Verschillen tussen HBO- en universitaire rechtenstudies en het promotierecht

Er zijn vijf grote verschillen tussen een rechtenstudie aan het hbo en aan de universiteit. Het kennen van deze verschillen helpt bij het kiezen van de juiste studie en het ontwikkelen van effectieve studiemethoden. Deze verschillen zijn belangrijk om te begrijpen, zeker voor studenten die doorstromen van het hbo naar de universiteit.

Verschil 1: Studiemateriaal en leeshoeveelheid

De hoeveelheid boeken, artikelen en jurisprudentie die bestudeerd moet worden aan de universiteit is aanzienlijk. Soms moeten er honderden pagina's per week gelezen worden, wat voor doorstromers een schrikreactie kan oproepen. Om dit succesvol te doorstaan, is een goede planning essentieel. Het uitproberen van verschillende leestechnieken en studiemethoden is aan te raden. Wanneer de hoeveelheid stof overweldigend is, is het belangrijk om selectief te zijn en te bepalen welke onderdelen eventueel minder aandacht krijgen.

Voor sommige studenten, die gespannen zijn over de hoeveelheid stof, is het belangrijk om niet te veel te studeren en een gezonde balans te vinden.

Verschil 2: Structuur van het onderwijs en zelfdiscipline

Een wekelijks rooster aan de universiteit kan soms slechts zes uur college bevatten. Er is zelden een aanwezigheidsplicht en de voorbereiding van colleges is volledig de eigen verantwoordelijkheid van de student. Studenten die hierdoor te weinig studeren, kunnen dit pas laat opmerken, vaak pas bij het ontvangen van de tentamenuitslagen, wanneer de achterstand al moeilijk in te halen is.

In tegenstelling hiermee, maakt men op het hbo sneller de voortgang van studenten zichtbaar. Docenten merken het direct als een student achterblijft, studenten kunnen zichzelf vergelijken met klasgenoten en er is regelmatige communicatie met de studieloopbaanadviseur.

Voor universitaire studenten is goede planning cruciaal. Het opstellen van een planning voor het gehele blok, aangevuld met gedetailleerde weekplanningen, helpt stress te voorkomen en leidt tot betere studieresultaten.

Schema met de belangrijkste verschillen in studieaanpak tussen HBO en Universiteit

Verschil 3: Zelfstandigheid versus groepswerk

Ondanks de aanwezigheid van werkcolleges aan de universiteit, is de studie grotendeels individueel. Opdrachten voor werkgroepen worden zelfstandig gemaakt, met weinig nadruk op groepswerk zoals dat op het hbo wel gebruikelijk is. Zelfstandig studeren vermindert de afhankelijkheid van studiegenoten en voorkomt de frustratie die soms gepaard gaat met groepswerk.

Samenwerken met anderen biedt echter waardevolle vaardigheden, zoals het vergroten van mensenkennis en het ontwikkelen van leiderschaps- en delegeringstalenten, die relevant zijn voor de latere loopbaan. Studenten die weinig gelegenheid hebben om samen te werken tijdens hun studie, kunnen deze vaardigheden elders ontwikkelen, bijvoorbeeld door lid te worden van een commissie van een studievereniging of een relevante bijbaan te zoeken.

Voor studenten die voornamelijk individueel studeren, kan het ontbreken van de mogelijkheid om te sparren met studiegenoten een nadeel zijn. Daarom wordt universitair studenten aangeraden om een studiemaatje te zoeken en initiatief te nemen voor gezamenlijke studiesessies, wat bijzonder effectief kan zijn.

Verschil 4: Begeleiding en ondersteuning

Op het hbo is er vaak een vaste begeleider of docent die de studievoortgang van studenten regelmatig bespreekt en bij wie studenten terechtkunnen met vragen. Aan de universiteit ontbreekt deze vaste begeleiding, en docenten staan letterlijk en figuurlijk verder van de student af. Dit kan bij sommige studenten het gevoel geven er alleen voor te staan.

