Zwarte Zwanen: Een Kritische Blik op Pensioengeld
De documentaire reeks Zwarte Zwanen, uitgezonden door Omroep MAX, duikt in de complexe en soms duistere wereld van ons pensioengeld. Journalist Cees Grimbergen onderzoekt hoe 1650 miljard euro, dat toebehoort aan tien miljoen Nederlanders, beheerd wordt.

Met de invoering van een nieuw, complexer pensioenstelsel, dat zelfs het reeds ondoorzichtige oude stelsel overtreft, rijst de vraag wie er daadwerkelijk beter wordt van deze veranderingen. De presentatie van dit onderzoek lag in handen van Cees Grimbergen.
Centrale Vragen en Burgers Perspectief
De belangrijkste vragen die centraal staan in het onderzoek zijn:
- Welke personen beheren en verplaatsen 1800 miljard euro wereldwijd?
- Op welke wijze geschiedt dit beheer en deze transacties?
Dagelijks wordt er 80 miljoen euro aan premies gestort in de Nederlandse pensioenspaarpot, wat resulteert in een totaal van 1350 miljard euro. Echter, ondanks stijgende premies, blijven de uitkeringen gelijk of dalen ze zelfs. Dit roept vragen op over hoe gewone Nederlandse burgers aankijken tegen de beheerders van hun pensioen.
Wat gebeurt er met de burger die fouten binnen het pensioenfonds aankaart? Het onderzoek belicht ook het toezicht op de personen die verantwoordelijk zijn voor honderden miljarden euro's aan pensioengeld, waarbij opgemerkt wordt dat in de pensioenwereld alle betrokkenen zelf over hun integriteit moeten waken.
Voorbeelden van Schandalen en Kritiek op de Sector
De zoektocht van Cees Grimbergen in de Nederlandse pensioenindustrie leidt ook naar specifieke schandalen, zoals het Goldman Sachs-schandaal, dat in Zwarte Zwanen 4 als een "doofpot" wordt omschreven.
De samenvatting van drie documentaires over de Nederlandse pensioenindustrie, waarin Cees Grimbergen eerder in 2013 en 2015 de pensioenfondsen onderzocht die 1300 miljard euro wereldwijd beheren, vormt de basis voor verdere inzichten.
In deel 7 van Zwarte Zwanen, dat zich richt op de groeiende onvrede binnen de pensioenpraktijk, wordt de situatie verder uitgediept. Ondanks dagelijkse stortingen van 80 miljoen euro, met een totaal van 1336 miljard euro in de pensioenspaarpot, blijven de uitkeringen achter bij de stijgende premies.
Een op de drie Nederlanders beoordeelt zijn of haar pensioenfonds met een onvoldoende. Met name de hoge bonussen binnen de pensioensector wekken afkeer op, waardoor het vertrouwen in pensioenfondsen lager is dan in banken en verzekeraars. De pensioenindustrie brengt jaarlijks 7,6 miljard euro aan kosten met zich mee, een bedrag dat nog steeds oploopt. Beleggingskosten dragen niet altijd bij aan positieve rendementen; het grootste pensioenfonds ABP betaalde bijvoorbeeld 505 miljoen euro aan hedgefondsbeleggers die alleen maar verliezen leden, met een negatief rendement van -7,5 procent.

Persoonlijke Verhalen en Financiële Belangen
In Zwarte Zwanen 7 komen drie bezorgde burgers aan het woord, die onder andere vertellen hoe de pensioenindustrie zich andermans geld toe-eigende. Tevens wordt aandacht besteed aan Amerikaanse beleggers die honderden miljarden euro's aan Nederlands pensioengeld beheren, en wordt de vraag gesteld wat de verdiensten zijn van figuren als Larry Fink (Blackrock), David Rubinstein (Carlyle) en Stephen Schwarzman (Blackstone).
Journalist Grimbergen spreekt met de Leidse econoom Professor Kees Goudswaard, lid van de Raad van Commissarissen van De Nederlandsche Bank en voorzitter van de SER-commissie Toekomst Pensioenstelsel. Er wordt ook kritisch gekeken naar de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk pensioeninstituut Netspar, dat mede gefinancierd wordt uit pensioenpremies. De vraag wordt gesteld waarom Netspar-wetenschappers schimmigheid, fraude en mega-beloningen in de pensioenindustrie verzwijgen en Nederlandse pensioenbeleggingen in belastingontwijking negeren.
