Introductie tot de Regenwulp
De regenwulp is de kleinere en noordelijkere tegenhanger van de wulp. Hij broedt niet in ons land, maar is een doortrekker in voor- en najaar. Hij wordt in het voorjaar meer in het binnenland waargenomen dan in het najaar. In het najaar is de kust de beste plek.

Uiterlijke Kenmerken en Onderscheid met de Wulp
De regenwulp is kleiner en donkerder dan de wulp, met net als deze ook een omlaag gebogen, maar kortere snavel. Kenmerkend is de markant getekende kop met een smalle lichte kruinstreep, donkere zijkruinstrepen, een lichte wenkbrauwstreep, donkere oogstreep en een opvallende oogring.
In vergelijking met de wulp, die met een lengte van 50 tot 60 centimeter en een gewicht van 450 tot 1500 gram de grootste steltloper van West-Europa is, is de regenwulp kleiner. De wulp heeft een naar beneden gebogen snavel van 9 tot 15 cm, die bij vrouwtjes langer is dan bij mannetjes. Het verenkleed van de wulp is licht van kleur, met donkerbruine verticale strepen over het gehele lichaam. De kop van de wulp is vrij egaal, zonder donkere oogstreep of kruinstreep, hoewel de wulp wel een vage, lichte oogstreep heeft.
In vlucht is de regenwulp donkerder dan de wulp, met donker getekende ondervleugels. De wulp daarentegen heeft in vlucht opvallend lange vleugels en komt meeuwachtig over, met nagenoeg witte ondervleugels.
Geluiden en Roepen
De roep van de regenwulp is kenmerkend: een ver dragende triller, anders dan het "koer-lié" van de wulp. Het lijkt wel wat op de baltsroep van de wulp. De roep wordt beschreven als een luide, muzikale triller.
Het geluid van de wulp zelf is zeer karakteristiek en kan in de ochtend- en avondstilte ver dragen. Dit is een onderscheidend kenmerk ten opzichte van de regenwulp, die een heel andere roep heeft. De roep van de wulp is een tweelettergrepig, fluitende roep: "koer-líe".
De roep van de wulp
Broedgedrag en Nestelplaatsen
De regenwulp broedt niet in Nederland. Hij is territoriaal en zijn zang bestaat uit prachtige, lang aangehouden trillers. Hij broedt op de grond; het nest is een kuiltje in de grond, spaarzaam bekleed met plantenmateriaal. De leging vindt plaats in mei-half juni. Er is meestal één broedsel met vier eieren. De broedduur bedraagt 22-28 dagen. Beide geslachten broeden, waarbij het vrouwtje meer deelneemt aan het broedproces. De jongen zijn nestvlieders en zijn vliegvlug na 35-40 dagen.
De wulp broedt zo mogelijk jaar na jaar op dezelfde plek en jonge paren hebben een voorkeur voor een nestplek in de streek waar ze geboren zijn. Het nest van de wulp is een kuiltje in de grond, spaarzaam bekleed. De leging vindt plaats eind maart-eind mei, in Noord-Europa tot begin juli. Er is één broedsel per jaar, meestal met 3-4 eieren. Beide ouders broeden. Buiten de broedtijd leven wulpen in groepen, maar tijdens de broedperiode zijn broedparen erg territoriaal ingesteld en fel naar soortgenoten. De jongen kunnen al kort na het uitkomen het nest verlaten.
Voedsel en Foerageergedrag
Op doortrek in Nederland foerageert de regenwulp in graslanden (vooral in het voorjaar), wetlands en in getijdengebieden (vaak langs dijken). Hij overnacht op gezamenlijke slaapplaatsen in ondiep water, waaronder hoogvenen met vennen. Zijn dieet in het binnenland bestaat uit insecten en hun larven (zoals kevers, sprinkhanen, emelten), spinnen, duizendpoten, regenwormen, slakken en naaktslakken. In het broedgebied eet hij ook bessen, en op najaarstrek ook plantaardig materiaal zoals zaden. In zoutwatergebieden pikt hij onder andere krabben, kreeftjes en garnalen, weekdieren en zeepieren; soms eet hij ook vis, reptielen en kleine vogels.
De regenwulp pikt vaker voedsel op dan dat hij prikt; hij is een oog- en tastjager.
Het voedsel van de wulp bestaat uit regenwormen, kreeftachtigen, schelpdieren en andere ongewervelde bodembewoners. Hij zoekt voedsel op het oog en op de tast: hij pikt, prikt en houwt met de snavel. Hij steelt soms voedsel van andere wulpen of steltlopers. Vrouwtjes met langere snavels foerageren meer op het wad, op weekdieren, krabben en pieren.

Trekgedrag en Verspreiding
De regenwulp is een langeafstandstrekker; zijn broedgebieden worden geheel verlaten. In het najaar trekt hij over breed front of via pleisterplaatsen in getijdengebieden naar Afrikaanse kusten. De voorjaarstrek is ook over breed front. De voorjaarstrek vindt vooral plaats van half april tot half mei, en de najaarstrek van half juli tot eind augustus. In het voorjaar wordt hij veel meer in het binnenland gezien. Overtrekkende vogels zijn vooral te horen in de kuststreken en in een smalle ZW-NO lopende baan dwars over het land. Pleisteraars bezoeken zowel zoute als zoete wateren en foerageren ook vaak op binnenlandse graslanden, met name in het westen en midden van Noord-Brabant en het noorden van Friesland.
