Nederland kent een aanzienlijk aantal ex-gereformeerden, en de podcast "De geboden van Slagter en Dresselhuys" biedt een fascinerende inkijk in hun levens. De podcast, die al ruim een half jaar te beluisteren is, onderzoekt waarom deze individuen hun kerk verlieten, maar ook hoe het geloof hen nooit helemaal loslaat.
Het idee voor de podcast ontstond uit een gesprek tussen tv-presentator Jan Slagter, oprichter van omroep MAX, en journaliste Cisca Dresselhuys. Slagter vroeg Dresselhuys, voormalig hoofdredacteur van maandblad Opzij, of zij niet "eigenlijk óók een gereformeerd meisje" was. Dresselhuys bevestigde dit, waarna hun gedeelde achtergrond - Slagters vader was kerkorganist en Dresselhuys’ vader gereformeerd predikant - leidde tot het idee om een podcastserie te starten met Nederlandse ex-gereformeerden.
Het doel van de podcast is om samen met gasten nostalgisch terug te blikken op hun verleden, warme herinneringen op te halen of juist opgelopen trauma's therapeutisch te bespreken. Inmiddels zijn er diverse gesprekken gevoerd met bekende Nederlanders, waaronder cabaretière Lenette van Dongen, presentator Jack Spijkerman, actrice Johanna ter Steege, psychiater Bram Bakker, RTL-journalist Frits Wester en bioloog en schrijver Maarten ’t Hart.
Hoewel niet alle gasten strikt genomen ex-gereformeerden zijn - sommigen, zoals D66-politicus Jan Terlouw (zoon van een Gereformeerde Bondsdominee) en tv-recensente Angela de Jong (uit een hervormd nest), komen uit een vergelijkbare religieuze achtergrond - doet dit geen afbreuk aan de gesprekken. Tijdens de interviews worden steevast rollen King-pepermunt geserveerd, speciaal voor de podcast voorzien van een Slagter- en Dresselhuyswikkel. Elke aflevering wordt afgesloten met het favoriete lied van de gast.

De journalisten gaan met hun gasten en met elkaar in gesprek over diverse thema's die verband houden met hun gereformeerde jeugd. Onderwerpen als het belang van de zondag, het genot van orgelmuziek, het sparen voor de zending en het jaarlijkse huisbezoek komen aan bod. Ook de verschillen tussen refo's en gereformeerden worden besproken, waarbij Dresselhuys benadrukt dat gereformeerden niet per se zwarte kousen hoefden te dragen.
Bij het analyseren van de gesprekken vallen enkele rode lijnen op. Hoewel de toon soms een tikje meewarig kan zijn, met opmerkingen als "Als kind mocht je weinig op zondag. Maar ja, je wist niet beter, hè?", wordt duidelijk dat veel gasten terugkijken op een jeugd waarin het geloof een centrale rol speelde. De ondertoon van veel gesprekken is dat mensen die de Bijbel als Gods Woord zagen, destijds nog veel voorkwamen.
De soms luchtige, bijna profane toon van de interviews kan niet iedereen waarderen. Toch is het leerzaam om te horen hoe deze bekende Nederlanders zich hebben losgezongen van de kerk en hoe zij momenteel in levensbeschouwelijk opzicht door het leven gaan. Want een ex-gereformeerde kan zomaar je buurman, collega of maatje bij de vrijwillige brandweer zijn.
Een opvallend aspect van de podcast is dat deze niet beeldbevestigend is. Hoewel de bekende clichés over gereformeerden - zondagsheiliging, huisbezoek, de Heidelbergse Catechismus en de pepermunt - ruimschoots aan bod komen, is de toon milder dan de bijtende spot die schrijvers als Maarten ’t Hart en Jan Wolkers vijftig jaar geleden hanteerden.
Angela de Jong uit haar ongenoegen over de strenge regels in haar hervormde jeugd in Ouderkerk aan den IJssel, waar het volgens haar altijd ging over "hel en verdoemenis". Er waren strikte normen, zoals donker gekleed naar de kerk gaan en psalmen zingen in de oude berijming. Alles werd als "altijd slecht en de wereld was zondig" bestempeld.
Lenette van Dongen deelt een traumatische ervaring met een seksueel opdringerige predikant. Bram Bakker heeft donkere herinneringen aan het kerkse IJsselmuiden, waar hij op maandag werd geslagen omdat zijn gezin op zondagmiddag had gebarbecued.