Verder is er aandacht voor de gouden handdruk die PGGM-directeur Else Bos ontving, die nu als toezichthouder bij De Nederlandsche Bank werkt. Hans Alders, voormalig voorzitter van Pensioenfonds PGGM (nu PFZW), wordt genoemd. Willem Schulpen, directeur van een meubelbedrijf, betaalt jaarlijks 20.000 euro aan pensioenpremies voor zijn medewerkers. Wanneer hij fouten ontdekt bij Pensioenfonds Meubel, wordt dit niet gewaardeerd.
Weduwe Riet Zaal strijdt al jaren voor een correcte pensioenuitkering van 87 euro netto. In Zwarte Zwanen 6 is te zien hoe Pensioenfonds Metaal en Techniek een advocaat van 35.000 euro op haar afstuurt. Ondanks deze tegenwerking, geeft mevrouw Zaal niet op en krijgt uiteindelijk haar gelijk.
Frans van Bussel, voormalig facilitair manager in Brabantse verpleeghuizen, ontdekt dat er hoge salarissen worden betaald uit pensioenpremies bij pensioenfonds PFZW en uitvoerder PGGM. Zijn pogingen om opheldering te krijgen, stuiten op onwil en censuur. Ook ziet hij hoe lucratieve bijbanen in de top van zijn fonds als vanzelfsprekend worden beschouwd.
Zwarte Zwanen 7 ging vooraf aan het Nationaal Pensioendebat dat MAX uitzond op NPO 2. Cees Grimbergen stelde zijn inzichten beschikbaar voor vragen van kijkers na de uitzending.
Zitten en Zwijgen: Misstanden in Vrouwengevangenissen
De documentaire Zitten en Zwijgen van Jessica Villerius onthult schokkende gebeurtenissen binnen de drie vrouwengevangenissen in Nederland. Na anderhalf jaar onderzoek en gesprekken met 140 gedetineerden en ex-gedetineerden, evenals 30 ex-medewerkers, schetst Villerius een beeld van een wereld waarin intimidatie, pesterijen en ernstig grensoverschrijdend gedrag door bewakers aan de orde van de dag zijn.

De titel van de documentaire is veelzeggend en dekt de lading van de stuitende gebeurtenissen. Aanranding, verkrachting, seksueel overschrijdend gedrag, intimidatie en het onthouden van medische zorg zijn feiten die door de gedetineerden en ex-gedetineerden worden gemeld.
Getuigenissen van Misbruik en Machtsmisbruik
Villerius geeft aan dat het merendeel van de ruim 140 gesproken gedetineerden en ex-gedetineerden dergelijke feiten verklaart. Aanvankelijk sceptisch, maar na gesprekken met gedetineerden en bewakers, hoort ze verhalen die haar doen denken aan omstandigheden in Zuid-Amerikaanse gevangenissen. Ze stelt dat men er niet van uitgaat dat dergelijke misstanden in Nederland plaatsvinden.
Een ex-gedetineerde beschrijft hoe haar celdeur om 23:00 uur werd geopend door een mannelijke bewaker, die haar tegen de muur drukte en betastte. Dit soort verklaringen vormen volgens Villerius slechts het topje van de ijsberg.
Villerius benadrukt dat veel vrouwen niet durven te praten, ondanks dat er van alles is gebeurd. De trauma's zijn te diep, of ze bevinden zich nog in traumatherapie, waardoor praten momenteel niet mogelijk is. De documentaire toont aan dat de wereld van vrouwelijke detentie een bastion is van sociopaten, waar al meer dan een decennium aangiften lopen tegen een bewaarder die verdacht wordt van seksueel misbruik.
Ondanks dat collega's en leidinggevenden hiervan op de hoogte zijn, worden de mensen achter de schermen door Villerius grotendeels niet te spreken gekregen. De documentaire laat zien dat er sprake is van een perverse, machtswellustige cultuur waarin gedetineerden stelselmatig worden misbruikt. Pijnlijke passages over vrouwen bij wie in de vagina wordt geknepen, spreken boekdelen.
Villerius leest, soms zelf voor de camera, aangrijpende details voor en toont deze via vakkundig gemaakte animatiescènes. Als tegengeluid komen advocaten aan het woord die verklaren dat sommige cliënten niet eens normaal met hun strafpleiters mogen bellen. Er is een wrange correlatie tussen winstmaximalisatie en de geboden zorg in de gevangenissen.
