichaam, gevolgd door rituele offers.

Het hoogtepunt van de Balinese uitvaart is de crematie zelf. Het lichaam wordt in een torenhoge lijkbaar geplaatst en in een optocht naar de crematieplaats gedragen. Dit wordt gevolgd door de verbranding van het lichaam in een symbolische structuur, zoals een koe of een mythologisch wezen. Na de crematie worden de resten verzameld en in zee geworpen om de ziel volledig vrij te laten.

De Balinezen dragen de dode naar de crematieplaats op een typische Balinese doodskist genaamd wade. De wade heeft een tempelachtige vorm en is mooi versierd met allerlei Balinese ornamenten. Na de crematie verzamelt de familie de as en legt het in een kelapa gading (kokosnoot met gele buiten schil).

Islamitische en Christelijke uitvaarten

De islam is de grootste religie in Indonesië, en islamitische uitvaarten volgen strikte rituelen zoals voorgeschreven door de sharia. Na het overlijden wordt het lichaam ritueel gewassen (ghusl) en in een witte lijkwade gewikkeld (kafan). Het lichaam wordt vervolgens zo snel mogelijk naar de moskee gebracht voor het dodengebed (Salat al-Janazah).

De begrafenis vindt meestal plaats binnen 24 uur na overlijden. Het lichaam wordt in de richting van Mekka begraven en de begrafenis wordt gevolgd door gebeden en het reciteren van de Koran. Er zijn doorgaans herdenkingsdiensten op de 7e, 40e en 100e dag na de begrafenis.

Christelijke uitvaarten in Indonesië, met name onder protestantse en katholieke gemeenschappen, omvatten vaak een wake (malam penghiburan) waarbij familie en vrienden samenkomen om te bidden en steun te bieden aan de nabestaanden. De uitvaartdienst zelf vindt meestal in een kerk plaats en omvat schriftlezingen, gebeden en lofzangen. Na de kerkdienst wordt de overledene begraven in een christelijke begraafplaats.

tags: #indonesie #begrafenis #npo