Ondanks deze negatieve ervaringen is de overheersende stemming in de podcast er een van goedwillendheid, heimwee en jeugdsentiment. Jan Slagter benadrukt zijn positieve jeugdherinneringen, waarin de zondag als een "feestelijke dag" werd ervaren, compleet met chocoladevla en slagroom. Zelfs Maarten ’t Hart geeft aan anno 2022 minder negatief te staan tegenover zijn achtergrond en de kerkgang als kind als "erg leuk" te hebben ervaren. Bram Bakker vindt geloof een "goede tegenkracht tegen het kapitalisme" en acht het belangrijk om te koesteren.
Het is echter duidelijk dat alle geïnterviewden zelf afstand hebben genomen van het geloof der vaderen. Jan Terlouw begon al op twaalfjarige leeftijd te twijfelen, mede door de oorlog en andere vreselijke gebeurtenissen, en vroeg zich af hoe God liefdevol en almachtig kon zijn tegelijkertijd. Lenette van Dongen liet het kerkelijk leven los omdat ze "God is liefde, en geen straf of hel" vond. Hoewel ze erkent dat de kerk van nu anders is dan die van haar jeugd, beschrijft ze de sfeer als "heel streng" en het genieten als "verdacht".
Voor veel geïnterviewden heeft gereformeerd zijn geleid tot een gevoel van schuld. Presentatrice en kinderboekenschrijfster Mieke van der Weij voelt zich voortdurend schuldig, "over alles". Angela de Jong voelt zich "absoluut schuldig" als ze op zondag met haar gezin naar IKEA gaat, omdat ze zich afvraagt wat haar moeder hiervan zou vinden. Bram Bakker herkent in zijn werk dat veel mensen om onduidelijke redenen aan zichzelf moeten voldoen, wat vaak terug te voeren is op hun programmering in het verleden.
Uiteindelijk namen allen afscheid van de kerk, het traditionele geloof en de kerkgang. Frits Wester merkt op dat hij het "gewoon ontgroeid" is en het kinderbijbelgeloof niet meer heeft. Soms was er een directe aanleiding om de kerk te verlaten, maar vaker leek het geloof zachtjesaan uit hun leven te zijn weggegleden, simpelweg omdat het bij het volwassen worden niet meer relevant leek.
Bij het losgroeien van het geloof speelden de ouders een opmerkelijke rol. Frits Wester vertelt hoe zijn ouders, ondanks hun grote kerkelijke betrokkenheid, tegen ‘hokken’ waren, maar zich tot grootste verdedigers ontwikkelden toen hun zoon met zijn vriendin ging samenwonen. Op het sterfbed van zijn moeder hoorde Wester de aangrijpende woorden: "Frits, eigenlijk weet ik niet of er wel een God is. En misschien hoop ik wel van niet. En áls Hij er is, hoop ik dat Hij genadig is."
Soms werden de ouders van de geïnterviewden aan het twijfelen gebracht door spraakmakende theologen. De ouders van Mieke van der Weij hadden de werken van de Schriftkritische Harry Kuitert in huis. Haar moeder gaf aan dat ze niet meer in het hiernamaals geloofde, en haar vader merkte op dat er "niets meer overblijft" als je volledig met Kuitert meegaat, terwijl hij het "rotsvaste geloof" van zijn jeugd miste.
Hoe typeren ex-gereformeerden hun huidige levensbeschouwing? De meesten, waaronder Maarten ’t Hart, noemen zich agnost. Bram Bakker denkt steeds meer dat hij toch een gelovige is, maar weet niet precies wat hij moet geloven. Hij vindt niet geloven te gemakkelijk en heeft een hekel aan de uitspraak dat iets niet waar is als het niet bewezen is.
Voor velen gaat uitschrijven bij de kerk te ver. Frits Wester vergelijkt het met het doorknippen van zijn navelstreng. Cisca Dresselhuys maakt nog jaarlijks een bedrag over naar de PKN om haar vader niet te verraden.
Angela de Jong gelooft nog wel en vindt het een prettig idee dat er "Iemand daarboven zit Die de boel een beetje in de gaten houdt". Ze bidt echter niet meer. Frits Wester daarentegen neemt dagelijks de dag even door voor het slapen gaan, waarbij hij bezig is met mensen, problemen en de wereld - een soort meditatie.
Voor hen die vasthouden aan het gereformeerde belijden, blijft de huidige levensbeschouwing van ex-gereformeerden vaag. Cisca Dresselhuys, die zestig jaar geleden voor het laatst naar de kerk ging, is er echter zeker van: "We komen van ons gereformeerde verleden nooit helemaal los. Op een of andere manier stempelt het toch ons leven." Jan Terlouw beaamt dat zijn christelijke opvoeding zijn leven "zeker" heeft beïnvloed, en dat hij nog veel Bijbelteksten uit zijn hoofd kent en zijn moraliteit en waardepatroon daaruit heeft meegekregen.
Een generatie die de eerste zondag van de Heidelbergse Catechismus moeiteloos kan opzeggen, die tijdens het motorrijden "De Heer is mijn Herder" neuriet, of die in het politieke leven de eed aflegt - maar die vervreemd is geraakt van de kern van het christelijk geloof. Een generatie die zich geen atheïst wil noemen, heimwee heeft naar de geborgenheid van vroeger, maar de kerk zelden meer vanbinnen ziet en niets wil weten van de totale verdorvenheid van de mens of een eeuwige straf.

Het relaas van actrice Johanna ter Steege over het overlijden van haar moeder illustreert de blijvende impact van geloofservaringen. Vlak voor haar dood vroeg haar moeder of de radio aanstond, omdat ze "zingen" hoorde. Ter Steege antwoordde dat het de engelen waren.
---
Wat betreft de televisie en de rol van Angela de Jong: vaak is alles op televisie gericht op de Randstad, terwijl het gebied daarbuiten veel groter is. Dit wordt in televisieland nogal eens vergeten, aldus Hendrik Jan, zanger van de rockband Bökkers en debuterend acteur in de serie Woeste grond. Ondanks zijn succes en een nominatie voor de Televizier-Ring Acteur, blijft hij nuchter en roept hij dat hij geen acteur is.
De serie Woeste grond, die zich afspeelt op en rond de boerderij van de familie Ottink, trok dagelijks ruim een miljoen kijkers en werd genomineerd voor een Televizier-Ring. AD-columniste Angela de Jong gaf de serie een compliment en noemde Hendrik Jan een "aantrekkelijke man met een goede baard en kop".
Het derde seizoen van Woeste grond belooft spannend te worden, met wolven die paniek veroorzaken en criminele praktijken rondom de boerderij. Hendrik Jan benadrukt het belang van dit soort verhaallijnen voor tv, die zich niet alleen op de Randstad moeten richten.