JESSICA VILLERIUS OVER MISSTANDEN IN DE VROUWENGEVANGENISSEN | NPO Start
De Indische Kwestie en Persoonlijke Oorlogsverhalen
Een open brief gericht aan voorzitter Silfraire Delhaye van IP in december 2015, waarin de ontbinding van de Onderhandelingsdelegatie met VWS wordt bekritiseerd. Deze delegatie ging akkoord met de Backpay voor nog levenden, mits er gezamenlijk met VWS gestreden zou worden voor de Indische Kwestie (Excuses, Erkenning, Compensatie Oorlogsschade en Backpay Salarissen) en er contact zou blijven met betrekking tot de weduwen.
De berekening dat niet alle 1100 mannen/vrouwen (schatting 2013 SVB) nog in leven zouden zijn, leidde tot de conclusie dat er geld over zou blijven dat al gereserveerd was. De ontbinding van de delegatie door een half Dagelijks Bestuur wordt als onacceptabel beschouwd, aangezien niet alle leden, waaronder de auteur van de brief, uitgenodigd waren voor dit gesprek.
Ton te Meij, adviseur Pers/PR en Politiek, en Jan de Jong, voorzitter SVJ, werden eveneens buitengesloten van verdere onderhandelingen met VWS. Dit gebeurde op een cruciaal moment waarop de onderhandelingen onder extra druk gezet moesten worden om een minimale afkoop te voorkomen. De auteur stelt dat de voorzitter van het IP de weg naar versnelde voortgang van de Onderhandelingen Indische Kwestie met VWS heeft gesaboteerd en daarmee het recht van de belanghebbenden heeft ondermijnd.
Persoonlijke Ervaringen en Verhalen van Oorlogsslachtoffers
Het verhaal van opa Paulus Hendrik Sambur, die op 19 april 1946 werd vermoord door ‘extremisten’, wordt gedeeld. Na de vondst van zijn graf door zijn dochter Aaltje Charlotte Stein-Sambur, werd zijn lichaam bijgezet op het ereveld in Semarang. Zij zocht haar vader vanaf het moment dat hij door de Japanners werd opgepakt tot de vondst van zijn graf, en ook naar een neef die bij het gezin opgroeide.
Een kleindochter van een familielid uit Menado benaderde de auteur via Facebook, omdat zij, net als de moeder van de auteur, zocht naar oom Piet Hein Sambur en zijn broer. De zoektocht naar de broer van de oom gaat door.
Na het overlijden van de moeder Aaltje Charlotte Stein Sambur in 2006, werd de zoektocht voortgezet, met name gericht op het verhaal achter de gebeurtenissen. De auteur heeft veel gelezen, gezien en vragen gesteld, en daarbij diep verborgen leed ontdekt. Verschrikkelijke beelden online en de verhalen van families hebben geleid tot een steeds duidelijker groter verhaal.
De auteur herinnert zich een gefilmde oma die over de kampen vertelde, bijna romantisch, terwijl de werkelijkheid anders was. Ze kon alleen maar denken dat haar oma de pijn probeerde te ontvluchten door haar eigen draai aan het verhaal te geven.
Het bericht van Peggy Stein deelt het overlijden van mevrouw E. Nobbe (27-03-1923 - 04-02-2017). Mevrouw Nobbe streed tot het einde voor rechtvaardigheid in de Indische Kwestie en had slechts drie maanden mogen genieten van de erkenning van haar soldij vanuit de Backpay regeling, waar ze 71 jaar op had gewacht. Deze erkenning werd mede bereikt door de inzet van haar dochter Linda.
Het verhaal van Frits Arnold Leon Hertel (1907-1944), die in augustus 1942 werd opgepakt en verscheept naar Singapore, en vervolgens op de Kamakura Maru naar Nagasaki ging. Na aankomst werd hij met 399 krijgsgevangenen naar het Harima Camp in Osaka gebracht, waar hij moest werken op de scheepswerf en in de machinefabriek. Op 22 april 1944 vonden er vele ongelukken plaats door het zware werk.
Willem Hendrik Johan Hertel (1904-1945), de oudste broer van Frits, vertrok in januari 1943 met de Usu Maru naar Singapore. Hij werd overgebracht naar het Changi-kamp en tewerkgesteld aan de aanleg van een vliegveld. Willem stierf op 40-jarige leeftijd en ligt begraven op het Ereveld Kembang Kuning te Soerabaja. Postuum werd hem het Mobilisatie Oorlogskruis toegekend.
Jacob Serjakus Tijmen Hertel (1912-1945) werd, net als zijn broers Willem en Frits, opgeroepen voor het KNIL en werd krijgsgevangen. Na een succesvolle ontsnapping keerden ze terug onder dreiging van represailles tegen hun families. Dit was mogelijk de laatste keer dat hij zijn vrouw en vier kinderen zag.
