Digitale televisie via de satelliet maakt het mogelijk om vanuit de ruimte signalen te ontvangen die door een schotelantenne worden opgevangen. Deze signalen worden vervolgens doorgezonden naar een decoder, ook wel satellietontvanger genoemd, die de signalen omzet in beeld en geluid dat uw televisie kan weergeven. Sommige signalen zijn gecodeerd en vereisen een abonnement met een decoderkaart of module, terwijl andere signalen, bekend als Free-to-Air zenders, vrij te ontvangen zijn.

Hoe werkt satelliet-tv?
De satellieten die televisie-uitzendingen verzorgen, bevinden zich in een geostationaire baan, ongeveer 36.000 km boven de evenaar. Hierdoor lijken ze stil te hangen ten opzichte van de aarde, terwijl ze in werkelijkheid met dezelfde snelheid rond de aarde draaien als de rotatie van de aarde zelf. Deze baan, ook wel de Clark-Belt genoemd, is vernoemd naar Arthur Clarke en herbergt duizenden communicatiesatellieten voor zowel televisie als telefonie.
De meest bekende satellieten voor televisie-uitzendingen in Europa zijn de Astra-satellieten, aangeduid met een volgnummer of hun positie ten opzichte van het zuiden:
- Astra 1 (19,5° Oost): Zendt voornamelijk Duitstalige zenders uit, waaronder nationale en commerciële Duitse en Oostenrijkse zenders. Deze zijn grotendeels ongecodeerd en dus vrij te ontvangen.
- Astra 2 (28,5° Oost): Zendt Engelstalige zenders uit, zoals de Britse staatszenders (BBC) en commerciële zenders (ITV). Ook deze zijn grotendeels ongecodeerd.
- Astra 3 (23,5° Oost): Zendt Nederlandstalige zenders uit van Nederlandse (via Canal Digitaal) en Belgische (via TV Vlaanderen) providers.
Elke satelliet straalt signalen uit naar een specifiek dekkingsgebied op aarde, de zogenaamde footprint. Binnen deze footprint kunnen de signalen worden ontvangen. De benodigde schotelgrootte varieert per gebied en hangt af van de sterkte van het signaal in die regio. Factoren zoals de kwaliteit van de schotel en weersomstandigheden, met name regen, kunnen de signaalsterkte beïnvloeden. Een grotere schotel biedt meer regenreserve, wat essentieel is voor een stabiele ontvangst, vooral bij HD-zenders.

