Satelliet-tv biedt een alternatieve manier om televisiesignalen te ontvangen, verschillend van traditionele kabel-tv of ether-tv zoals Digitenne. Het principe van satelliet-tv is gebaseerd op het verzenden van signalen vanaf de aarde naar een satelliet in een geostationaire baan, die deze vervolgens weer terugkaatst naar de aarde. Deze signalen worden opgevangen door een schotelantenne bij de kijker thuis.
Hoe Werkt Satelliet-TV?
Het ontvangstproces van satelliet-tv begint bij de uplink facility, een grondstation dat televisiekanalen ontvangt, bijvoorbeeld via glasvezel, en deze naar de satelliet stuurt. Omdat de signalen digitaal zijn, kunnen meerdere kanalen op één frequentie worden verzonden door middel van multiplexing. Dit proces stopt alle kanalen in één transponder, waardoor ze op dezelfde frequentie uitgezonden kunnen worden. De hoeveelheid beweging in de video kan hierbij worden meegenomen om de bandbreedte efficiënt te verdelen.
De satelliet zelf fungeert als een reflector en versterker. Deze bevindt zich in de geostationaire baan rond de aarde, ook wel bekend als de Clark Belt, op ongeveer 36.000 kilometer boven het aardoppervlak. Door deze positie draaien de satellieten met dezelfde snelheid als de aarde, waardoor ze schijnbaar stil boven een bepaald punt blijven hangen en geen straalmotoren nodig hebben om hun positie te behouden. Er zijn wereldwijd duizenden communicatiesatellieten actief, niet alleen voor tv, maar ook voor telefonie en data.
De TV-beelden die u ontvangt, komen vanaf de satelliet via zogenaamde transponders. Een transponder is een 'antwoord-zender' die de signalen van de aarde weer terugstuurt naar een groot gebied op aarde. In tegenstelling tot analoge signalen, die elkaar kunnen beïnvloeden en daardoor een grotere afstand tussen frequenties vereisen, kunnen digitale signalen efficiënt worden verzonden. Dit betekent dat één transponder meerdere TV-zenders tegelijk kan uitzenden. Zo kan de Astra 1-satelliet bijvoorbeeld 1134 TV- en radio-kanalen verzorgen via zijn 100 transponders.
Om een satelliet te identificeren, zendt deze een Baken-signaal uit met een precieze frequentie. Dit signaal vereist echter een grote schotel of een zeer gevoelige ontvanger, wat het voor de gemiddelde consument kostbaar maakt. Daarom kiezen fabrikanten vaak voor het gebruik van transpondersignalen om de juiste satelliet te bepalen. Omdat dezelfde frequenties door meerdere satellieten kunnen worden gebruikt, worden doorgaans drie signalen gecontroleerd om zeker te zijn dat de schotel op de juiste satelliet is gericht.
De Componenten van een Satelliet-TV Systeem
Om thuis satelliet-tv te kunnen kijken, zijn verschillende componenten essentieel:
1. De Schotelantenne
De schotelantenne is het eerste onderdeel dat het signaal van de satelliet opvangt en reflecteert naar de ontvangstkop (LNB). De grootte van de schotel is belangrijk voor een goede ontvangst, vooral bij slecht weer. Een standaard schotel voor bijvoorbeeld Canal Digitaal is de Triax 65 cm schotel. Grotere schotels bieden een betere slechtweerreserve en maken het mogelijk om signalen van minder sterke satellieten te ontvangen. Het is cruciaal dat de mast waarop de schotel wordt bevestigd, waterpas en rechtop staat.
Er zijn verschillende soorten schotels, waaronder offsetschotels (zoals de Triax) en cassegrain schotels. Sommige schotels zijn ontworpen om meerdere satellietposities te ontvangen, zoals de Technisat Multytenne of de WaveFrontier. Deze systemen vereenvoudigen het ontvangen van signalen van diverse satellieten, zoals Astra 1, Astra 2, Astra 3 en Hotbird.
Een belangrijke overweging is dat een grotere schotel niet per se een betere beeldkwaliteit oplevert bij digitale signalen, dankzij foutcorrectie. Als het signaal te zwak is om door de foutcorrectie te worden hersteld, valt het beeld weg of verschijnen er storende artefacten.
2. De LNB (Low Noise Block converter)
De LNB, ook wel LNC genoemd, zet de hoge frequentie van het satelliet signaal om naar een lagere frequentie die via coaxkabels kan worden verstuurd. De keuze voor een LNB hangt af van het aantal satellieten dat u wilt ontvangen. Een single LNB is voldoende voor één satelliet, terwijl een DUO LNB of een multifeed houder nodig is voor meerdere satellieten. Merken zoals Smart bieden LNB's met goede ontvangstkwaliteit.
3. De Satellietontvanger
De satellietontvanger verwerkt het signaal van de LNB en stuurt dit door naar de televisie. Tegenwoordig zijn er ook televisies met een ingebouwde satellietontvanger, wat het aantal benodigde afstandsbedieningen en kabels vermindert. Voor het ontvangen van betaalzenders van bijvoorbeeld Canal Digitaal is een CAM module met een smartcard nodig.
Bij het kiezen van een ontvanger is het belangrijk om te letten op de ondersteuning voor DiSEqC (Digital Satellite Equipment Control). DiSEqC 1.0 is nodig voor het aansturen van meerdere LNB's via een switch, terwijl DiSEqC 1.2 en USALS (Universal Satellites Alignment) nodig zijn voor het aansturen van een motor die de schotel langs de satellietbaan kan bewegen.