Hoewel er wel ondersteunende instanties zijn, wordt van universitaire studenten verwacht dat zij zelfstandig uitzoeken waar zij terechtkunnen en zelf het initiatief nemen voor contact. Het raadplegen van de studiegids en het OER (Onderwijs- en Examenregeling) is essentieel om de beschikbare voorzieningen te ontdekken. Soms is het mogelijk om een docent aan te spreken in de pauze van een hoorcollege, of gebruik te maken van wekelijkse spreekuren.

Verschil 5: Praktijkervaring en stage

Tijdens een rechtenstudie aan het hbo is het lopen van een stage, een- of tweemaal tijdens de studie, vaak een verplicht onderdeel. Aan de universiteit is dit niet altijd het geval.

De eerste weken aan de universiteit kunnen uitdagend zijn. Het is belangrijk om niet te snel de conclusie te trekken dat de studie niet bevalt. De verschillen met het hbo zijn groot en het kost tijd om hieraan te wennen. Doorzettingsvermogen en de ontwikkeling van studievaardigheden zijn hierbij cruciaal. Studieadviseurs kunnen helpen bij het leggen van contacten met andere doorstromers om studiegroepjes te vormen.

Illustratie van een student die studeert met een studieadviseur

Het Utrecht Law College (ULC): Een Honours Programma

De Universiteit Utrecht biedt als enige in Nederland het Utrecht Law College (ULC) aan, een honoursprogramma gericht op een intensievere voorbereiding op de juridische praktijk. Het ULC biedt vanaf de start verdieping in de studie en een uitstekende voorbereiding op een juridische carrière. Deze honoursopleiding kenmerkt zich door een intensief karakter en persoonlijke begeleiding van enthousiaste docenten.

Hoorcolleges worden gevolgd samen met reguliere rechtenstudenten, terwijl werkgroepbijeenkomsten exclusief voor ULC-studenten zijn en actieve deelname vereisen. Het ULC bestaat uit twee colleges, Sirius en Tilia, elk met een eigen studievereniging. Leden trekken hecht met elkaar op en organiseren diverse activiteiten zoals excursies, seminars, werkgroepen, symposia en lezingen, waarbij studenten zelf onderwerpen kunnen aandragen.

Al in het eerste jaar doen studenten praktijkervaring op tijdens een oefenrechtbank, waar zij de rollen van advocaat, officier van justitie of rechter vervullen. Het ULC stelt de eis dat alle studiepunten (60 ECTS) worden behaald met een gemiddelde van een 7. Het niet halen van bepaalde vakken kan leiden tot uitsluiting van het ULC.

Het Promotierecht: Een Discussie over Hiërarchie en Bevoegdheden

De discussie over wie zich professor mag noemen en het recht heeft om promovendi te begeleiden, is gaande in academische kringen. Aan de TU/e in Eindhoven is het initiatief "Iedereen Professor" gestart, wat de wens van hoogleraar Kees Storm vervult om de academische wereld te moderniseren en minder hiërarchisch te maken, meer in lijn met internationale standaarden.

Centraal in deze discussie staat het promotierecht (ius promovendi), het recht om zelfstandig een promovendus te begeleiden. Traditioneel was dit recht in Nederland voorbehouden aan hoogleraren, terwijl universitaire docenten en hoofddocenten (ud'ers en uhd'ers) vaak de dagelijkse begeleiding verzorgen. Sinds 2017 biedt de wet echter ruimte voor afwijkingen.

In Wageningen pleiten Ellen Van Loo en Frederic Ang, beiden van Belgische afkomst, voor de uitbreiding van het promotierecht. Zij wijzen erop dat in België elke docent, hoofddocent en hoogleraar zich professor mag noemen, en dat de focus moet liggen op het veranderen van de hiërarchische structuur ten gunste van gelijkheid, erkenning en rechten die passen bij de plichten.

Ang, die ervaring heeft in Engeland en België, benadrukt dat tenure trackers daar vanaf het begin promotierecht hebben, wat essentieel is voor het opbouwen van een eigen, onafhankelijk profiel. Het huidige systeem in Wageningen, waarbij begeleiding niet altijd gepaard gaat met het promotierecht, creëert een grote afhankelijkheid van hoogleraren, wat botst met de gewenste onafhankelijkheid.