Componenten van een satellietontvangstsysteem
Een typisch satellietontvangstsysteem bestaat uit de volgende onderdelen:
Schotelantenne
De schotelantenne is een paraboolvormige schotel die de signalen van de satelliet opvangt en reflecteert naar de LNB (Low Noise Block). De grootte van de schotel is cruciaal voor een goede signaalontvangst. Voor de Astra 1, 2 en 3 satellieten wordt een schotelmaat van rond de 70 cm aanbevolen. Merken zoals Triax zijn populair vanwege hun prijs-kwaliteitverhouding, hoewel hoogwaardigere schotels, zoals die van Bente, betere ontvangst bieden, vooral aan de randen van de footprint.
LNB (Low Noise Block)
De LNB, ook wel ontvangstkop genoemd, is een essentieel onderdeel dat zich in het brandpunt van de schotel bevindt. De LNB ontvangt de gebundelde signalen van de schotel en converteert deze naar een lagere frequentie die via een coaxkabel naar de ontvanger kan worden getransporteerd. Satellieten zenden signalen uit in twee banden (laag en hoog) en met horizontale of verticale polarisatie. De LNB schakelt tussen deze banden met een 22 kHz signaal en tussen polarisaties met 13V (verticaal) of 18V (horizontaal).
Er bestaan verschillende soorten LNB's:
- Enkele LNB: Voor de ontvangst van één satelliet.
- Duo-LNB: Heeft meerdere koppen om twee satellieten tegelijk te ontvangen. De afstand tussen de koppen is afhankelijk van de schotelgrootte en het verschil in kijkhoek tussen de satellieten.
- Quattro LNB: Maakt ontvangst van een breder frequentiegebied mogelijk.
- Universele LNB: Ontvangt zowel het 11 GHz als het 12 GHz gebied en is geschikt voor analoge en digitale programma's.
- LNBF: Combineert de functionaliteit van een LNB met een geïntegreerde feedhorn en polarisatiekeuze.
Coaxkabel
Een hoogwaardige coaxkabel is noodzakelijk om de signalen van de LNB naar de ontvanger te transporteren. De kwaliteit van de kabel en de gebruikte connectoren, zoals F-connectoren, hebben directe invloed op de beeldkwaliteit. Goede afdichting van de connector aan de LNB-zijde voorkomt vochtproblemen.
Satellietontvanger (Decoder)
De satellietontvanger, ook wel decoder of set-top box genoemd, vertaalt de digitale signalen van de satelliet naar beeld en geluid voor uw televisie. Er zijn twee hoofdtypen:
- Analoge ontvangers: Verouderd en minder gebruikelijk.
- Digitale ontvangers: Standaard voor moderne satelliet-tv. Deze kunnen signalen verwerken in diverse formaten zoals MPEG2, MPEG4, HVEC/H.265 en H.264.
Veel moderne televisies hebben een ingebouwde DVB-S tuner, waardoor een externe ontvanger overbodig is. In dat geval wordt vaak een CI+ module gebruikt, waarin de smartcard van de provider wordt geplaatst.
Smartcards en CAM-modules
Voor de ontvangst van gecodeerde zenders is een smartcard of Conditional Access Module (CAM) nodig. Deze bevatten de sleutels om de signalen te ontsleutelen. Providers zoals Canal Digitaal en TV Vlaanderen gebruiken systemen als Irdeto en Seca.
Extra functies van ontvangers
Moderne satellietontvangers bieden diverse extra functies:
- Opnamefunctionaliteit (DVR/PVR): Mogelijkheid om programma's op te nemen op een ingebouwde harde schijf of externe opslag (USB-stick/harde schijf).
- TimeShift: Pauzeren van live-uitzendingen.
- EPG (Elektronische Programmagids): Biedt gedetailleerde informatie over het tv-programma-aanbod.
- Multi-tuner: Sommige ontvangers hebben een twin tuner, waarmee twee programma's tegelijkertijd kunnen worden ontvangen.
Hoe werken satellieten? | ICT #10
Installatie en Configuratie
De installatie van een satellietontvangstsysteem vereist enige kennis. De schotelantenne moet nauwkeurig worden gericht op de juiste satelliet, rekening houdend met de azimuth (kompasrichting) en elevatiehoek (hoek ten opzichte van de horizon). Bij mobiel gebruik, zoals in campers of caravans, zijn automatische schotels handig, die zich zelf uitrichten op de satelliet. Deze worden vaak vakkundig gemonteerd.
Voor een permanente installatie thuis kan de schotel worden bevestigd met een muurbeugel. Het is belangrijk om de schotel correct af te stellen om een optimale signaalontvangst te garanderen, vooral tijdens slechte weersomstandigheden.
Verschillende typen schotelsystemen
Er zijn diverse systemen beschikbaar, variërend in prijs en functionaliteit:
- Handmatige schotels: Kosten doorgaans minder en vereisen handmatige afstelling. Ideaal voor thuisgebruik waarbij de schotel niet vaak verplaatst hoeft te worden. Voor mobiel gebruik kan een statief worden gebruikt.
- Automatische schotels: Comfortabel voor mobiel gebruik (camper/caravan), maar duurder. Systemen zoals Oyster zijn populair.
- Multi-feed schotels: Hiermee kunnen met een vast opgestelde schotel meerdere satellieten worden ontvangen door meerdere LNB's te plaatsen.
- Prime focus schotels: De LNB bevindt zich in het brandpunt van de schotel.
- Offset schotels: De LNB is niet in het midden geplaatst, wat een meer verticale bevestiging van de schotel mogelijk maakt en ruimte bespaart.
De keuze voor een specifiek systeem hangt af van het beoogde gebruik, het budget en de gewenste ontvangstkwaliteit.
Veelgestelde Vragen en Terminologie
Hieronder volgt een overzicht van veelvoorkomende termen en antwoorden op veelgestelde vragen:
- ADR (Astra Digitale Radio): Mogelijkheid om hoogwaardige stereo radio-programma's via de satelliet te ontvangen.
- CAS (Conditional Access System): Systemen die de toegang tot betaaltelevisie regelen.
- DVB (Digital Video Broadcasting): De Europese standaard voor het digitaal verzenden van televisieprogramma's.
- Footprint: Het dekkingsgebied van een satelliet op aarde.
- Free-to-Air (FTA): Zenders die ongecodeerd en dus gratis te ontvangen zijn.
- Geostationaire baan: De baan rond de aarde op ongeveer 36.000 km hoogte, waar satellieten schijnbaar stil blijven hangen.
- HDTV (High Definition Television): Televisie met een hogere resolutie en beeldkwaliteit dan standaard definitie.
- IPTV: Televisiesignalen die via het internetprotocol worden verzonden.
- L.O. (Local Oscillator): Onderdeel van de LNB dat de frequentie van het ontvangen signaal verlaagt.
- MPEG (Moving Picture Experts Group): Groep die standaarden voor digitale beeldcompressie opstelt.
- QPSK: Modulatiemethode voor efficiënte digitale signaaloverdracht.
- Ruisgetal: Een maat voor de ruis die een LNB introduceert; hoe lager, hoe beter.
- Satellietmotor: Mechanisme om de schotel automatisch op verschillende satellieten te richten.
- Symbol Rate: Geeft aan hoeveel bits een digitale draaggolf bevat.
- Transponder: Een kanaal op een satelliet dat programma's uitzendt.
- UP-link: Het signaal dat vanaf de aarde naar de satelliet wordt gestuurd.
- Zonne-ruis: Verstoring van het satellietsignaal wanneer de aarde zich tussen de zon en de satelliet bevindt.

tags: #wat #is #een #satellietontvanger