Drieënzeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog dragen nog steeds veel mensen de zware gevolgen ervan met zich mee. De meesten behoren inmiddels tot de tweede generatie: de kinderen van degenen die de oorlog bewust hebben meegemaakt. Onder hen bevinden zich ook de kinderen van ouders die de kant van de bezetter kozen. Voor hen voelt 4 mei, de dag van nationale herdenking, als een dag van schaamte.
De documentaire 'Mijn vader was fout', uitgezonden op NPO 2, belicht de verhalen van twee van zulke kinderen: Rob Riphagen, zoon van de beruchte oorlogsmisdadiger Dries Riphagen, en Willeke Stadtman, dochter van Karel Stadtman, die tijdens de oorlog voor de Duitse politie werkte.

Rob Riphagen: Leven met de Schaduw van zijn Vader
Rob Riphagen, nu 75 jaar oud, geeft aan dat 4 mei altijd een moeilijk moment voor hem is. "Er komen dan zoveel vragen naar boven. Waarom zijn de dingen zo gegaan? Waarom heb je dat gedaan? De film van mijn leven komt in die twee minuten op 4 mei voorbij."
Zijn vader, Dries Riphagen, was voor de oorlog al een crimineel in Amsterdam. Tijdens de oorlogsjaren ontwikkelde hij zich tot een gewetenloze misdadiger, die Joden opspoorde, afperste en verraadde. Hij was verantwoordelijk voor de deportatie van naar schatting 200 Joden. De film 'Riphagen' uit 2016 is gebaseerd op zijn oorlogsverleden.
Na de oorlog wist Dries Riphagen via België en Spanje te ontsnappen naar Argentinië, waar hij een nieuw leven opbouwde. Hij is nooit berecht voor zijn misdaden en overleed in 1973 in een Zwitserse kliniek.
Rob Riphagen, geboren in 1943 en zijn vader nauwelijks kennende, fantaseerde jarenlang over een weerzien. Pas later in zijn leven ontdekte hij hoe meedogenloos zijn vader te werk was gegaan. "Ik ben altijd bang geweest dat er iets van mijn vader ook in mij zit. Dat is een heel beangstigend gevoel", deelt Riphagen. Hij heeft in archieven uitgezocht wat zijn vader precies deed en voelt schaamte over diens misdaden. Dit beïnvloedt zijn gedrag: "Altijd is er een stemmetje in je hoofd dat zegt: dat kun je beter wel doen en dat niet. Het is een soort deken van geremdheid die over je heen ligt en waar je niet onderuit kunt kruipen."

In de documentaire ontmoet Rob Riphagen Simone Haller, een nicht van de Joodse bloemenverkoper Simon Bacharach, die door toedoen van Dries Riphagen tijdens de oorlog werd opgepakt. Deze ontmoeting helpt hem te realiseren hoeveel pijn en leed zijn vader heeft veroorzaakt en hoe dat tot op de dag van vandaag doorwerkt.
Willeke Stadtman: De Gevolgen van een Foute Keuze
Willeke Stadtman, 68 jaar oud, blijft op 4 mei altijd thuis omdat ze zich niet op haar plaats voelt bij een herdenking. "De mensen die op de Dam staan, zijn goed geweest in de oorlog, ze staan daar zuiver en onschuldig. Het is niet zo dat ik me schuldig voel over mijn vader, maar ik heb op die dag zoveel dubbele gevoelens, dat het afbreuk zou doen aan datgene wat daar puur en zuiver moet zijn."
Haar vader, Karel Stadtman, groeide na de scheiding van zijn ouders op in pleeggezinnen. Tijdens de oorlog zocht hij een baantje bij de politie om te voorkomen dat hij naar Duitsland gestuurd zou worden. Hij kwam terecht bij de Duitse Ordnungspolizei in Apeldoorn.
"Rond 4 mei was er altijd veel spanning bij ons thuis. Mijn vader realiseerde zich dat hij een foute keuze had gemaakt in de oorlog en dat hij die niet meer ongedaan kon maken. Zijn onvermogen om daarmee om te gaan heeft een diepgaand effect gehad op het hele gezin," vertelt Willeke.
Willeke was de oudste van vier kinderen. Lange tijd bleef onduidelijk wat haar vader precies gedaan had tijdens de oorlog. Uit archiefonderzoek bleek later dat hij zich vooral schuldig had gemaakt aan agressief gedrag en machtsmisbruik. "Voor hem telde vooral dat hij ergens bijhoorde. Dat hij macht over anderen kon hebben, omdat hij zich in zijn jonge jaren machteloos gevoeld heeft," aldus Stadtman.

Na de oorlog bracht haar vader vijf jaar door in interneringskampen en verloor hij voor tien jaar zijn burgerrechten. De woede en frustratie over zijn verleden zorgden voor een negatieve en onveilige sfeer in het gezin, waarbij hij regelmatig hun moeder sloeg.
Met vrijwilligerswerk als grensrechter bij de plaatselijke voetbalvereniging probeerde hij een plek in de samenleving te vinden. Toen de voorzitter hem mededeelde dat hij zijn lidmaatschap moest opgeven omdat hij fout was geweest in de oorlog, brak dit hem. "Dat was een kantelpunt," zegt Willeke. "Die vereniging was alles voor hem. Heel even had hij de hoop dat hij gewaardeerd werd en dat hij erbij hoorde. Daarna was er geen land meer met hem te bezeilen."
Willeke was destijds 16 jaar en ging twee jaar later het huis uit. Haar jongere zusje en broertjes bleven nog jarenlang thuis. Haar jongste broer, Wilfred, ging letterlijk ten onder aan het mislukte leven van zijn vader en pleegde in 2000 zelfmoord. Hij bleek niet in staat zich los te maken uit de sfeer van zijn jeugd, waarin er geen hoop, geen vertrouwen en geen toekomst was. "Mijn broer heeft het pessimisme van mijn vader overgenomen," stelt Willeke.

Willeke schreef het boek 'Op voet van oorlog' over haar ervaringen thuis en geeft regelmatig lezingen over het onderwerp. In de documentaire is te zien hoe ze lezingen geeft en samen met haar zus langs het ouderlijk huis in Ede loopt.