4. Kabels en Connectoren
Een goede kwaliteit coaxkabel is essentieel voor een storingsvrije ontvangst. De kabel moet voorzien zijn van goede afscherming. Aan beide zijden van de kabel worden F-connectoren bevestigd om de verbinding met de schotel, LNB en ontvanger te maken.
Installatie en Configuratie
Het installeren van een satelliet-tv systeem kan relatief eenvoudig zijn, maar vereist nauwkeurigheid. De schotel moet precies op de juiste satelliet worden gericht. Dit kan worden gedaan met behulp van een satelliet-finder of een app op een smartphone die de positie van de satelliet aan de hemel aangeeft. De belangrijkste instellingen zijn de azimuth (horizontale richting) en de elevation (verticale hoek).
Bij het gebruik van meerdere satellieten kan een DiSEqC-switch nodig zijn om de signalen van verschillende LNB's naar de ontvanger te leiden. De juiste configuratie van de DiSEqC-poorten in het menu van de ontvanger is hierbij cruciaal. Een veelvoorkomend probleem is dat de schotel de juiste satelliet niet meer vindt, bijvoorbeeld na transport van een camper. Dit kan komen door kleine verschuivingen of veranderingen in de satellietposities.
De DiSEqC-instellingen in de TV of ontvanger zijn essentieel. Bij een Fixed Antenna installatie is er één schotel gericht op één satelliet. Een Single Cable Distribution systeem stuurt programma's via één kabel naar meerdere ontvangers, waarbij elke ontvanger een eigen 'band' krijgt toegewezen. DiSEqC-installaties maken het mogelijk om meerdere schotelantennes of LNB's aan te sluiten.
De symbol rate en FEC (Forward Error Correction) zijn technische parameters die de hoeveelheid informatie die per seconde kan worden overgedragen en de mate van foutcorrectie bepalen. Een hogere symbol rate betekent meer informatie, terwijl een hogere FEC-waarde een betere foutcorrectie biedt.
Het is belangrijk om de zenderlijst in de TV of ontvanger up-to-date te houden, aangezien deze de locaties van de verschillende zenders bevat. Als een zender niet gevonden wordt, kan dit komen door een verouderde of ontbrekende zenderlijst.

Voordelen van Satelliet-TV
Satelliet-tv biedt diverse voordelen ten opzichte van kabel-tv:
- Prijs-kwaliteitverhouding: Vaak goedkoper dan kabel-tv, met een vergelijkbare of hogere signaalkwaliteit.
- Ruim zenderaanbod: Een breed scala aan nationale en internationale zenders, inclusief gespecialiseerde kanalen, films en sportevenementen.
- Beschikbaarheid: Ideaal voor buitengebieden waar kabelontvangst beperkt is, en voor gebruik in het buitenland of op vakantie.
- Nederlandstalige zenders in heel Europa: Satelliet-tv is de enige manier om overal in Europa naar Nederlandstalige televisie te kijken.
- Hogere signaalkwaliteit: Over het algemeen een beter uitzendsignaal dan bij kabel-tv, met slechts geringe signaalverlies gedurende enkele uren per jaar.
Het is mogelijk om met een relatief kleine investering een complete set aan te schaffen waarmee vrij te ontvangen zenders bekeken kunnen worden. Voor betaalzenders is een abonnement en een smartcard nodig.
Satellietschotel afstellen met SatFinder Lite - Arob Antennebouw
Veelvoorkomende Problemen en Oplossingen
Een veelvoorkomend probleem is de melding "No Signal" op de TV, terwijl de satellietontvanger aangeeft dat de satelliet is gevonden. Dit kan duiden op een probleem tussen de schotel en de TV. Het controleren van de F-connectoren en de kwaliteit van de coaxkabel is dan een eerste stap.
Als de schotel niet de juiste satelliet vindt, kan dit te maken hebben met de DiSEqC-instellingen. Deze moeten correct worden toegewezen aan de satellieten in het DiSEqC-menu van de ontvanger. Soms is een software-update van de besturingsunit van de schotel nodig.
Een ander probleem kan zijn dat de TV de satellietmotoren niet kan aansturen. De besturingsunit van de schotel is hiervoor verantwoordelijk. Het is belangrijk om te controleren of de TV of ontvanger DiSEqC 1.0 of hoger ondersteunt.
Voor gebruikers met een automatische schotel kan het voorkomen dat deze de juiste satelliet niet meer vindt na bijvoorbeeld transport. Dit komt doordat de software van de besturingsunit de juiste satelliet probeert te identificeren aan de hand van specifieke transponders. Als een van deze transponders verandert of niet meer beschikbaar is, kan de schotel de positie niet correct bepalen. Dit vereist soms een software-update die door een dealer kan worden uitgevoerd.
De percentages die worden weergegeven als Signal Intensity en Signal Quality geven de sterkte en de betrouwbaarheid van het ontvangen signaal aan. Een goede ontvangst vereist zowel een hoge intensiteit als een hoge kwaliteit.
Het is ook mogelijk dat de zenderlijst in de TV niet correct is ingesteld. Het kiezen van de juiste satelliet (bijvoorbeeld Astra 3 voor Nederlandse zenders) en het uitvoeren van een volledige scan of netwerkscan kan helpen om de zenders te vinden.
Bij het instellen van de satellietontvangst op de TV, zijn opties zoals Antenneconfiguratie (Single Cable Distribution, Fixed Antenna, DiSEqC) en DiSEqC Controleren belangrijk. De scantype (Volledige scan of Netwerkscan) bepaalt hoe grondig naar beschikbare zenders wordt gezocht.
