De Geschiedenis van de Nederlandse Televisie in de Jaren '50

De Vroege Jaren van Televisie in Nederland

De geschiedenis van de Nederlandse televisie begint in de jaren '30 van de 20e eeuw met de eerste experimenten. Op de Derde Radio Salon in Scheveningen, van 16 tot 29 mei 1929, demonstreerde prof. August Karolus van Telefunken een televisiesysteem met een matglazen scherm van 30 bij 30 cm, waar twintig personen tegelijkertijd naar konden kijken. Deze ontwikkeling was nauw verbonden met het werk van Philips, waar televisiepionier Erik de Vries werkzaam was bij het Natuurkundig Laboratorium. Hij voerde de eerste proeven uit en maakte de weg vrij voor de eerste uitzendingen in Nederland.

In 1935 verscheen de eerste persoon op de Nederlandse televisie: de dochter van Koos Speenhoff, die bij Philips werkte. Philips bouwde in de jaren 1937-1938 vier wagens: twee materiaal/zenderwagens en twee techniekwagens met daarin een filmscanner en een verrijdbare televisiecamera. Deze wagens werden tentoongesteld en gebruikt voor demonstraties in binnen- en buitenland, waaronder Brussel en Utrecht. Helaas ging een van de wagens verloren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1948 en 1951 verzorgde Philips 264 experimentele televisie-uitzendingen vanuit Eindhoven.

De Nederlandse overheid toonde aanvankelijk weinig enthousiasme voor de televisie. Premier Willem Drees beschouwde het als een luxe-object dat niet paste in de wederopbouwperiode. Desondanks werd op 12 december 1949 de officiële introductie van televisie in Nederland toegestaan door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. Twee jaar later, op 31 mei 1951, richtten de KRO, NCRV, AVRO en VARA de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) op, met als doel brede samenwerking op het gebied van televisie. De NTS fungeerde als zendgemachtigde zonder leden en leverde technische en facilitaire diensten aan de omroepverenigingen, waarbij de verantwoordelijkheid voor programma's met een algemeen karakter bij de NTS lag.

Een foto van de eerste Nederlandse televisie-uitzending in Studio Irene, Bussum.

De Eerste Officiële Uitzending en de Jaren '50

Op 2 oktober 1951 vond vanuit Studio Irene in Bussum de eerste officiële televisie-uitzending in Nederland plaats. Destijds waren er ongeveer 500 televisietoestellen in het land. Omdat veel mensen samenkwamen om naar de uitzending te kijken, wordt geschat dat zo'n 100.000 Nederlanders de eerste uitzending hebben kunnen volgen. Omroepster Jeanne Roos opende de avond met de woorden: "Goedenavond, dames en heren. Vanavond is het een hele bijzondere avond. Niet alleen bij jullie in de huiskamer, maar ook bij ons in de studio." De uitzending, die live plaatsvond en niet werd opgenomen, bestond uit geluidsopnames, een toespraak van staatsecretaris Jo Cals, een filmreportage over de voorbereidingen van de Deense televisie-avond, en de hoofdfilm "Het lied van de klok". Na een pauze werd het televisiespel "De Toverspiegel" live opgevoerd.

In de jaren '50 groeide de populariteit van televisie gestaag. In 1958 waren er 250.000 toestellen in Nederland, en op 14 november 1961 werd het miljoenste televisietoestel aangesloten. Het programma-aanbod breidde zich uit, en vanaf 5 oktober 1957 werd de eerste Nederlandse televisieserie uitgezonden: "Pension Hommeles", geschreven door Annie M.G. Schmidt. Ook de kinderserie "Swiebertje" ging op 20 april 1955 van start en werd in de jaren '60 en '70 razend populair.

Televisie had in de beginjaren een verbindende factor. Met slechts één zender keek heel Nederland naar hetzelfde programma, wat leidde tot veel gespreksstof op school en onder collega's. Het bekijken van televisie vereiste een bepaalde vorm van ritueel; men zat geconcentreerd, zonder afleiding, om niets van het wonder te hoeven missen. Kinderprogramma's, zoals het "kinderuurtje" op woensdag- en zaterdagmiddag, waren bijzonder geliefd. Programma's als "Pipo de Clown", "Swiebertje", "Mik en Mak" en "Okkie Trooi" leven voort in het collectieve geheugen.

Een gezin dat samen naar een zwart-wit televisie kijkt.

Technische Ontwikkelingen en Maatschappelijke Invloed

De technische ontwikkelingen in de jaren '50 waren significant. Er was nog geen kleur, geen teletekst, geen kabeltelevisie en geen videobanden. Live-uitzendingen waren eenmalig, en herhalingen waren er niet. De keuze was beperkt, met slechts één televisienet waarop aan het einde van de jaren '50 vier avonden per week werd uitgezonden: dinsdag, woensdag, vrijdag en zaterdag. Programma's duurden van 20.00 tot 23.00 uur, met sporadische kinderuurtjes in de middag. Mensen die nabij de grens woonden, konden ook Duitse en Belgische zenders ontvangen.

Het bezit van een televisie verhoogde het sociale prestige aanzienlijk. Huiskamers stroomden vol met familie, vrienden en kennissen, vooral tijdens grote evenementen zoals het wereldkampioenschap voetbal in 1958. Sommige TV-bezitters vroegen zelfs entreegeld om de kosten van hun dure toestel terug te verdienen. De aanschaf van een televisie, zoals een Grundig die 1200 gulden kostte, was een aanzienlijke investering, vooral voor gezinnen met een modaal inkomen.

De technologie van de antenne was primitief vergeleken met nu. Een ijzeren staketsel op het dak, verbonden met een stugge kabel, zorgde voor de ontvangst van signalen uit de ether. Dit had echter ook een voordeel: het maakte direct duidelijk dat men televisie bezat. Pas later, in 2006, kwam er een einde aan analoge televisie.

Hoe is het eerste leven op aarde ontstaan? | Het Klokhuis

Vroege Programma's en Culturele Impact

De eerste Nederlandse televisieserie, "Pension Hommeles", markeerde een belangrijke stap. Ook de kinderserie "Swiebertje" werd een blijvend fenomeen. Het Eurovisie Songfestival, waar Nederland in de jaren '50 tweemaal won, zorgde voor extra kijkersinteresse. In 1962 konden Nederlanders 30 uur per week naar de buis kijken, en in 1964 kwam er een tweede zender bij: Nederland 2.

Populaire programma's zoals "De Fabeltjeskrant" (vanaf 1968) en "Dorus" (met Tom Manders) waren ongekend populair. Tegen het einde van de jaren '70 had driekwart van de Nederlanders een televisie, waarvan een deel al in kleur. Het WK-voetbal in 1974 stimuleerde de aankoop van kleurentelevisies.

De televisie werd ook een platform voor maatschappelijke discussies. De invoering van kijkgeld en de strijd rond een commercieel tweede net, dat leidde tot de oprichting van de REM (Reclame Exploitatie Maatschappij), markeerden belangrijke momenten in de geschiedenis van de Nederlandse televisie. De introductie van reclame op televisie en de komst van het tweede net in de jaren '60 veranderden het medialandschap blijvend.

Een collage van iconische Nederlandse kinderprogramma's uit de jaren '50 en '60.

tags: #nederlandse #televisie #jaren #50