George de Brouwer, de vader van de auteur, was een KNIL militair die krijgsgevangen werd genomen door de Japanners, naar Singapore werd gestuurd en vervolgens met een van The Hell Ships naar Japan werd getransporteerd, waar hij in het krijgsgevangenkamp in Fukuoka terechtkwam. Na de oorlog vertrok het gezin naar Nieuw-Guinea om een nieuw leven op te bouwen, maar de vader bleek geen aardige man en maakte het leven van zijn gezin tot een hel.
Een ontroerend moment wordt beschreven wanneer de auteur met zijn vader een museum bezoekt en schokkende beelden van magere mannen in barakken en vrouwen die buigen voor Japanners ziet. De tranen die bij zijn vader naar beneden rollen, tonen zijn diepe verdriet, woede en frustratie. De auteur pakt zijn hand vast, wetende dat er niet over gepraat mag worden en niets aan de buitenwereld getoond mag worden. Zijn vader had als kind in het Jappenkamp gezeten.
Verie Christina Hertel, ook wel Oma Pingky genoemd (1914-2002), werkte in Soerabaja als kledingmaakster. Na het uitbreken van de oorlog zegde haar man, opa Tijmen Hertel, noodgedwongen zijn baan op om te dienen bij het KNIL. Hij werd krijgsgevangen genomen en in 1944 met de Junyo Maru naar de Pakan Baroe spoorweg overgebracht. De Junyo Maru werd getorpedeerd, waarna hij 15 kilometer moest zwemmen om zichzelf te redden.
De auteur van dit verhaal werd geboren in Batavia in 1949. De moeder en baby hadden malaria. Na zes weken tobben werd een kinder-professor ingeschakeld, die voorspelde dat het kind haar hele leven pijn zou lijden. De vader deelde dit mee vlak voor zijn overlijden in 1995. Geboren in het staartje van de bersiap en de politionele acties, heeft de auteur als baby en peuter veel gehoord, wat heeft geleid tot nachtmerries die na zijn 45e begonnen. De kinderfoto's tonen een ernstige blik tot zijn vijfde levensjaar.
De vader van de auteur werd tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tewerkgesteld als dwangarbeider bij de Birma Spoorlijn en overleefde dit maar net. De grootmoeder, een Ambonese vrouw, zat samen met de vader in een Jappenkamp. De opa zat in een ander kamp, waar hij werd gemarteld en ernstig verzwakte. Na de gezinshereniging in Nederland herkende de vader zijn eigen vader niet meer. De opa overleed in 1956 aan een hartaanval, een jaar later de oma aan een herseninfarct.
De vader, die geen makkelijke echtgenoot en vader was, leerde de moeder kennen in Den Haag. Ze trouwden op 3 mei 1960. De auteur beschrijft een jeugd in Den Helder, maar de vader, die bij de luchtmacht zat en veel sportte, was weinig thuis.
Een zoekopdracht in het Moesson-archief met het zoekwoord "Backpay" sinds midden jaren '50 geeft een beeld van de slepende kwestie. De uitkomsten laten zien hoe de overheid deze kwestie steeds op een "behendige" manier heeft ontlopen, op juridische basis.
Anton Johan Stein (1878-1946) was de enige Stein die met een Indonesische vrouw, Dewi Djaiman (1887-1967), trouwde. Anton Johan overleed aan beriberi in het kamp Dinojo bij Modjokerto. Zijn oudste zoon Johan Louis werkte aan de Birma Spoorlijn en overleefde dit ternauwernood. Johan Louis' vrouw en kinderen zaten bij Anton Johan in het kamp. De kleinkinderen herinneren zich de gevolgen van beriberi en het moment van overlijden scherp. Louis Antoine, een andere zoon, overleed aan malaria op 33-jarige leeftijd tijdens de oorlog.
De auteur beschrijft hoe moeilijk het is om gevoelens in woorden te vatten, maar heeft het geluk gehad lang van zijn ouders te genieten. Vader Willem Siersema overleed in 2014 op 94-jarige leeftijd. Moeder Corrie Siersema-Vossen woont in Maastricht, en de familie probeert haar dagelijks leven zo aangenaam mogelijk te maken. Dit heeft echter ook een drempel opgeworpen om het Indische verleden te bespreken.
Jessica Villerius' onderzoek toont aan hoe de wereld van de vrouwelijke detentie een bastion is van sociopaten. De documentaire laat zien hoe er al ruim een decennium aangiften lopen tegen een bewaarder die verdacht wordt van seksueel misbruik. De documentaire onthult een perverse, machtswellustige cultuur waarin gedetineerden stelselmatig worden misbruikt.