Van Loo voegt toe dat de dagelijkse begeleider veel plichten heeft bij een promotietraject, en zich afvraagt waarom dit niet gepaard gaat met het recht van promotie. Wageningen Young Academy, een groep jonge tenure trackers, steunt deze argumenten en stelt dat het huidige stelsel leidt tot een lange, soms onnatuurlijke afhankelijkheidsrelatie tussen jongere en oudere onderzoekers.

Nico Claassens, uhd'er bij het Laboratorium voor Microbiologie, illustreert de problematiek: "Terwijl jij vaak degene bent die het idee voor een project heeft, het geld binnenhaalt en het grootste deel van de begeleiding doet, moet je er iemand anders bijhalen omdat je geen promotierecht hebt. Dat voelt krom." Hij merkt op dat er ook promotoren zijn die weinig bijdragen aan de begeleiding, terwijl de regels dit wel vereisen.

Tim van Emmerik, collega uhd'er, stelt dat de pool van mensen met promotierecht te beperkt is. Hij pleit ervoor dat idealiter een van de twee dagelijkse begeleiders het promotierecht zou moeten hebben.

De discussie rond "Iedereen Professor" duurt voort. In Wageningen staat het op de agenda van de Academic Board, waar de meningen verdeeld zijn. Dean of Research Wouter Hendriks is tegen verdere uitbreiding van het promotierecht buiten de reeds doorgevoerde verruimingen, die uhd-1's (en soms uhd-2's op speciaal verzoek) toestaan promotor te zijn na het doorlopen van minimaal drie promotietrajecten als co-promotor.

Hendriks benadrukt de grote verantwoordelijkheid die gepaard gaat met het begeleiden van een promovendus voor vier jaar, waarbij de promotor verantwoordelijk is voor het oplossen van problemen en de kosten die hieruit voortvloeien. Hij vraagt zich af of ud'ers en uhd'ers de middelen, netwerken of capaciteiten hiervoor hebben.

Ang en Van Loo vinden de koppeling tussen promotierecht en een minimaal aantal begeleidingstrajecten vreemd, gezien de ervaring die tenure trackers al hebben met onderzoek en studentenbegeleiding. Zij wijzen naar landen als België, Duitsland, Engeland en de VS, waar meer vertrouwen is in de begeleidingscapaciteiten van academici vanaf het begin van hun carrière.

Wageningen Young Academy pleit voor een kritische evaluatie van het huidige stelsel door een breed samengestelde commissie, met deelname van hoogleraren, promovendi, tenure trackers en andere academische stafleden. Er is reeds een brief hierover naar de raad van bestuur gestuurd.

Verruiming van het Promotierecht in Wageningen

Sinds 2018 kunnen bij WUR naast hoogleraren ook universitair hoofddocent (uhd) promotor zijn. Hiervoor is het vereist om minimaal drie promotietrajecten in Wageningen te hebben begeleid. Binnen het nieuwe Academic Career Framework is dit een voorwaarde om uhd-1 te worden. Enkele jaren geleden hadden ongeveer honderd uhd'ers in Wageningen promotierecht. Er zijn gevallen bekend van promoties waarbij geen enkele hoogleraar betrokken was.

De Toga: Symbool van Status of Neutraliteit?

Het recht om een toga te dragen is in Wageningen exclusief voorbehouden aan hoogleraren. Elders in Nederland zijn de regels flexibeler. In Eindhoven mogen sinds kort alle academische stafleden een toga dragen bij plechtigheden. In Nijmegen en Utrecht moeten zowel promotoren als co-promotoren een toga dragen bij promoties.

Binnen Wageningen Young Academy is er verdeeldheid over de betekenis van de toga. Sommigen zien het als een symbool van ongelijke status en hiërarchie, terwijl anderen het zien als een symbool van de neutraliteit van de wetenschap.

Het verschil tussen Psychologie (uni) en Toegepaste Psychologie (hbo)

tags: #verschil #ud #uhd #leiden #rechtsgeleerdheid