De wulp is een wijd verspreide Palearctische vogelsoort. Hij trekt vooral in het boreale en gematigde klimaatgebied van Eurazië, maar ook in Afrika, waar hij voornamelijk langs kusten en in gebieden met water te vinden is. In een groot deel van zijn verspreidingsgebied is hij ook broedvogel. In Eurazië komt de wulp in het hele supercontinent voor, inclusief grote delen van IJsland en Japan, met uitzondering van het binnenland van het Indisch subcontinent en onherbergzame gebieden zoals woestijnen. In Zuid-Europa en Zuid-Azië komt de wulp wel voor, maar broedt hij er niet. Het broedgebied binnen Eurazië vormt een driehoek met een scherpe punt naar het oosten, die heel Europa omvat, met uitzondering van sommige Russische kustgebieden. In Azië wordt het broedgebied in het noorden en oosten begrensd door een lijn van Archangelsk naar het Japanse eiland Hokkaido. De zuidgrens loopt in Europa benoorden de Franse Pyreneeën, door Tirol en langs de noordkant van de Balkan naar het gebied rond Odessa aan de Zwarte Zee. In Afrika omvat het verspreidingsgebied alle zeekusten van het continent en van Madagaskar. Een belangrijke strook loopt van de Rode Zee en de Golf van Aden naar de zuidelijke Atlantische Oceaan, en verbreedt zich bij het noordoostelijke uiteinde in Ethiopië en vooral bij het zuidwestelijke einde, waar het een groot deel van Zuidelijk Afrika omvat.
In Nederland zijn wulpen het hele jaar aan te treffen. De vogel broedt in zowel open agrarisch gebied als in droge, open natuurgebieden. Vogels die in Nederland broeden, overwinteren zuidelijker, bijvoorbeeld in België, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Noordelijke broedgebieden van de wulp worden geheel verlaten. Ze trekken naar landen met een mild winterklimaat, vooral naar de kust. Grote aantallen overwinteren in West-Europa, met concentraties in getijdengebieden, maar ook aan de kusten van Afrika. De trek vindt zowel overdag als 's nachts plaats. De trektijd begint al in juni (voor vogels waarvan het nest is mislukt). De meeste Nederlandse broedvogels trekken weg naar Zuidwest-Europa en Engeland. Tussen juli en april worden zij afgelost door grote aantallen afkomstig uit een gebied tot ver in Rusland.
Bescherming en Bedreigingen
De regenwulp is niet bedreigd in Europa. Hij is in de winter sterk afhankelijk van getijdengebieden in Afrika. De regenwulp is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn regenwulpen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Uitzonderingen op de vergunningplicht zijn opgenomen in de wet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kan een omgevingsvergunning verlenen die toestaat in strijd met de verboden te handelen. Daarnaast kan de provincie (en in sommige gevallen het Rijk) vergunningvrije gevallen aanwijzen.
De wulp staat sinds 2017 op de Nederlandse Rode Lijst van bedreigde broedvogels. Op wereldschaal gaat de vogel achteruit; de grootte van de populatie werd in 2015 geschat op 0,8-1,3 miljoen individuen. De aantallen broedvogels in Nederland nemen sinds 1990 af met minder dan 5% per jaar. Als broedvogel is de wulp vooral in Oost- en Noord-Nederland te vinden (boerenland), op de Waddeneilanden in de duinen. Het gaat niet goed met de wulp en hij staat daarom sinds 2017 op de Rode Lijst van bedreigde broedvogels in Nederland. De aantallen nemen in veel landen af als broedvogel, onder meer ook in Groot-Brittannië en Duitsland. De afname wordt veroorzaakt door het verdwijnen van heide en hoogveen en door de intensivering van de landbouw. De soort lijdt in veel broedgebieden onder een laag broedsucces en predatie.
Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Hoewel Rode Lijsten geen officiële juridische status hebben, hebben ze in de praktijk wel een belangrijke signaleringsfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. Vogelbescherming zet zich met BirdLife International in voor de bescherming van getijdengebieden langs de hele Oost-Atlantische trekweg, waaronder de Waddenzee. Vogelbescherming riep 2019 samen met Sovon uit tot het Jaar van de Wulp.
De wulp is een beschermde inheemse vogelsoort. Net als alle andere vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen, zijn wulpen beschermd op grond van de Europese Vogelrichtlijn. Uitzonderingen op de vergunningplicht zijn opgenomen in de wet en bijbehorende uitvoeringsregelgeving. De provincie (en in sommige gevallen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) kan een omgevingsvergunning verlenen die toestaat in strijd met de verboden te handelen. Daarnaast kan de provincie (en in sommige gevallen het Rijk) vergunningvrije gevallen aanwijzen.
De wet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels, inclusief de functionele omgeving die nodig is voor succesvol broeden. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Nesten van wulpen zijn niet standaard het gehele jaar beschermd. Verschillende natuurgebieden die door wulpen worden gebruikt als foerageergebied of slaapplaats, zijn aangewezen en beschermd als Natura 2000-gebied. De belangrijkste daarvan is de Waddenzee. Voor deze gebieden gelden strenge regels voor alle activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben op de natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen.